Previous Next Facebook Instagram Twitter Pinterest Back to top
Man te halven lijve

Vraag maar raak

Laden...

Bedankt, je vraag is verzonden.

Helaas, er is iets mis gegaan met het verzenden van je vraag. Probeer het aub nog eens.

High-res beeldmateriaal aanvragen

Meer informatie

Specificaties

Titel Man te halven lijve
Materiaal en techniek Zwart krijt, pen in bruine inkt, kaderlijnen met de pen in bruine inkt
Objectsoort
Tekening > Tweedimensionaal object > Kunstvoorwerp
Locatie Dit object is in het depot
Afmetingen Hoogte 193 mm
Breedte 140 mm
Makers Tekenaar: Roelandt Savery
Vroegere toeschrijving: Pieter Bruegel (I)
Inventarisnummer N 126 (PK)
Credits Bruikleen / Loan: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (voormalige collectie / former collection Koenigs)
Collectie Tekeningen & Prenten
Verwervingsdatum 1940
Leeftijd maker Circa 22 tot 42 jaar
Signatuur geen
Watermerk Coat of arms, ornamented shield with initial R [?] (fragment, lower part, 34 x 20 mm, on P4 from below; vV, 7P, quarto). [AE]
Conditie vouwen, vlekken met name in de hoeken
Inscripties 'grisse / mael' (links), 'swardtte mus / grisse rock' (rechts), 'nardt hedt leuen' (rechtsonder; diverse kleurnotities, in pen en bruine inkt), 'Provient de la collection / d’Armand de Mestral- St. Saphorin / 1738-1805 / acheté à un de ses descendants' (verso, middenonder, in pen in zwarte inkt, met paraaf van Ch. Eggimann, L.530), '9' (verso, inksboven, in blauw potlood, omkaderd), 'Provient' (verso, midden, in potlood), 'fragment de filigrane' (verso, rechtsmidden, in potlood, bijschrift bij overtrek in potlood van het watermerk), '231/2 30[..]' (verso, middenonder, in potlood), 'L' (verso, rechtsonder, in potlood)
Verzamelaar Franz Koenigs
Merkteken Ch. Eggimann (L.530 tweemaal), F.W. Koenigs (L.1023a)
Tentoonstellingen Rotterdam 1934, no. 10 (als Pieter Bruegel); Rotterdam 1938, no. 248; Rotterdam 1952, no. 20; Rotterdam/New York 2001, no. 131 (als Roelandt Savery)
Onderzoek Vroeg Nederlandse tekeningen uit de 15e en 16e eeuw
Literatuur De Tolnay 1935, p. 103, nr. 11 (als Pieter Bruegel); Haverkamp Begemann 1952, no. 20; De Tolnay 1952, nr. A35 (als Apocrief); Grossmann 1954, pp. 46-48 (als Pieter Bruegel, opgewerkt door een zwakkere kunstenaar); Münz 1961, nr. 114 (als Pieter Bruegel); Kuznetsov 1973, p. 216 (als Roelandt Savery); Spicer-Durham 1979, nr. C 222 en p. 227, p. 713; Liess 1981, p. 93 (als Pieter Bruegel, later opgewerkt, mogelijk door Roelandt Savery); Anoniem 1994, p. 13 (ill.); Sellink in Rotterdam/New York 2001, p. 285 (als Roelandt Savery); Collection Catalogue 2012 (online)
Materiaal
Object

Let op: De gegevens van dit object zijn nog niet gecontroleerd.
Neem contact op met een conservator als iets niet lijkt te kloppen.

Entry catalogus Nederlandse tekeningen uit de vijftiende en zestiende eeuw

Auteur: Yvonne Bleyerveld

Van Roelandt Savery zijn circa 250 tekeningen bekend, waaronder landschappen, dierstudies en prentenontwerpen.1 Deze acht figuurstudies behoren tot een groep van ongeveer tachtig tekeningen van boeren, marktvrouwen, bedelaars, kreupelen, goedgeklede burgers en joden, die Roelandt Savery maakte in en rond Praag in de jaren 1603-1613/1614, toen hij als hofschilder aan het hof van keizer Rudolf II werkzaam was. De tekeningen staan bekend als de naer het leven-tekeningen, een naam die zij danken aan de inscripties die op een aantal ervan voorkomen – zoals nart het leven, nardt het leven, nar hedt leven – en die erop wijzen dat het gaat om studies van personen die Savery in zijn directe omgeving aantrof. De tekeningen zijn gemaakt in zwart of rood krijt, media die uitermate geschikt zijn om ter plekke snelle schetsen te maken, en naderhand te worden uitgewerkt met pen en bruine inkt.

Tot ver in de twintigste eeuw werden de naer het leven-tekeningen beschouwd als werken van Pieter Bruegel, totdat Frans van Leeuwen en Joaneath Spicer omstreeks 1970 deze tekeningen aan Roelandt Savery toeschreven.2 Een belangrijk argument daarvoor, dat allereerst werd aangedragen door Van Leeuwen in 1967, was de overeenkomst tussen de inscripties op de naer het leven-tekeningen en de opschriften op Savery’s stadsgezichten, bijvoorbeeld op diens Gezicht op de Karelsbrug in Praag.3 Een tweede argument was de stilistische verwantschap tussen de figuurstudies en getekende en geschilderde voorstellingen van Roelandt Savery. Daarnaast zijn sommige typen watermerken identiek aan de watermerken in het papier van andere bladen van Savery. Bovendien duidt de kleding van de uitgebeelde personen erop dat zij in Bohemen getekend zijn, een streek die Savery, in tegenstelling tot Pieter Bruegel, uit eigen waarneming kende.4

In 1979 werkte Spicer haar opvattingen over het auteurschap van de naer het leven-tekeningen verder uit in haar oeuvrecatalogus van Savery’s tekeningen. Sindsdien is de toeschrijving aan Roelandt Savery algemeen aanvaard. Alleen Reinhard Liess blies oude hypothesen nieuw leven in, toen hij stelde dat de figuurstudies in zwart en rood krijt van de hand van Pieter Bruegel zijn, terwijl hij in de toevoegingen in pen en bruine inkt een andere hand herkende, mogelijk die van Roelandt Savery.5 Zijn theorie heeft echter geen bijval gevonden.

Savery tekende mensen die hij zag op straten of pleinen in hun alledaagse, soms armoedige en gescheurde of verstelde kleding, met hun manden, tassen, wandelstokken en krukken. Hij vond trof hen aan met hun handelswaar op de markt, staand of zittend op lage muurtjes en tonnen, in groepjes pratend of bedelend in portalen. Zes tekeningen uit de naer het leven-groep verbeelden joden op de markt of in de synagoge, die de kunstenaar gezien zal hebben in de joodse wijk van Praag.6 Hij legde zijn modellen vast als enkele figuren of in twee- of drietallen, zonder beweging of interactie. De getekende boeren, marktlui en bedelaars hebben vaak verweerde, gerimpelde gezichten, kenmerkend voor mensen die veel buiten zijn of een zwaar leven leiden. Ze dragen dikke jassen, broeken en mutsen en hebben veelal hun handen in hun mouwen gestopt om zich tegen de kou te beschermen. De studies wekken de indruk dat Savery zijn modellen tekende zonder dat deze wisten dat ze werden bestudeerd: de mannen en vrouwen zijn meestal en profil, schuin van achteren of op de rug geportretteerd.7 Ter plekke maakte hij summiere schetsen in zwart of rood krijt, die hij naderhand met de pen in bruine inkt verder uitwerkte. Deze directe observatie van mensen in hun dagelijkse bezigheden maakt dat het naturalisme in de voorstellingen groot is, iets wat in de kunst van de vroege zeventiende eeuw een volkomen nieuw fenomeen was.

Veel van de naer het leven-tekeningen zijn voorzien van kleurnotities en soms ook materiaalaanduidingen, zoals grise mūs (grijze muts), vill witte lappen (vilten witte lappen), swartte lerssen (zwarte laarzen).8 Het aanbrengen van kleurnotities – als geheugensteun bij een latere toepassing van een getekend motief in bijvoorbeeld een schilderij – was al in de vroege zestiende eeuw een gebruikelijke praktijk, maar niet eerder gebeurde dit zo veelvuldig en consequent als bij deze groep tekeningen.9

Savery maakte zijn studies van mensen op straat met het doel beeldmateriaal te verzamelen voor zijn geschilderde en getekende genrevoorstellingen van het boerenleven.10 Enkele malen paste de kunstenaar een figuurstudie in een genrevoorstelling toe, maar de voorbeelden daarvan zijn zeldzaam.11 Savery streefde bovendien een breder doel na dan het verzamelen bruikbare motieven: door de zorgvuldige uitwerking in pen en inkt en de grote aandacht voor alledaagse details, ontstaat de indruk dat hij in de eerste plaats tekende wat hem interesseerde en met een soort antropologische nieuwsgierigheid de mensen op straten en markten observeerde.

Binnen de groep figuurstudies, die zoals gezegd ontstonden in de jaren 1603-1613/1614, valt een duidelijke ontwikkeling waar te nemen van aanvankelijke onwennigheid naar een steeds grotere souplesse en spontaniteit.12 Spicer verdeelt de naer het leven-tekeningen in een A, B en C-groep, die elkaar geleidelijk opvolgen en soms overlappen. De tekeningen uit de A-groep getuigen van Savery’s onbekendheid met het onderwerp. De figuurtjes zijn klein, met karikaturale gelaatstrekken en getekend in korte, onzekere lijnen. De B-groep kenmerkt zich door een sobere, informatieve stijl. De vormen van de figuren zijn helder neergezet, hun gezichten minder maskerachtig dan die de A-groep en details zijn verder uitgewerkt. De tekeningen uit de C-groep laten zien dat Savery op den duur volledig vertrouwd was geraakt met de materie. De figuren hebben soepele, ononderbroken contouren en raak getroffen houdingen en gezichten. Met parallelle en kruisarceringen zijn volume en stofuitdrukking op overtuigende wijze weergegeven. Van de acht hier besproken naer het leven-tekeningen behoren alleen MB 1788 en MB 1790 tot de B-groep; de overige bladen worden gerekend tot de C-groep.

Deze man met lange baard draagt een mantel die wordt dichtgehouden door een om zijn middel geknoopt touw, waaraan een bonten beurs hangt. Mogelijk is hij een boer of – gezien zijn opvallend aanwezige beurs – een handelaar. Savery was hier alleen geïnteresseerd in de bovenkleding van de man, want onder de rand van de mantel houdt de tekening op. Wat betreft type voorstelling is de tekening enigszins vergelijkbaar met Savery’s Studie van een boer in Frankfurt, die ook als halffiguur en naar links gewend uitgebeeld is, met een beurs aan zijn gordel en de handen weggestopt onder zijn kleding.13 De boer van het onderhavige blad is tamelijk schematisch gekopieerd op twee studiebladen met diverse figuren van Herman Saftleven (1609-1685), een in Amsterdam en een in Parijs.14 Mogelijk zag Saftleven de tekening in Utrecht, waar Savery vanaf 1619 woonde en Saftleven zich omstreeks 1632 vestigde.15

Noten

1 Zie voor een compleet overzicht Spicer-Durham 1979, dl. 2, Catalogue of drawings.

2 Van Leeuwen 1970; Spicer 1970a; Van Leeuwen 1971. Ook daarvoor werd Savery’s naam wel genoemd in verband met deze tekeningen. Zie voor de diverse opinies Spicer 1970a, pp. 4-6. Over de toeschrijvingskwestie van de naer het leven-tekeningen ook Miedema 1973 en Sellink in Rotterdam/New York 2001, pp. 284-288.

3 Van Leeuwen 1970; Van Leeuwen 1971, p. 147. De tekening bevindt zich in Praag, Národní galerie, inv. nr. K 64999, zie Prague/Courtrai 2010, nr. 1.

4 Zie voor al deze argumenten Van Leeuwen 1971; Spicer 1970a.

5 Liess 1981, pp. 87-113, in het bijzonder p. 93.

6 Spicer-Durham 1979, nrs. C 160, C 188, C 194, C 195, C 209, C 224; zie ook Vienna 1988, dl. 2, nr. 241; Frankfurt 2000, nr. 44.

7 Spicer-Durham 1979, p. 202.

8 Respectievelijk bij inv. nrs. MB 1788, MB 1789, MB 1792.

9 Zie bijvoorbeeld inv. nr. N 8; zie ook Van den Brink 2004, pp. 217-221.

10 Spicer-Durham 1979, pp. 201, 207.

11 Zie bijvoorbeeld London/Paris/Cambridge 2002, nr. 35; ook Washington/New York 1986, nr. 103. Volgens Sellink in Rotterdam/New York 2001, p. 285 verschijnt de boer op N 126 op de achtergrond van een geschilderde genrevoorstelling van Savery uit 1605 (in tent.cat. Roelant Savery in seiner Zeit (1576-1639), Keulen (Wallraf-Richartz-Museum); Utrecht (Centraal Museum) 1985/86, nr. 3). Mijns inziens gaat het echter om een vergelijkbaar figuur, maar niet om een navolging van deze tekening.

12 Spicer-Durham 1979, pp. 216-225, zie ook Schapelhouman 1987, p. 120.

13 Frankfurt am Main, Städelsches Kunstinstitut, inv. nr. 764; Spicer-Durham 1979, nr. C 209. Een tweede tekening in Frankfurt (inv. nr. 769), Boer met een staf – ook een halffiguur – wordt door Spicer-Durham  1979, p. 713 als een kopie naar Savery beschouwd.

14 Amsterdam, Rijksmuseum, inv. nr. RP-T-1888-A-1480. Parijs, Musée du Louvre, inv. nr. RF 04.561; Lugt 1929, nr. 699; Kuznetsov 1973, p. 216.

15 Zie voor de biografie van Herman Saftleven, Turner 1996, dl. 27, pp. 517-518 (W. Schulz); over kopieën van Saftleven naar Savery, Spicer-Durham 1979, pp. 227-228.

Toon onderzoek Nederlandse tekeningen uit de vijftiende en zestiende eeuw
Toon catalogustekst Verberg catalogustekst

Alles over de maker

Roelandt Savery

Kortrijk 1576 - Utrecht 1639

Bekijk het volledige profiel