Previous Next Facebook Instagram Twitter Pinterest Back to top
Il trovatore (De troubadour)

Vraag maar raak

  • Narges Mohammadi vroeg

    Beste medewerker van het museum Boijmans van Beuningen,

    Momenteel ben ik vergelijkend onderzoek aan het doen naar 'La reproduction interdite' van René Magritte. Nu weet ik dat Edward James opdracht heeft gegeven tot dit kunstwerk en 'Le principe du plaisier'. Ook is me bekend dat het museum een aantal surrealistische werk heeft aangekocht uit de privécollectie van James. Ik vroeg me af of dit kunstwerk, 'Il trovatore', van Giorgio de Chirico ook in opdracht van James is gemaakt.
    Ik zie uw antwoord graag zo snel mogelijk tegemoet.
    Met vriendelijke groet,

    Narges Mohammadi
    student aan de Universiteit van Utrecht

  • Museum Boijmans Van Beuningen antwoordde

    Beste Narges,

    Het lijkt mij zeer onwaarschijnlijk dat het werk in opdracht van Edward James is gemaakt. James was in 1924 nog maar 17 jaar, en De Chirico reist in dat jaar pas voor het eerst naar Parijs, dus het lijkt me niet waarschijnlijk dat ze elkaar toen al kenden. Wij hebben het werk bovendien ook niet uit de collectie van James verworven. Succes met het verdere onderzoek. Mvg, Rianne Schoonderbeek

Laden...

Bedankt, je vraag is verzonden.

Helaas, er is iets mis gegaan met het verzenden van je vraag. Probeer het aub nog eens.

High-res beeldmateriaal aanvragen

Meer informatie

Dit vroege werk van De Chirico laat een wezen, half mens half ledenpop, zien in een leeg landschap met links een kolossaal gebouw. De Chirico streefde ernaar een mysterieuze werkelijkheid achter de dingen te verbeelden. Zijn schilderijen ademen vaak een sfeer van verontrusting en een onbenoembare dreiging.

Lees verder Lees minder

Collectieboek

Collectieboek Bestellen

Specificaties

Titel Il trovatore (De troubadour)
Materiaal en techniek Olieverf op doek
Objectsoort
Schilderij > Schildering > Tweedimensionaal object > Kunstvoorwerp
Locatie Dit object is in het depot
Afmetingen Hoogte 100 cm
Breedte 65 cm
Diepte 7 cm
Makers Kunstenaar: Giorgio de Chirico
Inventarisnummer St 125
Credits Bruikleen / Loan: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1965
Collectie Moderne Kunst
Verwervingsdatum 1965
Leeftijd maker Circa 36 jaar
Tentoonstellingen De Collectie Verrijkt (2011)
Een paraplu, een naaimachine en een ontleedtafel. Surrealisme à la Dalí in Rotterdam. (2013)
De collectie als tijdmachine (2017)
Collectie - surrealisme (2017)
Externe tentoonstellingen Power Mask. The Power of Masks (2017)
Dal nulla al sogno (2018)
Onderwijs VO Surrealisme, Surrealisme
Materiaal
Object
Geografische herkomst Italië > Zuid-Europa > Europa

Let op: De gegevens van dit object zijn nog niet gecontroleerd.
Neem contact op met een conservator als iets niet lijkt te kloppen.

Auteur: Marijke Peyser

In 1917 schilderde Giorgio de Chirico een werk getiteld Il trovatore. Het hier getoonde schilderij is een latere versie. Een monumentale ledenpop of ‘mannequin’ vult het doek, dat door zijn formaat een bevreemdende verhouding heeft tot het architectonische fragment links. Het hoofd van de pop heeft de vorm van een ei, iedere detaillering ontbreekt. Houten planken van verschillende kleuren en afmetingen verbeelden het bovenlichaam en de beide schouders zijn vervangen door zwarte, gedraaide knoppen. Een rood-blauw doek valt in klassieke plooien tot op de grond achter het linkerbeen. De omgeving is desolaat en wordt aan de lage horizon begrensd door enkele bomen en een berglandschap. Over de mannequins, die vanaf 1914 hun intrede doen in zijn oeuvre, schrijft De Chirico: ‘Ik kreeg het idee voor de grote eivormige hoofden, die je terugvindt bij de staande paspoppen in mijn metafysische werken, toen ik maquettes bekeek die waren ontworpen door mijn broer, die werkte onder het pseudoniem Alberto Savinio. Mijn broer was schrijver, musicus en schilder en had in 1914 een toneelstuk geschreven met de titel Les chants de la mi-mort. De hoofdpersoon is een “man zonder stem, zonder ogen, zonder gezicht”’.[1] In het gedachtengoed van de surrealisten speelt het lichaam in al zijn vormen een belangrijke rol. André Breton beschreef paspoppen in etalages als, ‘wonderbaarlijke wezens wier levenloze vormen in feite erotische handelswaar waren, rijp voor consumptie’.[2]

Een van de invloedrijkste figuren van de Parijse avant-garde, Guillaume Apollinaire, deelt De Chirico’s aandacht voor de poëtische betekenissen van gewone zaken: Italiaanse pleinen met onechte perspectieven, diepe schaduwen, mysterieuze classisistische beelden en objecten die er logischerwijs niet thuis horen.[3] Aansluitend op Apollinaires waardering voor De Chirico, verwelkomen Breton en andere leden van de surrealistische beweging hem in hun midden. De Chirico zag zichzelf echter niet als surrealist. Desondanks vormen de metafysische werken die hij in de jaren tien maakt een belangrijke inspiratiebron voor schilders als Max Ernst, Salvador Dalí, Paul Delvaux en René Magritte.[4]

De eerste eigenaren van de tweede versie van Il trovatore zijn Gala en Paul Éluard die De Chirico in de winter van 1923 in Rome bezoeken. Het is mogelijk dat de schilder deze variatie op het werk uit 1917 op verzoek van Éluard maakt.[5] Als De Chirico zich in 1925 weer in Parijs vestigt, spreken Breton en de andere surrealisten zich zeer negatief uit over zijn naoorlogse werken. De Chirico was echter ruim voor de ontdekking van zijn metafysische werk door de surrealisten in de jaren twintig, namelijk omstreeks 1918, een heel andere koers gaan varen door klassiek aandoende schilderijen te maken. Bretons aanvankelijk lovende woorden maken nu plaats voor harde kritiek.[6] De Chirico wordt verweten beklagenswaardige kopieën van grote meesters te maken en zijn eigen werk te herhalen. Il trovatore behoort samen met Au seuil de la liberté van Magritte en Le couple van Ernst tot de eerste drie surrealistische werken in de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen. Ze werden in 1966 gezamenlijk aangekocht door het museum uit de gerenommeerde verzameling van het Belgische echtpaar Joseph Berthold (Bertie) en Gaëtane (Gigi) Urvater.[7]

 

Noten

[1] Londen 1990, p. 81.

[2] Londen/Rotterdam/Bilbao 2007-2008, pp. 119-137, in het bijzonder p. 122.

[3] Los Angeles 2011 p. 15, noot 56: Apollinaire is de eerste schrijver die de benaming ‘metafysische schilderkunst’ gebruikt met betrekking tot de schilderijen die De Chirico tussen 1909 en 1919 maakt.

[4] Gibson 1997b, pp. 196, 369.

[5] Londen/Rotterdam/Bilbao 2007-2008, p. 308, geciteerd naar Gateau 1982, pp. 97-98.

[6] Breton 1965, p. 60.

[7] Voor de aankoopgeschiedenis zie Van Kampen-Prein in deze publicatie, pp. 22-25.

Toon catalogustekst Verberg catalogustekst

Alles over de maker

Giorgio de Chirico

Vólos 1888 - Rome 1978

Giorgio de Chirico probeert met zijn kunstwerken een nieuwe realiteit te verbeelden die bestaat uit onsamenhangendheid en mysterie. In zijn werken hangt vaak...

Bekijk het volledige profiel