Previous Next Facebook Instagram Twitter Pinterest Back to top

Het digitaal depot: de geschiedenis van digitale museumeducatie

Als een museumcollectie veel omvangrijker is dan een museumgebouw groot, hoe laat je een publiek dan zien wat je in huis hebt? Hoe zorg je ervoor dat de kunst niet verborgen blijft in ondergrondse depots, maar bereikbaar en beschikbaar is? Hoe kan niet een klein percentage, maar een hele kunstcollectie mensen inspireren, informeren en verwonderen? Het Depot Boijmans Van Beuningen, waaraan hard wordt gewerkt, biedt een modern antwoord op deze vragen. Maar de vragen zelf zijn niet nieuw. In 2003 komt het museum met een voor die tijd zeer vooruitstrevende oplossing om meer van de collectie te kunnen tonen: het digitaal depot. Een oplossing die wordt gerealiseerd maar ook weer verdwijnt. Waaruit bestond dit omvangrijke en ambitieuze project, waarom verdween het weer en wat leerden we ervan?

Wat eraan vooraf ging

In 1995 begint Museum Boijmans Van Beuningen met het digitaliseren van haar collectie: gegevens die tot dusver vooral op papier werden geregistreerd en in kaartenbakken werden bewaard, worden ingevoerd in een digitale omgeving, met daarbij digitale foto’s als die beschikbaar zijn. In 1997 wordt een deel van die informatie via een website toegankelijk gemaakt voor het publiek. Dit is een belangrijke stap in het voor het publiek toegankelijk maken van de collectie. Chris Dercon - toenmalig directeur van het museum – besluit nog een sprong te wagen. Onder zijn leiding en met een genereuze bijdrage van de Stichting Willem van der Vorm en de Mondriaan Stichting, worden bij een verbouwing in 2003 twee digitale hoogstandjes in de nieuwe entreehal van het museum geplaatst: een datawand en een datawolk, die samen ‘het digitaal depot’ vormen. Verschillende partijen zijn betrokken bij de realisatie van het project. In het museum werken de afdeling collectieregistratie, Hanneke de Man en Saskia de Jong aan het project. Voor de conceptontwikkeling werken ze nauw samen met Bureau Kossmann en de Jong uit Amsterdam, dat ook het ruimtelijk ontwerp in handen heeft. De digitale vormgeving wordt verzorgd door LUST uit Den Haag en de technische realisatie wordt uitgevoerd door Vepon uit Almelo.

Schermen en sterrenstelsels

Beide nieuwe presentaties geven bezoekers inzage in de collectie. De datawolk bestaat uit een groot scherm waarop een sterrenstelsel is geprojecteerd. Dat sterrenstelsel visualiseert de uitgestrekte collectie van het museum en biedt antwoord op vragen als: ‘hoeveel objecten zijn er op reis?’ en ‘welke verzamelaar schonk de meeste kunst aan het museum?’ Met een joystick navigeert de bezoeker door dit heelal vol informatie.

De datawand is een ruimtelijke opstelling van een groot touchscreen, dat transparant of ondoorzichtig kan worden gemaakt, met daarachter een wand met kunstwerken. Op het scherm kunnen bezoekers kennis opdoen over afzonderlijke objecten. Te zien zijn de contouren van de objecten die op de wand achter het scherm zijn opgehangen. Raak je zo’n contour aan, dan verschijnen er afbeeldingen en wordt het object dat bij het contour hoort uitgelicht op de wand. In sommige gevallen is er extra informatie beschikbaar over de objecten, zoals een korte tekst, een geluidsfragment of een korte video. Informatie over de tentoonstelling ‘Lof der zeevaart’ verschijnt bijvoorbeeld in de vorm van een filmpje waarin Friso Lammertse, conservator oude kunst, vanuit een dobberend bootje hierover uitleg geeft.

Schermen en sterrenstelsels

Vernieuwing en veroudering

De technologie en ook de hardware zelf – enorme semitransparante touchscreens – zijn in 2003 zeer vernieuwend voor de musea en worden enthousiast ontvangen. ‘Eindelijk eens iets in een museum waar je aan mag zitten en waar je zelfs vieze vingers op mag maken’ schrijft een journaliste vlak na de opening van de datawolk in het tijdschrift Kunstbeeld. Het digitaal depot is een doorslaand succes dat in de jaren na de opening veel belangstelling geniet, zowel van vakgenoten als van het publiek. Toch wordt in 2006 besloten het project te verwijderen. Dat heeft verschillende redenen. Zowel systemen als content vragen veel updates, iets waarvoor de organisatie op dat moment niet goed genoeg is toegerust. Bovendien heeft het museum nieuwe plannen voor de entreehal.

De objecten worden weer in het fysieke depot opgeborgen, de techniek en de touchscreens hebben hun beste tijd gehad. De collectiewebsite van het museum, de Collectie Boijmans Online, begint aan een opmars en ondervangt een deel van de informatievoorziening die ooit van het digitaal depot en de datawolk was.

Toch verdwijnt met de schermen niet ook de behoefte om de collectie op een meer tastbare manier te ontsluiten voor het publiek. Mogelijk biedt het nieuwe Depot Boijmans Van Beuningen inzicht in de collectie, net zoals de datawolk en de datawand dat deden, maar dan door op veel grotere schaal de objecten echt te laten zien. Opnieuw wordt er nagedacht over hoe digitale technieken kunnen bijdragen aan kennisoverdracht. De joystick komt waarschijnlijk niet meer terug, maar de plannen voor digitale ontsluiting van de collectie in het nieuwe depot zijn volop in ontwikkeling. Wie weet herinneren de digitale snufjes straks weer een beetje aan wat toen, in 2003, het nieuwste van het nieuwste was.

Jephta de Visser
Stagiaire digitale publieksbegeleiding

Bekijk hier een video van Kossmann.dejong waarin te zien is hoe de datawand werkte. Meer informatie