Previous Next Facebook Instagram Twitter Back to top
t/m 28 mei 2017

Gek van surrealisme

Dalí, Ernst, Magritte, Miró... uit de collecties van Roland Penrose, Edward James, Gabrielle Keiller en Ulla en Heiner Pietzsch

Museum Boijmans Van Beuningen presenteerde van 11 februari tot en met 28 mei 2017 met trots ‘Gek van surrealisme’, een ongeëvenaard overzicht met topstukken afkomstig uit vier befaamde Europese privéverzamelingen.

In het voorjaar van 2017 stond Museum Boijmans Van Beuningen volledig in het teken van het surrealisme. Het museum liet de passie en belevingswereld zien van kunstenaars als Salvador Dalí, Max Ernst, René Magritte en Joan Miró, alsmede hun verdraaiingen van de dagelijkse werkelijkheid.

De ruim 300 werken in de expositie waren afkomstig uit vier voortreffelijke privécollecties, die voor het eerst waren samengebracht.

Deze internationaal reizende tentoonstelling kwam tot stand in nauwe samenwerking met twee gerenommeerde kunstmusea: de Scottish National Gallery of Modern Art in Edinburgh en de Hamburger Kunsthalle.

Kunstenaars in de tentoonstelling

Acme Newspictures, Inc., Eileen Agar, Jean (Hans) Arp, Cecil Beaton, Hans Bellmer, Victor Brauner, André Breton, Edward Carrick, Leonora Carringon, Giorgio de Chirico, Joseph Cornell, Salvador Dalí, Paul Delvaux, Marcel Duchamp, Nusch Éluard, Paul Éluard, Max Ernst, Plutarco Gastélum Esquer, D. Gascoyne, Alberto Giacometti, Stanley William Hayter, Maurice Henry, Hannah Höch, Valentine Hugo, Georges Hugnet, Edward James, Marcel Jean, Jaqueline Lamba, René Magritte, André Masson, Vincent Mentzel, E.L.T. Mesens, Claude Michaelides, Lee Miller, Joan Miró, Henry Moore, P. Naville, Wolfgang Paalen, Eduardo Paolozzi, Norman Parkinson, H. Pastoureau, Roland Penrose, Valentine Penrose, B. Péret, Francis Picabia, Pablo Picasso, Man Ray, H. Read, Mark Rothko, Henri Rousseau, Eric Schaal, N. Simon, A. Stieglitz, H. Sykes Davies, Yves Tanguy, Dorothea Tanning, Eileen Tweedy & Tristan Tzara.

De verzamelaars

Waren de surrealisten al gepassioneerd, hun verzamelaars waren dat niet minder. Drie van de privéverzamelingen zijn afkomstig van gefortuneerde, excentrieke Britse mecenassen die zich in de jaren dertig actief met de surrealisten bemoeiden: Edward James (1907-1984), Roland Penrose (1900-1984) en Gabrielle Keiller (1908-1996). De vierde collectie is van het Duitse echtpaar Ulla en Heiner Pietzsch, die vanaf de jaren zeventig een collectie surrealistische kunst van wereldniveau aanleggen.

Niet gek óp, maar gek ván

Het surrealisme is niet zozeer een kunststroming, eerder een levenshouding. Het is een denkwijze; een manier om anders tegen het alledaagse aan te kijken. Met een andere blik kan de dagelijkse realiteit op een totaal nieuwe manier worden ervaren. Het is mede daarom dat de tentoonstelling Gek van surrealisme heet en niet Gek op surrealisme.

Niet alleen de kunstenaars zijn 'gek van surrealisme', ook de verzamelaars Penrose, James, Keiller en het echtpaar Pietzsch hebben een hechte band met de kunstbeweging. Door hun collecties naast elkaar te plaatsen wordt duidelijk hoe de verschillende verzamelaars elk op hun eigen manier door het surrealisme geïnspireerd zijn geraakt.

Surrealisme in Rotterdam

Dat deze tentoonstelling in Rotterdam te bezichtigen is, is niet heel ‘gek’: Museum Boijmans Van Beuningen beschikt namelijk over een uitgebreide collectie surrealistische kunst. Het surrealisme vormt zelfs een van de belangrijkste collectiepijlers. Ook de centrale rol van particuliere verzamelaars in de tentoonstelling sluit goed aan bij het museum, aangezien het ooit is ontstaan vanuit het initiatief van een particuliere verzamelaar, dhr. F.J.O. Boijmans.

Hoogtepunten uit de collectie

Enkele topstukken die via verzamelaar Edward James in de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen zijn gekomen, zijn Magritte's schilderij 'La reproduction interdite' (1937) en Dalí's 'White Aphrodisiac Telephone' (1936).

Toch afgebeeld

Op deze raadselachtige foto van Edward James voor René Magritte's schilderij 'Op de drempel van de vrijheid' (1930), baseert de Belgische kunstenaar 'La reproduction interdite'. Beide schilderijen bevinden zich in de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen.

Toch afgebeeld
Edward James in front of "On the Threshold of Liberty", 1937, gelatine zilverdruk, courtesy The Metropolitan Museum of Art, c/o Pictoright Amsterdam 2017.

De hierboven genoemde werken komen uit het voormalige bezit van Edward James. Geboren in een rijke familie, erft hij in 1912, op zeer jonge leeftijd, een groot bedrag als zijn vader overlijdt. Van dit geld besluit hij om kunst te kopen en surrealistische kunstenaars te ondersteunen, waaronder René Magritte en Salvador Dalí.

James wil echter niet als verzamelaar en mecenas gezien worden, maar als dichter en iemand die actief samenwerkt met de kunstenaars. Doordat James zo dicht bij de kunstenaars staat, bouwt hij desondanks een indrukwekkende collectie op. Later verkoopt hij hiervan een aantal belangrijke meesterwerken van Dalí en Magritte, om onder andere zijn surrealistische tuin 'Las Pozas' ('De Meertjes') en zijn school West Dean College te financieren.

Las Pozas

Vlakbij Xilitla, een bergstadje ten noorden van Mexico-Stad, verrijzen plant-vormige betonnen zuilen, bruggetjes, kunstwerken en spiraalvormige trappen die naar nergens naartoe leiden.
Vlakbij Xilitla, een bergstadje ten noorden van Mexico-Stad, verrijzen plant-vormige betonnen zuilen, bruggetjes, kunstwerken en spiraalvormige trappen die naar nergens naartoe leiden.
'Las Pozas' - oftewel 'De meertjes' - valt te omschrijven als een groot tuinkunstwerk in de woekerende Mexicaanse jungle. Met veertien hectare misschien wel het grootste surrealistische kunstwerk ooit.
'Las Pozas' - oftewel 'De meertjes' - valt te omschrijven als een groot tuinkunstwerk in de woekerende Mexicaanse jungle. Met veertien hectare misschien wel het grootste surrealistische kunstwerk ooit.

In 1970-1971 geeft Edward James voor de overzichtstentoonstelling Dalí maar liefst 32 werken in bruikleen aan Museum Boijmans Van Beuningen. Het goede contact tussen James en Renilde Hammacher, hoofdconservator Moderne Kunst, resulteert in een langdurig bruikleencontract in 1972. Het vormt de basis voor de spectaculaire aankopen die het museum later in 1977 en 1979 bij Edward James zal doen.

Polygoonjournaal Dalí-tentoonstelling 1970-1971

Renilde Hammacher

Het is onder leiding van Renilde Hammacher (1913-2014) dat het museum belangrijke aankopen doet uit de collectie van James. In 1963 wordt zij de eerste hoofdconservator Moderne Kunst van het museum en kiest voor een nieuwe verzamelrichting: het surrealisme. Met deze keuze zet zij Museum Boijmans Van Beuningen slim op de kaart, geen enkel ander Nederlands museum heeft zich tot dan toe op het surrealisme toegelegd.

Eén van haar grootste prestaties is zonder twijfel het binnenhalen van 14 topstukken uit de enorme verzameling van Edward James. Hammacher en haar man, Bram Hammacher (oud-directeur van het Kröller-Müller Museum),  bouwen een hechte vriendschap met hem op en zijn geregeld te gast op zijn landgoed West Dean in Sussex. De belangrijkste aankopen worden gedaan in 1977 en 1979: uit de verzameling van Edward James worden door het museum veertien werken van Magritte en Dalí aangekocht. Hiermee wordt de basis van de surrealismecollectie gelegd.

Renilde Hammacher
Salvador Dalí en Renilde Hammacher tijdens de opening van Dalí in Museum Boijmans Van Beuningen, 1970.
Renilde Hammacher over Dalí

Surrealistische thema's

In de tentoonstelling Gek van surrealisme wordt niet alleen aandacht aan de verzamelaars geschonken. Ook een aantal centrale thema's binnen het surrealisme wordt uitgelicht in de tentoonstelling. Een aantal wordt hieronder kort uitgelicht.

Visuele poëzie
Het surrealisme begint in eerste instantie als een literaire beweging. In de loop van de jaren 20 speelt de beeldende kunst echter een steeds grotere rol; net als literatuur en poëzie blijkt het gestalte te kunnen geven aan droombeelden en het onderbewuste. Schilders als Paul Delvaux (1897-1994) streven een visuele vorm van poëzie na; een vrije gedachtestroom op het doek. Hoewel Delvaux zichzelf niet tot het surrealisme rekent, is zijn werk door menigeen met deze beweging in verband gebracht. Hijzelf noemt zijn werk liever 'een poëtisch realisme': een ongeschreven gedicht, waarvan de exacte betekenis niet duidelijk is.

Een vleugje toeval...

In Les chants de Maldoror door de Comte de Lautréamont (pseudoniem Isidore Ducasse) staat een zin die de surrealisten bijzonder aanspreekt: ‘Mooi als de toevallige ontmoeting van een naaimachine en een paraplu op een ontleedtafel.’ Het vormt een inspiratiebron voor veel van hun werken, waarin het toeval en contrasterende elementen vaak centraal staan. Door toevallige elementen bij elkaar te brengen verwerpen de surrealisten de ratio. Om het toeval de uitkomst te laten bepalen, gebruiken de surrealisten allerlei technieken en spellen. Eén van die spellen is het cadavre exquis, waarbij samen een toevallige zin of een beeld wordt gecreëerd. Iedereen kan dit spelen, je hoeft er geen kunstenaar voor te zijn!

... en een snufje automatisme

Naast het toeval, is ook het automatisme een belangrijk thema in het surrealisme. Met automatisme wordt spontaan geuit wat er in gedachten opkomt, zonder het verstand te gebruiken. Geïnspireerd door psychoanalyticus Sigmund Freud, gebruiken de surrealisten technieken om het onderbewuste aan het licht te brengen. Bijvoorbeeld automatisch schrijven, automatisch tekenen en vrij associëren. Vaak spelen dromen hierbij een rol. De surrealisten geloven dat  de creativiteit die vanuit het onderbewuste komt waardevoller is dan iets wat vanuit het verstand komt. Zowel Joan Miró als Yves Tanguy zijn bekende kunstenaars die hun werken maken door middel van (semi-)automatische technieken.

... en een snufje automatisme
Sigmund Freud, de grondlegger van de psychoanalyse die de surrealisten geïnspireerd heeft.
Het ongewone in het alledaagse

Het ongewone in het alledaagse

De surrealisten lijken vaak de werkelijkheid te ondermijnen, maar halen ook inspiratie uit het alledaagse. Magritte beeldt vaak realistische situaties af, maar met een vreemde draai. De titels maken deze nog surrealistischer: om te voorkomen dat de titel de voorstelling verklaart, wordt deze doorgaans bedacht door een bevriende kunstenaar. René Magritte, Le poison (Het gif), 1939, gouache op papier, aankoop 1977, c/o Pictoright Amsterdam 2017.

Begeerlijke objecten

In navolging van de Weense psychoanalyticus Sigmund Freud, zijn de surrealisten ervan overtuigd dat de mens van nature over allerlei (onderbewuste) verlangens beschikt. Deze - vaak erotische - driften moeten worden bevrijd. Door objecten te maken met gevonden voorwerpen volgens het principe van den toevallige ontmoeting van een naaimachine en een paraplu op een snijtafel, komen deze onderbewuste driften tot uiting. Vooral Dalí is een meester in het maken van dit soort ‘begeerlijke objecten’: kijk maar eens naar 'Objet scatologique à fonctionnement symbolique' (1931).

 

Begeerlijke objecten
Salvador Dalí, Objet scatologique à fonctionnement symbolique (Scatologisch object dat symbolisch functioneert), 1931 (1973), hout, leer, kaarsvet, textiel, karton, haar, marmer, messing, lood, draad, gips, zwart-witfoto, bruikleen Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 2001, c/o Pictoright Amsterdam 2017.

Destino - Walt Disney & Salvador Dalí

Dat wij tegenwoordig niet meer zo opkijken van een bank in de vorm van lippen - de Mae West Lips Sofa werd in de jaren 30 als zeer choquerend ervaren - betekent niet dat het surrealisme uit ons leven verdwenen is. Juist meer dan ooit is onze alledaagse wereld doordrongen van surrealistische beelden. Denk maar eens aan reclames, films, mode en videoclips, waarin gebruik wordt gemaakt van de beeldtaal van het surrealisme. Door het gebruik van nieuwe digitale technieken is het nog gemakkelijker om vervreemdende beelden neer te zetten. Kijk maar eens naar deze samenwerking van Salvador Dalí en Walt Disney. Hoewel maar vijftien seconden in 1946 daadwerkelijk door Dalí zijn gemaakt, heeft Disney in 2003 het project afgemaakt op basis van de oorspronkelijke ideeën en originele schetsen van Dalí.

Destino
Catalogus

Catalogus

Bij de tentoonstelling is een bijzonder vormgegeven catalogus verschenen voorzien van een cassette. Deze bevat zowel essays van de samenstellers van de tentoonstelling als andere experts en een aantal omvangrijke beeldkaternen. De catalogus is verkrijgbaar in de betere boekhandel, de museumwinkel en via de webshop.

€ 44,95 Webshop