Previous Next Facebook Instagram Twitter Back to top
t/m 27 juli 2014

Bébert - Uitgeverij en Galerie

In het prentenkabinet van Museum Boijmans Van Beuningen zijn regelmatig wisselende presentaties te zien. In de wintermaanden van 2014 toonde het museum verschillende bibliofiele uitgaven en kunstenaarsedities uitgegeven door de Rotterdamse uitgeverij en galerie Bébert (1980-1990).Vanuit de Stadscollectie zal op regelmatige basis aandacht worden geschonken aan Rotterdamse kunstinitiatieven. De reeks was samengesteld door Noor Mertens, conservator Moderne en hedendaagse kunst en Stadscollectie.

In 1980 zet Pablo van Dijk (1956) uitgeverij Bébert op in Rotterdam. In de beginjaren richt Bébert zich op bibliofiele uitgaven en maakt publicaties met Nederlandse schrijvers als Jeroen Brouwers en K. Schippers. Bébert heeft de mogelijkheid om met belangrijke nationale en internationale kunstenaars te werken, omdat de uitgeverij geen concurrentie vormt voor de galeries die deze kunstenaars in Nederland en het buitenland vertegenwoordigen. Pablo zet vanaf 1983 de uitgeverij samen met zijn toenmalige partner Pandora Tabatabai Asbaghi (1957) voort. In de loop van de jaren richten zij Bébert zich meer en meer op kunstenaarsedities. In deze stijlvolle uitgaven speelt het geschreven woord steeds meer een ondergeschikte rol. In 1988 verhuist Bébert naar een monumentaal pand aan de Westersingel. Vanaf dat moment profileert Bébert zich zowel als galerie, als uitgeverij. Wanneer Pablo in 1989 naar New York vertrekt, zet Pandora nog een jaar de galerie voort.

Doos van Pandora

Een hoogtepunt binnen de kunstenaarsedities die Bébert uitbracht is de serie ‘Contemporary Archaeology - Part One, Two and Three’ , de zogenaamde ‘Pandoradozen’, uitgegeven tussen 1985 en 1990. Elk deel van ‘Contemporary Archeology’ met elk afzonderlijk een tiental werken van Nederlandse en buitenlandse kunstenaars verschijnt in een oplage van 200. ‘Contemporary Archaeology’ bevat onder andere werken van Richard Hamilton, Richard Artschwager en René Daniëls. Deze ‘Pandoradozen’ zijn niet alleen vernoemd naar de mythische doos van Pandora, maar verwijzen ook naar Marcel Duchamp’s ‘Boîte-en-valise’ in de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen. Ze kunnen worden opgevat als draagbare tentoonstelling. Alle deelnemende kunstenaars waren gevraagd om in de tweehonderd identieke exemplaren zoveel mogelijk variatie aan te brengen. Dit leidt tot een box die zijn naam eer aandoet; elk met een 'onvoorstelbare inhoud'. Het museum toonde de drie complete ‘Pandoradozen’.

De kunstenaarsedities in deze tentoonstelling waren grotendeels afkomstig uit het legaat van Dhr. Johannes Westerhuis.