:host { --enviso-primary-color: #FF8A21; --enviso-secondary-color: #FF8A21; font-family: 'boijmans-font', Arial, Helvetica,sans-serif; } .enviso-basket-button-wrapper { position: relative; top: 5px; } .enviso-btn { font-size: 22px; } .enviso-basket-button-items-amount { font-size: 12px; line-height: 1; background: #F18700; color: white; border-radius: 50%; width: 24px; height: 24px; min-width: 0; display: flex; align-items: center; justify-content: center; text-align: center; font-weight: bold; padding: 0; top: -13px; right: -12px; } Previous Next Facebook Instagram Twitter Pinterest Tiktok Linkedin Back to top
Madonna met zegenend Christuskind

Madonna met zegenend Christuskind

Toegeschreven aan: Anoniem (in circa 1440-1450)

Vraag maar raak

Laden...

Bedankt, je vraag is verzonden.

Helaas, er is iets mis gegaan met het verzenden van je vraag. Probeer het aub nog eens.

High-res beeldmateriaal aanvragen

Meer informatie

Specificaties

Titel Madonna met zegenend Christuskind
Materiaal en techniek Zilverstift op wit geprepareerd papier, uitgesneden en geplakt op een groter stuk papier
Objectsoort
Tekening > Tweedimensionaal object > Kunstvoorwerp
Locatie Dit object is in het depot
Afmetingen Breedte 130 mm
Hoogte 214 mm
Makers Toegeschreven aan: Anoniem
Werkplaats van: Rogier van der Weyden
Inventarisnummer N 9 (PK)
Credits Bruikleen Stichting Museum Boijmans Van Beuningen (voormalige collectie Koenigs), 1940
Collectie Tekeningen & Prenten
Verwervingsdatum 1940
Vervaardigingsdatum in circa 1440-1450
Signatuur geen
Watermerk geen / none (vH, ?P)
Conditie objectpapier langs de contouren van de Mariafiguur afgesneden en gemonteerd op doubleerpapier, vouwen, scheurtjes
Inscripties 'Alberto Durer' (rechtsboven, in pen in bruine inkt), 'K' verso, (rechtsonder, in potlood), '6xyz' (verso, linksboven, in potlood)
Verzamelaar Franz Koenigs
Merkteken 'Douane Paris centrale' (stempel op een sticker), F.W. Koenigs (L.1023a)
Tentoonstellingen Londen 1927, nr. 502 (Rogier van der Weyden); Amsterdam 1929, nr. 324; Rotterdam 1934, nr. 30; Angers 1935, nr. 208; Brussel 1935, nr. 401; Parijs 1935, nr. 208; Rotterdam 1938, nr. 383; Den Haag 1945, nr. 127; Parijs 1947, nr. 101; Rotterdam 1948, nr. 73; Brussel/Parijs 1949, nr. 9; Dijon 1950, nr. 104; Parijs 1952, nr. 20; Rotterdam 1952, no. 3; Praag 1966, nr. 4; Brussel 1979, nr. 20; Brugge 1994, nr 58; Florence 2000, nr. 42 (atelier Rogier van der Weyden); Antwerpen 2002, nr. 16 (Brussel, c. 1444-1450); Lille 2005, nr. 2 (Rogier van der Weyden(?)); Leuven 2009, nr. 39 (atelier Rogier van der Weyden, c. 1440), Rotterdam 2009 (coll 2 kw 1); Parijs/Rotterdam 2014, nr. 1; Washington 2017, nr. #; Leuven 2023, nr. #
Interne tentoonstellingen Tekeningen uit eigen bezit, 1400-1800 (1952)
De Collectie Twee - wissel I, Prenten & Tekeningen (2009)
Externe tentoonstellingen Bosch to Bloemaert. Early Netherlandish Drawings from the Museum Boijmans Van Beuningen (2014)
Bosch to Bloemaert. Early Netherlandish Drawings (2017)
Dieric Bouts. Tussen Hemel en Aarde (2023)
Onderzoek Toon onderzoek Nederlandse tekeningen uit de vijftiende en zestiende eeuw
Literatuur Friedländer 1926, pp. 29-32 (Rogier van der Weyden, c. 1450); Demonts 1927, p. 276; Dodgson in Conway (ed.) 1927, nr. 502; ANM VI 1928, p. 68; ANM XI 1933, p. 130, onder nr. 135; Koomen 1934, p. 302; Zwartendijk 1934, p. 356; MDH 1935, p. 115; Rotterdam 1938, no. 383, pl. 202; Schöne 1938, p. 63, nr. 9 (after Rogier van der Weyden); Winkler in ThB dl. XXXV (1942), p. 474; Degenhart 1943, nr. 12 (Circle of Rogier van der Weyden); Tolnay 1943/72, pp. 58, 131, nr. 154 (probably Rogier van der Weyden, c. 1450); Musper 1948, p. 22 (after Rogier van der Weyden); Ebbinge Wubben 1949, p. 17 (Rogier van der Weyden); Haverkamp Begemann 1952, no. 3; Lebeer 1953, pp. 191-192; Panofsky 1953, pp. 266, 464 (nr. 2) (possibly Rogier van der Weyden); Lebeer 1956 pp. 84-86 (Rogier van der Weyden); Haverkamp Begemann 1957, nr. 3 (attributed to Rogier van der Weyden (?)); Haverkamp-Begemann in Moskowitz (ed.) 1962, nr. 458; Eisler 1963, pp. 12, 36 (Rogier van der Weyden); Sonkes 1964, p. 75, nr. 35; Winkler 1964, p. 267; ENP, II, 1967, p. 91. nr. add. 146A; Carandente 1968, pp. 22-23; Sonkes 1969, pp. 29-31, no A4, p. 292; Kuznetsov 1970, p. 7; Boon 1971, pp. 277-78 (attributed to Rogier van der Weyden); De Vos 1971, pp. 120-23; Davies 1972, p. 234 (Rogier van der Weyden or after); De Callatay 1972, p. 23-25 (Rogier van der Weyden (?)); Bruyn 1974, p. 166; Comblen-Sonkes 1976, pp. 137-40 (Rogier van der Weyden); Comblen-Sonkes 1979, p. 71 en nr. 20; Bermejo-Martinez I, 1980, p. 133, under nr. 33 (Rogier van der Weyden); Faries 1983, p. 146 (Rogier van der Weyden group); Roberts 1987, p. 22 (Rogier van der Weyden); Dijkstra 1990, pp. 38, 48-49 (possibly Rogier van der Weyden); Martens 1993, p. 83; De Vrij 1992, pp. 22-24 (Rogier van der Weyden); De Vos in Brugge 1994, p. 182, nr. 58; De Vos 1994, pp. 363-364 (after Rogier van der Weyden); Campbell 1998, p. 297; Châtelet 1999, p. 78 (workshop Rogier van der Weyden); De Vos 1999, pp. 367, 392, no B24 (workshop Rogier van der Weyden); Van der Sman in Florence 2000, pp. 53-54, nr. 42; Buck 2001, p. 94 (Possibly after Rogier van der Weyden); Lorentz/Comblen-Sonkes 2001, p. 195 (without specification); Koreny/Zeman in Antwerpen 2002, nr. 16 (after Rogier van der Weyden, c. 1440-1450); Kemperdick 2004, pp. 29-30 (after Rogier van der Weyden); Gombert in Lille 2005, nr. 2 (Rogier van der Weyden (?), c. 1450); Syfer-d’Olne/Slachmuylders/Dubois 2006, pp. 305, 315 (attributed to Rogier van der Weyden); Frankfurt/Berlin 2008, p. 155 (after Rogier van der Weyden, c. 1450); Buck in Leuven 2009, p. 148 en nr. 39, (Workshop Rogier van der Weyden, c. 1440); Mund in Leuven 2009, pp. 193-194; Londen/New York 2011, p. 45 (follower of Rogier van der Weyden); Collection Catalogue 2012 (online); Leuven 2023, nr. #
Materiaal
Object
Techniek
Plakken > Geplakt > Toevoegen en verbinden van materialen > Algemene techniek > Techniek > Materiaal en techniek
Prepareren > Geprepareerd > Vormtechniek > Algemene techniek > Techniek > Materiaal en techniek
Snijden > Gesneden > Subtractieve techniek > Algemene techniek > Techniek > Materiaal en techniek
Geografische herkomst Zuidelijke Nederlanden > Nederlanden > West-Europa > Europa

Entry bestandscatalogus Vroeg Nederlandse tekeningen uit de 15e en 16e eeuw

Auteur: Judith Niessen

Liefdevol ondersteunt de zittende Madonna het kind in haar armen, dat een zegenend gebaar maakt. Deze zilverstifttekening is het oudste voorbeeld van deze compositie, die zijn oorsprong bij Rogier van der Weyden vindt. Het motief was van grote invloed. Het wordt herhaald in een groep vijftiende- en zestiende eeuwse miniaturen en schilderijen van kunstenaars als Hans Memling (ca. 1440-1494) en Adriaen Isenbrant (ca. 1485-1551).1 Daarvan benadert een schilderij uit het Bovenrijngebied, rond 1480 vervaardigd, de compositie op deze tekening het beste (afb. 1).2 Zonder de tekening te kennen, zag Winkler in dat het voorbeeld voor deze groep van Rogier afkomstig moest zijn.3 Toen de tekening enige jaren daarna opdook, beschouwde Friedländer deze als het vermiste prototype voor alle voorstellingen daarna en meende dat ze aan Rogier zelf kon worden toegeschreven. De tekening is inderdaad van hoge kwaliteit. De figurengroep is plastisch weergegeven en de fijne arceringen zorgen voor subtiele lichteffecten. Een aantal auteurs, waaronder Panofsky en Sonkes, sloten zich dan ook bij Friedländers mening aan.4

Inmiddels wordt echter aangenomen dat het hier om een natekening uit de werkplaats of de omgeving van Rogier naar een niet bewaard gebleven werk moet gaan.5 Daarvoor zijn een aantal argumenten aan te voeren. De uiterst nauwkeurig getekende figuur is geïsoleerd van haar omgeving weergegeven en laat geen schaduw zien. Het muurtje achter haar lijkt later om haar heen getekend, waardoor het pas, dankzij de pilaar rechts naast haar, in tweede instantie duidelijk wordt dat zij erop zit. Bovendien vertoont de tekening enkele zwakheden, zoals het rechteroor van Maria dat iets te ver naar voren is geplaatst en het kind dat iets boven de armen van zijn moeder zweeft.

De tekening is stilistisch verwant aan Rogiers De Heilige Lucas tekent de Madonna in Boston dat ná 1436 kan worden gedateerd.6 De gelaatstrekken en de houding van de rechterhand van de Madonna zijn in beide voorstellingen vrijwel gelijk. Op basis hiervan kan het prototype rond dezelfde tijd worden gedateerd. Deze tekening zal niet veel later, rond 1440-50, daarnaar vervaardigd zijn. Deze vroege datering van het blad wordt bevestigd door de verfijnde modellering van de figuren, de subtiele lichteffecten en de dicht op elkaar geplaatste arceringen.7 De werkwijze is verwant aan het eigenhandig getekende Portret van een jonge vrouw in Londen, dat rond 1435/40 wordt gedateerd.

Panofsky meent dat de tekening in verband staat met een door Antonius Sanderus gedocumenteerde Tronende Madonna met stichters van Rogier uit 1446, die zich in 1660 in de Brusselse Karmelietenkerk bevond.8 Hij baseert zich ondermeer op de kopie in Leipzig, waar de door Sanderus genoemde ‘corona stellis insignita’ (een door sterren omgeven kroon) door twee engelen boven Maria’s hoofd wordt gehouden. Zijn theorie wordt verder ondersteund doordat juist dit motief met regelmaat terugkomt op schilderijen die direct of indirect zijn gebaseerd op deze compositie, zoals bij de Tronende Madonna met vrouwelijke heiligen van toegeschreven aan Meester van de Legende van de Heilige Lucia in Detroit, te dateren rond 1475/80.9

De compositie genoot een ongekende populariteit en werd rond 1600 door Hieronymus Wierix zelfs nog gebruikt voor een gravure.10 Tekeningen speelden een belangrijke rol bij de verspreiding ervan. Deze tekening is veelgebruikt, zo blijkt uit haar conditie. Het blad is beduimeld en toont vouwsporen en de bovenste helft is rondom de figuren afgesneden.11 Het moet dan ook lange tijd als model hebben gediend en was wellicht het directe voorbeeld voor Wierix’ gravure.

Noten

1 Voor een overzicht van geschilderde varianten zie De Vos 1971, pp. 120-123, Koreny/Zeman in Antwerp 2002, p. 83 (n. 2). Enkele miniaturen waarin de compositie voorkomt, zijn afgebeeld bij De Winter 1981, ills. 61-63.

2 Leipzig, Museum der Bildenden Künste, inv. nr. 510. Leuven 2009, p. 394, ill. III.39.1.

3 Winkler 1913, pp. 76-77.

4 Panofsky 1953 and Sonkes 1969. Frits Lugt annoteerde in zijn catalogus van London 1927, dat de voorstelling ‘te peuterig’ getekend was (copy RKD).

5 Haverkamp Begemann in Moskowitz 1962, nr. 458; Koreny en Zeman in Antwerp 2002, p. 84 en Buck in Leuven 2009, nr. 39.

6 Boston, Museum of Fine Arts inv. nr. 93.153; ENP II, 1967, ill. plate 18. Voor een discussie over de de datering van dit schilderij; Buck in Leuven 2009. Voor een verdere onderbouwing van de datering van het prototype; Koreny/Zeman in Antwerp 2002, nr. 16.

7 Londen, British Museum, inv. nr. 1874-8-8-2266; Leuven 2009, nr. 24, ill.; Buck in Leuven 2009, p. 396 en Koreny en Zeman in Antwerp 2002, nr. 16.

8 Panofsky 1953, p. 266, n. 2; Antonius Sanderus, Chorographia Sacri Carmeli Bruxellensis, 1660, geciteerd in Dhanens 1995, p. 144. Zie ook Chatelet 1999, p. 78 en Buck in Leuven 2009, p. 396 (n. 6).

9 Detroit, Institute of Fine Arts, inv. nr. 26.387; ENP VIa, 1971, ill. plate 158. Er zijn recent met goede redenen vraagtekens geplaatst bij de schilderijen die traditioneel worden toegeschreven aan de Meester van de Legende van de Heilige Lucia. Zie het studieblad dat voorheen werd toegeschreven aan deze meester in dit museum, inv. nr. MB 329 en Fransen en Syfer-dOlne in Syfer-dOlne/Slachmuylders/Dubois 2006, pp. 304-306.

10 Hollstein vol. LXIII (2004), nr. 985, ill.; Bermejo Martinez 1980, nr. 33. 

11 De vouwsporen zijn in de vorm van een kwadraatnet. Enkele auteurs menen dat het een kwadraatnet betreft. Zie ondermeer: Fransen/ Syfer-d’Olne in Syfer-d’Olne/Slachmuylders/Dubois 2006, p. 315.

Toon onderzoek Nederlandse tekeningen uit de vijftiende en zestiende eeuw
Toon catalogustekst Verberg catalogustekst

Alles over de maker