Previous Next Facebook Instagram Twitter Pinterest Back to top

Nieuws over tekeningencollectie Koenigs

Op 5 maart jl. besliste het Gerechtshof Den Haag in het voordeel van Museum Boijmans Van Beuningen in het hoger beroep dat door Christine Koenigs c.s. was ingesteld tegen de afwijzing van hun vorderingen door de rechtbank Rotterdam.

Over de Koenigs-verzameling wordt al jarenlang door mw C. Koenigs geprocedeerd. Zij heeft elke procedure en rechtszaak tot nu toe verloren. Normaal zou dat tot ongeloofwaardigheid leiden. Maar in blogs, interviews en ingezonden stukken in dagbladen vermengt mw. C. Koenigs de feiten van haar vergeefse procedures met ficties en verzinsels om zo haar ‘zaak’ in een niet bestaande historische context te plaatsen. Wat in de rechtszaal niet behaald kan worden, moet in de publieke opinie worden verworven.

Die handelwijze van mw. C. Koenigs leidt ertoe dat er twijfel en vragen ontstaan. Zou iemand die zó lang doorgaat met procederen niet toch een punt hebben? Spanden oud-directeur Hannema en mecenas Van Beuningen misschien toch samen ten nadele van Koenigs? Vragen die het museum soms ter ore komt. Derhalve hieronder 9 van dergelijke vragen en bij elke vraag ons antwoord.

Negen vragen over claims op de Koenings-verzameling

Wie was Franz Koenigs en wat behelst zijn kunstverzameling?

Maar behalve zakenman was Koenigs ook kunstverzamelaar. Hij kocht in korte tijd een unieke en omvangrijke kunstcollectie bijeen. Die bestond uit 2.600 tekeningen en tientallen schilderijen. Voornamelijk werken van oude meesters, maar ook Franse impressionisten en aquarellen van Cézanne. De Koenigs-collectie verkreeg internationaal faam. In 1935 gaf Koenigs die verzameling grotendeels in bruikleen aan de gemeente Rotterdam voor Museum Boymans (toen nog geschreven met een y en een dienst van de gemeente).

Goed, maar wie is nu eigenaar van de Koenigs-verzameling?

Dat is een iets ingewikkelder verhaal en daarvoor moeten we even terug in de tijd. De Beurskrach van 1929 en de daaropvolgende Grote Depressie in het begin van de jaren 30 raken ook Koenigs en hij heeft geld nodig. Hij leent in oktober 1931 ruim 1 miljoen Nederlandse gulden en bijna 20.000 Engelse pond van de Amsterdamse bank Lisser & Rosenkranz. Zijn verzameling dient tot fiduciare zekerheid, een begrip uit die tijd, tegenwoordig zou dat in het spraakgebruik wellicht een onderpand worden genoemd. In 1939 komt het aflopen van de lening in zicht. De Joodse leiding van Lisser & Rosenkranz voorziet dat zij de bezittingen van de bank te gelde wil maken en Europa verlaten. Voelhorens worden op de internationale kunstmarkt uitgestoken om de verzameling mogelijk te verkopen. Ook museum Boymans wordt gepolst. Koenigs hecht eraan dat de verzameling daar in zijn geheel blijft. Op 2 april 1940 treedt Lisser & Rosenkranz in liquidatie. Dat betekent dat Koenigs zijn lening moet gaan terugbetalen. Hij kiest ervoor zijn tot zekerheid gegeven collectie volledig over te dragen aan de bank die daarmee eigenaar wordt. Op 9 april 1940 verkoopt Lisser & Rosenkranz de gehele collectie aan de Rotterdamse zakenman D.G. van Beuningen die behalve kunstverzamelaar ook een groot begunstiger van museum Boymans is. Van Beuningen zal een deel van de Koenigs-verzameling zelf houden, een deel verkopen (zie verderop) en een deel aan Museum Boymans schenken. Uiteindelijk zullen in 1958 de erven Van Beuningen met de gemeente Rotterdam een verkoop en schenking van de resterende verzameling overeenkomen. De huidige rechtmatige eigenaren van de Koenigs-verzameling zijn Stichting Museum Boijmans Van Beuningen voor het grootste deel, maar ook de Staat der Nederlanden en de Gemeente Rotterdam.

Probeert een deel van de erven van Franz Koenigs de verzameling niet op te eisen?

Inderdaad. Sinds 1997 claimt Koenigs kleindochter Christine Koenigs, soms tezamen met vijf andere kleinkinderen, via opeenvolgende procedures en rechtszaken het eigendom van (wisselend) de gehele of een deel van de Koenigs-verzameling. Haar meest recente claim berustte op de stelling dat een deel van de Koenigs-verzameling buiten de bruikleen van 1935 aan Museum Boymans viel en dus ook buiten de verkoop door bank Lisser & Rosenkranz aan Van Beuningen van de tot zekerheid gegeven collectie viel. En daarmee via vererving als voortdurende bruikleen nog steeds aan haar familie toebehoorde.

En, had of heeft zij een punt?

Nee. Al de procedures en rechtszaken van Christine Koenigs bij de Restitutiecommissie, de gemeentelijke Ombudsman Rotterdam, de Nationale Ombudsman, de rechtbank Amsterdam, de Raad van State en de rechtbank Rotterdam zijn afgewezen. In de meest recente uitspraak oordeelde het gerechtshof Den Haag op 5 maart 2019 in hoger beroep dat Christine Koenigs c.s. voor haar stelling van een nog voortdurende bruikleen van een deel van de Koenigs-verzameling geen bewijs wist te leveren.

Wat vindt de overige familie Koenigs hier van?

Het grotere deel van de erfgerechtigde nazaten van Franz Koenigs heeft zich van de claims van Christine Koenigs gedistantieerd.

Toch blijft Christine Koenigs doorprocederen. Geldt niet: waar rook is, is vuur?

In dit geval juist niet. Het gerechtshof Den Haag heeft in zijn vonnis op 5 maart 2019 nog eens onomwonden gesteld dat Franz Koenigs op 2 april 1940 ter voldoening van zijn leningschuld zijn tekeningenverzameling aan bank Lisser & Rosenkranz in betaling heeft gegeven. Hij heeft zijn eigendom vrijwillig afgestaan. De erfgenamen van Franz Koenigs kunnen daardoor geen eigendomsaanspraken doen gelden. Dat betekent dat Christine Koenigs c.s. in weerwil van al haar beweringen en claims simpelweg geen belanghebbende partij is.

Nederlandse musea blijken nog joodse roofkunst of werken van verdachte herkomst in bezit te hebben. Hoe zit dat met Franz Koenigs?

Franz Koenigs kwam zoals gezegd uit een welgestelde Duitse Rooms-katholieke familie en was zelf protestants. Zijn adellijke echtgenote was evenmin joods. Koenigs verkreeg in 1939 mede op voorspraak van Boymans-directeur Hannema de Nederlandse nationaliteit. Tijdens de bezettingsjaren bleef hij handel drijven met nazi-Duitsland en had hij commissariaten bij o.a. Krupp en Bayer. Koenigs verkocht ook kunst aan een Nazi-kopstuk als Hermann Goering.

Boymans-directeur Hannema was deutschfreundlich tijdens de bezetting. En Van Beuningen verkocht tweemaal kunst aan de Duitsers terwijl dat verboden was. Speelt dat nog een rol in de procedures over de Koenigs-verzameling?

De houding en optreden van Hannema tijdens de oorlogsjaren zijn een smet op het blazoen van Museum Boijmans Van Beuningen. Ondubbelzinnige verwerping van de kunstverkopen door Van Beuningen is ook terecht. De recente tentoonstelling ‘Boijmans in de oorlog’ in het museum was daar transparant en duidelijk over. Maar is geen enkel verband tussen Hannema en Van Beuningen enerzijds en het door Christine Koenigs c.s. betwiste eigendom van (delen van) de Koenigs-verzameling anderzijds. Vanaf het moment dat Franz Koenigs in april 1940 zijn tot zekerheid gegeven collectie overdroeg aan bank Lisser & Rosenkranz hield elke mogelijke eigendomsverhouding van Christine Koenigs met de verzameling van haar grootvader ophouden te bestaan.

Al die negatieve publiciteit, is het niet beter om maar toe te geven?

Dat vindt Museum Boijmans Van Beuningen absoluut niet. De Koenigs-collectie is heel belangrijk nationaal cultureel erfgoed van Nederland. Dat geef je niet zo maar even weg onder druk van kleindochter Christine Koenigs of de door haar bewerkte publieke opinie. Boijmans-directeur Sjarel Ex heeft zich onlangs ook nog krachtig uitgesproken tegen de veiling in New York van een belangrijk werk van Rubens door een lid van de koninklijke familie. Dat zal daardoor voorgoed uit Nederland verdwijnen. Waarom is dit een belangrijk punt? Dan moeten we kijken naar wat gebeurde met sommige van de kunstwerken die Franz Koenigs naast zijn als afgerond beschouwde tekeningenverzameling heeft gekocht en tot zijn dood bleef kopen. Na het overlijden van zijn weduwe in 1946 zijn de ongeveer 200 tekeningen en wat prenten, aquarellen en enkele schilderijen verdeeld onder haar erfgenamen. In 2007 zijn bij Christie’s in New York als ‘Exceptional Works from the Franz Koenigs Collection’ zes tekeningen uit het erfdeel van Franz Koenigs jr. (de vader van Christine Koenigs) geveild, met een opbrengst van omgerekend 4,2 miljoen euro. Later gevolgd door een veiling in Londen van aquarellen van Cézanne, eveneens met een miljoenenopbrengst. Welke erfgenaam profiteerde hiervan? Inderdaad: Christine Koenigs.

Meer informatie

Uitgebreide informatie over alles wat met de collectie Koenigs te maken heeft, is hier te vinden.

De uitspraak van 5 maart 2019 is hier gepubliceerd door het Gerechtshof Den Haag.