Previous Next Facebook Instagram Twitter Pinterest Back to top
Viens avec moi là-bas (Kom met mij daarheen)

Viens avec moi là-bas (Kom met mij daarheen)

Francis Picabia (in 1948)

Vraag maar raak

Laden...

Bedankt, je vraag is verzonden.

Helaas, er is iets mis gegaan met het verzenden van je vraag. Probeer het aub nog eens.

High-res beeldmateriaal aanvragen

Meer informatie

Francis Picabia was van huis uit rijk. Ondanks dit comfortabele uitgangspunt werd hij een spraakmakend anarchist inzake kunst. Hij maakte schilderijen in alle mogelijke stijlen en ondermijnde daarmee zo goed hij kon het traditionele kunstbegrip. Ook dit beroerd geschilderde portret is ironisch bedoeld, als kritiek op het verschijnsel kunst. Het is een viering van de absolute vrijheid van de geest.

Lees verder Lees minder

Collectieboek

Collectieboek Bestellen

Specificaties

Titel Viens avec moi là-bas (Kom met mij daarheen)
Materiaal en techniek Olieverf op karton
Objectsoort
Schilderij > Schildering > Tweedimensionaal object > Kunstvoorwerp
Locatie Dit object is in het depot
Afmetingen Hoogte 64.5 cm
Breedte 54.5 cm
Makers Kunstenaar: Francis Picabia
Inventarisnummer 3402 (MK)
Credits Aankoop / Purchase: Stichting Fonds Willem van Rede 1997
Collectie Moderne Kunst
Verwervingsdatum 1997
Leeftijd maker Circa 69 jaar
Verzamelaar W. van Rede
Tentoonstellingen Collectie - surrealisme (2017)
Externe tentoonstellingen Dal nulla al sogno (2018)
Materiaal
Object
Geografische herkomst Frankrijk > West-Europa > Europa

Auteur Marijke Peyser

De titel van het grof geschilderde werk Viens avec moi là-bas zou kunnen suggereren dat het gaat om een uitnodiging van de kunstenaar om ergens mee naartoe te ‘reizen’. De manier waarop de late, abstracte werken van Francis Picabia geïnterpreteerd moeten worden is echter niet altijd duidelijk. Zo wordt aan Picabia tijdens een interview in 1945 een vraag gesteld die ook op dit werk had kunnen slaan: ‘Maar wat ziet men toch op de doeken die u nu maakt?’[1] De kunstenaar antwoordt: ‘Een ieder ziet er iets anders in en dit kan zelfs van dag tot dag verschillen, al naar gelang zijn stemming. De vorm die hij ziet, hecht zich echter aan geen enkel reëel object, maar heeft een eigen leven, en verraadt dus niet dat ‘iets’ dat de boodschap is van mij aan hem en dat zichtbaar is, daar ben ik zeker van, in het genot dat velen vinden die deze doeken aandachtig beschouwen. Dat genot staat gelijk aan de innerlijke voldoening die ik op een bepaald moment voel tijdens het werken en die voor mij het bewijs is dat het doek af is’.

Na de oorlogsjaren in Zuid-Frankrijk te hebben doorgebracht, vestigen Picabia en zijn vrouw Olga Mohier zich in 1945 weer in Parijs. Al snel scharen jonge, abstract werkende kunstenaars zich rondom de inmiddels bejaarde meester, waaronder Francis Bott, Raoul Ubac, Roberto Matta, Hans Hartung, Pierre Soulages en Georges Mathieu. Zij zetten de toon in de naoorlogse Parijse kunstwereld en worden gerekend tot de stroming die de Europese pendant is van het Amerikaanse abstract expressionisme: l’art informel. Hun doeken worden gevoed door intuïtie en spontaniteit. Voor hen is het fysieke gebaar – de manier waarop de verf wordt opgebracht – van groot belang.

De naoorlogse jaren zijn echter zorgelijk voor Picabia. Geldzorgen, een verslechterde gezondheid en een gebrek aan erkenning wat betreft zijn recente doeken spelen de kunstenaar parten.[2] Picabia de levensgenieter, die ooit zeven jachten en 127 auto’s bezat en meer vrouwen heeft gehad dan hij kon tellen, heeft voor de eerste maal in zijn leven niet genoeg geld voor de meest elementaire zaken.[3] Zijn eerste echtgenote, Gabrielle Buffet, schakelt haar contacten in om Picabia’s werk te verkopen, maar haar pogingen hebben amper succes.[4] De eerste belangrijke naoorlogse tentoonstelling van hedendaagse kunst is de Salon des Surindépendants in 1945, waar Picabia vertegenwoordigd is met vijf doeken. De Parijse critici reageren echter overwegend negatief.[5] Ook zijn eerste naoorlogse monografische tentoonstelling in Frankrijk bij galerie Denise René in Parijs in 1946, Francis Picabia – Peintures sur-irréalistes en zijn deelname aan de First Great International Exhibition of Surrealism bij Galerie Maeght in de zomer van 1947 worden matig ontvangen.[6] Ondanks de wisselvallige kritieken maakt Picabia in de late jaren veertig een laatste grote ontwikkeling door. Hij maakt een aantal radicaal abstracte ‘punt’ schilderijen, waaronder Viens avec moi là-bas, die voor het eerst worden getoond bij Galerie des Deux Îles in 1949 en naast, opnieuw, kritiek ook waardering oogsten.

 

Noten

[1] Parijs 2002, p. 384: interview met Colline, Le Journal des Arts (november 1945).

[2] Parijs 2002, p. 378.

[3] Camfield 1979, p. 271.

[4] Borràs 1985, p. 447.

[5] Idem, p. 448.

[6] Idem, p. 449 en noot 17, p. 460: Les arts et les lettres, 10 mei 1946 en Combat, 5 mei 1946, en p. 451.

Toon catalogustekst Verberg catalogustekst

Alles over de maker

Francis Picabia

Parijs 1879 - Parijs 1953

Vroeg in zijn carrière was Francis Picabia een succesvolle impressionistische landschapschilder. Na geëxperimenteerd te hebben met verschillende stijlen had...

Bekijk het volledige profiel