Previous Next Facebook Instagram Twitter Back to top
t/m 13 januari 2019

The Shape We’re In

In deze tentoonstelling toont Museum Boijmans Van Beuningen een tiental hedendaagse sculpturen uit eigen collectie.

De vroegste sculptuur van een mensfiguur is zo’n 35.000 jaar oud. En nog altijd zien we onszelf graag verbeeld. Na enkele decennia waarin abstractie en minimalisme de overhand hebben, omarmen kunstenaars sinds de jaren 80 de menselijke figuur weer.

De in de tentoonstelling getoonde werken zijn recente sculpturen uit de collectie, waarin de mensfiguur een vertrekpunt is om onze leefwereld te bevragen. Voor deze kunstenaars is het lichaam als object van vlees en bloed, minder belangrijk dan het lichaam als een spiegel van onze tijd, van onze sociale codes en conventies. Hoe wordt identiteit bepaald? Welke rol speelt religie, sociale klasse of gender in de maatschappij? En welke waarden projecteren wij op ons eigen lichaam en dat van anderen? De mensfiguur wordt een gemeenschappelijke basis, of misschien wel een strijdtoneel voor vragen over het mens-zijn.

Ongebruikelijke materialen als piepschuim, beton, textiel of bijenwas worden culturele dragers die rijmen met het leven van alledag. Hoewel zeer verschillend, spreken al deze mensbeelden ons aan op een fysiek niveau: ze maken ons bewust van ons eigen lichaam, van onze plaats en tijd en hoe we ons als bezoeker door de ruimte bewegen.

Al eeuwenlang schept de kunstenaar het menselijk lichaam in nieuwe vormen en materialen, steeds op zoek naar een nieuw perspectief op ons lijf. Van de prehistorische vruchtbaarheidsbeelden en de idealiserende sculptuur van de oude Grieken tot de impressionistische beelden van Auguste Rodin (1840-1917) en het danseresje van Edgar Degas (1834-1917), blijkbaar hebben we altijd de behoefte gevoeld onszelf gerepresenteerd te zien, op een manier die iets over ons zegt. In de tentoonstelling The Shape We’re In’ wordt deze reflecterende functie van de menselijke beeldhouwkunst belicht aan de hand van hedendaagse sculpturen uit de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen. De drie-dimensionele representatie van het menselijke lichaam is hiermee een uitgangspunt voor maatschappelijke denkbeelden en vraagstukken. Het confronteert de bezoeker niet alleen met een fysiek beeld van het lichaam, maar ook met de ideeën die dit lichaam omringen.

Edgar Degas, 	Petite danseuse de quatorze ans (Veertienjarig danseresje), 1880-1881. Brons, textiel
Edgar Degas, Petite danseuse de quatorze ans (Veertienjarig danseresje), 1880-1881. Brons, textiel
Auguste Rodin, Eva na de Zondeval, 1881. Gips
Auguste Rodin, Eva na de Zondeval, 1881. Gips

Gebruik van menselijke beelden

Door de geschiedenis heen heeft de menselijke sculptuur vaak gediend als zelfreflectie voor de kunstenaar, een manier om de fysieke aanwezigheid van de mens te onderzoeken. Menselijke beelden tonen daarom niet altijd een levensechte gelijkenis van de mens, maar een visuele vertaling van ideeën omtrent het lichaam. Hierbij worden opvattingen over het begrip ‘lichaam’ in bijvoorbeeld cultuur en religie door de kunstenaar omgezet in een beeldentaal. Zo zijn de eerste beelden van menselijke figuren vrouwelijke beeldjes die culturele waarden en ideeën over vruchtbaarheid vertolkten. Deze vruchtbaarheidsbeeldjes tonen onrealistische fysieke vormen die geassocieerd werden met vruchtbaarheid en overvloed. De visuele vorm van de sculptuur is hiermee dus representatief voor overheersende sociale en culturele waarden en de daaruit volgende rol van het lichaam.

In het klassieke tijdperk creëren de oude Grieken naturalistische, maar sterk geïdealiseerde beelden van de mens. Zij zien het menselijk lichaam als onderdeel van een perfect harmonieuze natuur. Hun beelden illustreren bovendien hoe sociale hiërarchieën en posities verbeeld kunnen worden door het menselijk lichaam. Zo worden slanke, fijne lichamen geassocieerd met een evenzeer fijne geest en intelligentie. Atletische, gespierde lichamen worden geroemd om hun kracht, maar zijn ook een teken van een overheersende fysieke inspanning boven intellectueel denkwerk.

The Shape We're In, foto: Lotte Stekelenburg

De menselijke vorm in de moderne beeldhouwkunst

Voor het grootste gedeelte van de Westerse kunstgeschiedenis hebben kunstenaars een voorkeur gehad voor een geïdealiseerde, realistische representatie van het menselijke lichaam. Zij zijn vooral bezig geweest om dood materiaal tot leven te wekken door de mensfiguur zo realistisch mogelijk weer te geven, en de kijker ervan te overtuigen dat het beeld een ziel heeft. In de 20e eeuw komt daar echter verandering in. Kunstenaars raken steeds meer geïnteresseerd in de concepten en ideeën achter de kunst, en verleggen de aandacht van het visuele naar het conceptuele. Daarmee gaan ze voorbij het lichaam op zichzelf: kunstenaars streven niet langer om de menselijk vorm zo levensecht na te maken maar onderzoeken hoe ze de figuur kunnen inzetten om vragen te stellen over de maatschappij waarin we leven. Ze maken van het fysieke lichaam dus een cultureel lichaam. Hoewel technologische en artistieke trends en ontwikkelingen elkaar in rap tempo opvolgen blijft het menselijk lichaam een universeel gegeven, een tijdloze, herkenbare vorm. De tentoonstelling ‘The Shape We’re In’ onderzoekt hoe kunstenaars de mensfiguur – een vertrekpunt waarmee elke bezoeker zich kan identificeren – gebruiken om vragen te stellen over de maatschappelijke normen en waarden waarmee we leven. Daarmee zijn de werken een spiegel van onze tijd, ze onderzoeken wat het vandaag de dag betekent om mens te zijn.

Kunstenaars uitgelicht

De kunstenaars in deze tentoonstelling spelen in hun werk veelal met klassieke thema’s en onderwerpen van de sculptuur, en vermengen deze met hun eigen hedendaagse kijk op de mensfiguur. Door het gebruik van materialen zoals cement, styrofoam en ready-made voorwerpen wijken deze kunstenaars af van het traditionele gebruik van marmer en steen. Waar deze harde materialen een eeuwigheidswaarde uitstraalden, verwijzen de vergankelijke materialen bewust naar het vluchtige hedendaagse denken. Hieronder worden enkele van deze werken uit de tentoonstelling uitgelicht.

Siobhán Hapaska, the Inquisitor, 1997. Verchroomd staal, kunststof, leer, was, textiel, luidspreker
Siobhán Hapaska, the Inquisitor, 1997. Verchroomd staal, kunststof, leer, was, textiel, luidspreker
Folkert de Jong, Assemblage, 2010. Polyurethaan, styrofoam en hout
Folkert de Jong, Assemblage, 2010. Polyurethaan, styrofoam en hout
Alexandra Bircken, Maria, 2010. Hout, verf, karton, spaanplaat
Alexandra Bircken, Maria, 2010. Hout, verf, karton, spaanplaat

Het werk van Siobhán Hapaska (1963) bevat vaak controversiële religieuze of culturele thema’s. Zij onderzoekt hiermee hoe de zoektocht naar een maatschappelijke identiteit een onderdeel vormt van de ‘condition humaine’. Het werk ‘The Inquisitor’ is een realistisch beeld van een monnik. De moderne ‘Wassily chair’ – een ontwerp van Marcel Breuer – en de traditionele kledij van  de monnik steken schril tegen elkaar af, en wijzen de toeschouwer op de tegenstellingen die zich voordoen in onze maatschappij. De figuur houdt met zijn linkerhand een speaker vast waaruit een boetedoening in het Latijn, met een zwaar Engels accent, klinkt. Met deze opname benadrukt Hapaska weer een contrast tussen de religieuze traditie en de technologie van de twintigste eeuw.

De sculptuur van Folkert de Jong (1972) toont een scène met een menselijk figuur op handen en voeten. De figuur bevindt zich te midden van puin en afgebrokkelde bouwwerken. Verspreid door deze chaos liggen vreemde, absurde objecten. Folkert de Jong verbeeldt in zijn werken de perverse, afkeer wekkende staat van de mens. Hij zoekt hiermee de scheidslijnen op tussen sociaal geaccepteerd gedrag en het onderdrukte verdorven deel van de menselijke aard. De haast dierlijke, ongemakkelijke houding van de figuur confronteert de toeschouwer met zijn eigen gezichtspunt en lichaam, en betrekt hem in de belevingswereld van de sculptuur.

Alexandra Bircken’s (1967) ‘Maria’ toont een van de meest klassieke onderwerpen uit de Christelijke sculptuur in een volledig nieuw licht. Maria vertolkt zowel het morele als het schoonheidsideaal in de traditionele beeldhouwkunst. Bircken vervormt dit tot een overdrijving en reflectie op een hedendaags schoonheidsideaal.  Het blonde modellenhoofd op het L’Oréal-doosje vertolkt een kritische kijk op het huidige ideaalbeeld van de vrouw. Het bevindt zich hoog boven de toeschouwer, als symbool voor de ongrijpbare hoge standaard die men tegenwoordig nastreeft.

Brownie van Rachel Harrison (1966) toont een sculptuur opgebouwd uit verschillende materialen en vormen. Felle kleuren druipen over het beeld heen en verdoezelen de vorm en de componenten voor het oog van de toeschouwer. Ondanks het eclectische geheel herinnert de schedel met de zilveren pruik nog steeds aan een menselijke gestalte. De schedel bovenaan biedt een gedeformeerd aanzicht. Verschillende elementen in de sculptuur doen denken aan de Westerse consumptiecultuur. Zo fungeert een kinderlijk, klein tafeltje als sokkel en steekt de vlag van de Verenigde Staten door een tweede schedel heen. Er bevindt zich een beveiligingscamera aan de onderkant van het beeld, eveneens besmeurd met felle verfstrepen. Waar de schedel doorgaans een herinnering is aan vergankelijkheid blijkt het in dit beeld echter het enige teken menselijkheid. Het geheel is hiermee een verguisd antwoord op het klassieke standbeeld en neemt tegelijkertijd het klassieke icoon van de schedel onder de loep.

The Shape We're In, foto: Lotte Stekelenburg

The Shape We're In, foto: Lotte Stekelenburg

In 'The Shape We’re In' laat het museum zien hoe kunstenaars de representatie van ons lichaam na een periode van abstractie hebben herontdekt. De werken in de tentoonstelling tonen een hedendaagse interpretatie van de sculptuur en de maatschappelijke ideeën die de mensfiguur omringen. Hiermee sluiten deze kunstenaars aan op een lange traditie van reflectie en onderzoek  in de beeldhouwkunst.