Previous Next Facebook Instagram Twitter Back to top
t/m 09 oktober 2016

Tijdloze erotiek - Renaissanceprenten en modefotografie

Wat hebben een advertentie voor Davidoff en een prent van Antonio da Trento uit circa 1530 met elkaar te maken? Meer dan je denkt. Zowel de prent als de advertentie is erop uit de kijker te boeien en te verleiden. En de afbeelding is bijna identiek: een halfnaakte man op de rug gezien.

De Zwitserse gastconservator Martin Hesselbein ontdekte hoe klassiek de poses van modellen in modeadvertenties eigenlijk zijn en hoezeer hun houdingen gekopieerd lijken van prenten uit de vijftiende en zestiende eeuw. Als gastconservator richtte hij een fijne, kleine expositie in het Prentenkabinet van Museum Boijmans Van Beuningen in met prenten uit de periode van 1475 tot circa 1550. Naast prenten van Jakob Binck, Marcantonio Raimondi en Cherubino Alberti zag je advertenties voor merken als Versace, Armani Red en Jil Sander.

Etalage

Prenten hadden in de renaissance een duidelijke functie: voor kunstenaars waren ze een soort etalage om te laten zien tot welk perspectiefgebruik en magnifieke techniek ze in staat waren. Net als reclame van tegenwoordig was het een manier om meer bekendheid te genereren.

Prentenkabinet

Het Prentenkabinet van Museum Boijmans Van Beuningen wordt gerekend tot de wereldtop. Het bezit ongeveer 15.000 tekeningen en 65.000 prenten. Daartoe behoren beroemde tekeningen van Nederlandse, Duitse, Franse, Spaanse en Italiaanse meesters van onder anderen Leonardo da Vinci, Rafaël, Michelangelo, Bruegel, Rubens, Rembrandt en Goya. Het Prentenkabinet bezit ook prenten en tekeningen van moderne en hedendaagse kunstenaars als Salvador Dalí, René Magritte, Yayoi Kusama, Paul Noble en Cézanne.

Een essay ter gelegenheid van de tentoonstelling

Door Martin Hesselbein, gastconservator

Bij het lezen van de Corriere della Sera kwam ik een paginagrote parfumadvertentie tegen die een dozijn halfnaakte mannen toonde met een vrouw in hun midden (fig. 1). De erotische overdaad van de scène had tot doel om te suggereren dat Diego dalla Palma’s parfum dergelijke dampende ontmoetingen binnen eenieders bereik kunnen brengen. De theatrale maar natuurlijke houdingen deden me denken aan andere beelden, waaronder ‘Het bacchanaal’ van Mantegna (1475); een gravure die ik zou kopen als ik de middelen had (fig. 2). Zo’n blad in mijn handen te houden zou gelijk staan aan de erotische ervaring die de tijdschriftadvertentie suggereert.

 

twee voorbeelden

Fig. 1. Detail van een bladzijde in de 'Corriere della Sera' van 15 november 1989, reclame voor Diego dalla Palma
Fig. 1. Detail van een bladzijde in de 'Corriere della Sera' van 15 november 1989, reclame voor Diego dalla Palma
Fig. 2. Andrea Mantegna, Bacchanaal met satyrs en bacchanten bij wijnpers, 1473-1477, Rijksmuseum
Fig. 2. Andrea Mantegna, Bacchanaal met satyrs en bacchanten bij wijnpers, 1473-1477, Rijksmuseum

De parfumreclame deed me met een frisse blik naar mijn verzameling prenten van oude meesters kijken. Ik realiseerde me plotseling dat de beste prenten overladen zijn met een sublieme erotiek die hun historische en mythologische betekenis overstijgt, zelfs nu, grofweg vijfhonderd jaar nadat ze zijn gemaakt. Buiten hun context en ontdaan van hun historische interpretatie lijken deze prenten bewust erotisch trekken te hebben. Alleen het feit dat ze tot een iconografische traditie en culturele context behoren weerhoudt ons ervan om deze prenten te zien als ronduit onfatsoenlijk, wat ongetwijfeld de reactie zou zijn van veel kijkers uit andere culturen.

Maryan Mehlhorn, Masterpiece: Bikini&Pareo, Crystal Blue, Summer 2016 / Jakob Binck, Venus, 1530, gravure, BdH 15353 (PK)

Al deze Christussen, heiligen en helden uit de oudheid zetten op verschillende manieren en in verschillende mate hun sexappeal in. Ze doen dit over het algemeen met minder remmingen dan de maagd Maria, Maria Magdalena, Venus en Diana, om maar een paar vrouwen te noemen. Al die bacchanalen en vechtscènes zijn in essentie hedonistische tableaus met de boodschap: carpe diem, grijp de dag! Verrassend genoeg zie je - bewust geworden van dergelijke connotaties - zelfs een behoorlijk dampende atmosfeer in de vele scènes van Golgotha, om het maar niet te hebben over de vaak expliciete geseling van Christus. Vleselijke lust wordt vaak opgewekt onder Bijbelse voorwendselen.

Onlangs las ik een artikel over Susan Sontag en haar concept van ‘De erotiek van kunst’. Dit maakte mij minder huiverig om over dit onderwerp na te denken. Sontag had opgemerkt dat de sensatie die een kunstwerk veroorzaakt voor haar veel belangrijker was dan de zoektocht naar zijn betekenis of de plaatsing in een kunsthistorische context.

Ik ben het geheel eens met Sontags analyse van kunstwaardering en snap nu waarom ik, wanneer ik een mooie, intrigerende prent in een winkel ontdek, niet meer rationeel na kan denken. Ik vergeet de kettinglijnen en watermerken te bekijken en naar aanwijzingen te zoeken van inadequate restauraties. Ik raak zo verslingerd aan de prent en mijn verlangen om deze te bezitten dat ik mijzelf graag onderwerp aan zijn esthetische impact. Als Sontag zich zo voelde, waarom ik dan niet?

Ik was een keer in een prentenzaak in Rome toen een elegante Napolitaanse dame binnen kwam en om iets leuks vroeg om aan haar slaapkamermuur te hangen. Terwijl de winkeleigenaar haar opties liet zien wees ik discreet op twee bladen uit de jaren 1650, die ik pakte en aan haar liet zien. Ze toonden mannelijke naakten in wulpse poses. Ze kocht uiteindelijk beide prenten, elk met drie naakten op gekleurd papier en vroeg of ze ingelijst konden worden. Het interesseerde haar niet wie het had ontworpen, gegraveerd en uitgevoerd, of waar en wanneer ze waren geproduceerd, ook al was het duidelijk leesbaar: Annibale Carracci, Carlo Cesio, Westerhout, Palazzo Farnese, Roma. ‘Non importa’, zei ze terwijl ze het geld neerlegde (fig. 3).

Fig. 3. Carlo Cesio naar Annibale Carracci, zes naakten uit de Palazzo Farnese in Rome, 1597/1657

Een andere ervaring leerde me dat de eerste visuele indruk van erotische stimuli zelfs het oplettende oog van een kunsthistoricus kan bedriegen. Terwijl ik de tentoonstelling van de tekeningen van Le Corbusier in het Landesmuseum in Linz bekeek, werd mijn aandacht getrokken door een titelkaartje waar simpelweg op stond: ‘Gruppensex’. Natuurlijk bekeek ik deze prachtige inkttekening van dichterbij en ontdekte ik rechtsboven een hele kleine inscriptie: ‘Dans une tombe à Tarquinia’, gevolgd door de datum van een bezoek aan de Etruskische tombes waar deze nogal sobere banketscène ongetwijfeld was gekopieerd.

De bewaard gebleven renaissanceprenten, een paar uitzonderingen daar gelaten, zijn even non-expliciet als hedendaagse modefotografie, maar beide floreren dankzij esthetische verleiding, of in de woorden van Sontag, dankzij de ‘erotiek van kunst’. Ze hebben bovendien vergelijkbare doelen en zetten gelijksoortige methodes in.

Allereerst, beide hebben ‘branding’ tot doel. Een ‘look’ is verbonden aan de naam van de ontwerper/kunstenaar. De technische intermediair is de fotograaf/graveur die het beeld toegankelijk maakt voor een breed publiek. In mode neemt de fotograaf de hele enscenering over en regisseert hij het poseren van het model. Zijn invloed op reclame is veel groter dan dat van de ontwerper zelf. Ook bij prenten is de graveur minstens zo belangrijk als de auteur en mag hij daarom de plaat samen met de bedenker van het beeld ondertekenen.

Ten tweede zijn zowel modefoto’s als renaissanceprenten niet het voornaamste product: het zijn ‘multiples’ van het daadwerkelijke ding, respectievelijk een foto of een tekening. De makkelijk verkrijgbare afbeeldingen in modetijdschriften zijn staaltjes van de signatuuroutfit, waar een prijskaartje aan hangt en die op de klant wacht in een boetiek. Hetzelfde geldt voor prenten: in het begin - voordat ze zelf zeldzame verzamelwaar worden - dienen de prenten simpelweg om de stijl van de kunstenaar te publiceren door een detail of een complete compositie van een kunstwerk te tonen dat in sommige gevallen gekocht kan worden voor een veel hogere prijs.

Ten derde moeten zowel de ontwerper als de kunstenaar voldoen aan de verwachtingen van hun klanten. Prenten en reclames dienen als een soort lekkermakertje: een groot aantal volgers garandeert het voortbestaan van het merk. Esthetische voyeurs mogen wegdromen bij de belofte op papier - de glossy of de prent - en zichzelf naar een andere wereld laten voeren waar mensen of goden met perfecte lichamen verschijnen in soepele en vaak intieme poses.

Tot slot is een beetje erotiek essentieel om de droom levend te houden. Goede publiciteit imiteert kunst, het parodieert deze niet. De kijkers aandacht moet getrokken worden met sensuele verlokkingen: een mooi lichaam, een oprechte blik, een uitnodigende pose, een suggestieve setting. Het totale plaatje moet de fantasie prikkelen en de kijker verleiden een klant te worden.

Dit doet me denken aan een waargebeurd verhaal. Een museumdirecteur maakte eens een minachtende opmerking over het tijdschrift dat zijn vrouw aan het lezen was, waarop zij antwoordde: ‘Jouw Tableau is niet beter dan mijn Libelle, 't is gewoon een vehikel voor dromen.’

In het Prentenkabinet van Museum Boijmans Van Beuningen is van 13 augustus 2016 tot 9 oktober 2016 de tentoonstelling Tijdloze erotiek te zien: renaissanceprenten en modeadvertenties zijn hier naast elkaar gezet. De klassieke personages in hun sluiers en toga’s komen tot leven door het podium te delen met hedendaagse acteurs. Deze schaars geklede acteurs en modellen blijken op hun beurt de klassieke poses duidelijk niet te zijn vergeten.