Previous Next Facebook Instagram Twitter Pinterest Back to top

Karel van Mander

Meulebeke 1548 - Amsterdam 1606

Karel van Mander reisde naar onder meer Wenen en Rome, en vestigde zich daarna in Haarlem. Samen met de kunstenaars Hendrick Golzius en Cornelisz. van Haerlem bestudeerde hij de classicistische Italiaanse schilderkunst. In 1604 publiceerde hij zijn 'Schilderboek', waarin hij biografieën van Noord- en Zuid Europese kunstenaars beschreef. Hij deed dit naar voorbeeld van de Italiaanse biograaf Giorgio Vasari. Zijn schilderboek is nog steeds een belangrijke bron voor de kennis van kunstenaars in de 16de eeuw.

Auteur: Albert Elen

De doopsgezinde Haarlemse kunstenaar Karel van Mander (1548-1606) was afkomstig uit de Zuidelijke Nederlanden, geboren in een dorp tussen Kortrijk en Brugge. Hij was in de leer bij achtereenvolgens de schilder-dichter Lucas de Heere in Gent en, in de jaren 1568-1569, bij de schilder Peter Vlerick in Kortrijk en Doornik. In de navolgende jaren wijdde Van Mander zich aan de dichtkunst en schreef moraliserende toneelstukken. In de jaren 1574-1577 maakte hij een studiereis naar Rome en keerde terug naar Nederland via Bazel en Wenen. Tengevolge van de beroering in de Zuidelijke Nederlanden, vanwege religieuze twisten en onderdrukking door de Spaanse troepen, trok hij met zijn vrouw en kinderen naar het noorden en vestigde zich in Haarlem. Daar zette hij zijn werk voort als schrijver, tekenaar en schilder.

Zijn reputatie als kunstenaar wordt geëvenaard, zo niet overtroffen door die als auteur van het beroemde Schilder-Boeck.1 Dit boek, gepubliceerd in Alkmaar in 1604, bevat kunsttheoretische beschouwingen, waaronder zijn leerdicht ‘Den grondt der edel vry schilder-const’, een bewerking van de Metamorfosen van Ovidius en beschrijvingen van de levens en werken van Nederlandse en Duitse schilders, waaronder veel tijdgenoten uit de Nederlanden, van wie hij sommige persoonlijk gekend heeft. Zijn eigen biografie, die een autobiografie zou zijn geweest, liet hij uit bescheidenheid weg. Deze werd pas twaalf jaar na zijn dood in de editie van 1618 opgenomen. Hij geeft gedetailleerde informatie, van geboorte tot begrafenis.

Van Mander behoort tot de kleine groep maniëristische kunstenaars uit Haarlem die in het laatste kwart van de zestiende eeuw furore maakten en mede door de weidse verspreiding van hun stijl door middel van prenten toonaangevend waren. Hun inspiratie hadden enkele van hen, waaronder Van Mander en zijn goede vriend Bartholomeus Spranger, die elkaar in Rome hadden leren kennen, in Italië opgedaan.

Van Manders leven en werk zijn grondig onderzocht en gepubliceerd, vooral door Hessel Miedema (een uitvoerig geannoteerde Engelse vertaling in zes delen van het Schilder-Boeck uitgegeven in 1994-1997 en een oeuvrecatalogus van zijn werk in 1995) en Marjolein Leesberg (losse publicaties sinds 1996 en het New Hollstein-deel met de prenten in 1999).

Anders dan van zijn vriend en stadgenoot Goltzius zijn relatief weinig tekeningen van Van Mander bewaard gebleven, hooguit honderd.2

Noten

1 Van Mander 1618, fols R1r-S3v (ed. Miedema 1994, vol. 1, pp. 2-35).

2 Miedema 1995 noemt zestig tekeningen, doch alleen die welke in relatie staan tot prenten.

Lees verder Lees minder