Previous Next Facebook Instagram Twitter Pinterest Back to top
Komposition (Compositie)

Komposition (Compositie)

Unica Zürn (in 1955)

Vraag maar raak

Laden...

Bedankt, je vraag is verzonden.

Helaas, er is iets mis gegaan met het verzenden van je vraag. Probeer het aub nog eens.

High-res beeldmateriaal aanvragen

Meer informatie

In haar werk als kunstenaar en auteur, waarmee Unica Zürn in de jaren 50 al een zekere bekendheid genoot, verbeeldde zij gaandeweg een psychotisch wereldbeeld. Na experimenten met geestverruimende middelen manifesteerde zich bij haar vanaf 1960 een ernstige geestesziekte. Door zichzelf onder alle omstandigheden te blijven observeren en analyseren schreef en tekende Zürn deze van zich af. Zij stierf in 1970 door een sprong uit het raam van het appartement van haar levenspartner Hans Bellmer en liet een klein beeldend oeuvre na.

Lees verder Lees minder

Collectieboek

Collectieboek Bestellen

Specificaties

Titel Komposition (Compositie)
Materiaal en techniek Gouache op blauw papier
Objectsoort
Tekening > Tweedimensionaal object > Kunstvoorwerp
Locatie Dit object is in het depot
Afmetingen Hoogte 238 mm
Breedte 165 mm
Makers Kunstenaar: Unica Zürn
Inventarisnummer MB 2011/T 6 (PK)
Credits Aankoop met steun van / Purchased with support of: BankGiro Loterij 2011
Collectie Tekeningen & Prenten
Verwervingsdatum 2011
Leeftijd maker Circa 39 jaar
Tentoonstellingen De Collectie Verrijkt (2011)
Surrealism and Beyond (2016)
Collectie - surrealisme (2017)
Materiaal
Object
Techniek

Let op: De gegevens van dit object zijn nog niet gecontroleerd.
Neem contact op met een conservator als iets niet lijkt te kloppen.

Auteur Marijke Peyser

De Duitse Unica Zürn verlangde naar een kunstenaarsleven en vervulde dat in eerste instantie met het schrijven van korte verhalen. Haar relatie met de kunstenaar Hans Bellmer en het artistieke milieu waar ze vanaf 1953 – het begin van haar samenzijn met Bellmer – in verkeert, stimuleren haar om te gaan tekenen. Ze verwerft in het surrealistische kunstenaarscircuit, waarin naast Bellmer onder meer Henri Michaux, Jean (Hans) Arp en Max Ernst belangrijk waren voor haar artistieke ontwikkeling, een bescheiden maar eigenzinnige positie.

Komposition komt tot stand in 1955 als Zürn enkele maanden zonder Bellmer in Berlijn verblijft. De gouache verbeeldt een web van imaginaire, organische vormen. Alles lijkt bezield; dier, mens en plant lopen in elkaar over. Diepte en zwaartekracht ontbreken. Het witte netwerk op de donkere achtergrond versterkt het serene en sprookjesachtige karakter. De gedetailleerde vormen lijken op dansende figuren waarin verschillende ogen verwerkt zijn. Toch heeft de voorstelling ook een wat onheilspellend karakter.

In 1953 ontmoeten Zürn en Bellmer elkaar in de Galerie Springer, Berlijn, waar Bellmers werk te zien is. Het is liefde op het eerste gezicht. Zij vestigen zich in Parijs. Dankzij het succes van zijn Puppe had Bellmer begin 1935 al kennis gemaakt met de kopstukken van de stroming; André Breton en Paul Éluard. Het automatisme dat Breton en Éluard toepassen bij het schrijven van surrealistische teksten wordt wel gezien als het werkproces dat Zürn gebruikt als ze tekent.[1] Zelf verwoordt ze dit proces, als een buitenstaander in de derde persoon enkelvoud, als volgt: ‘Zonder te beseffen wat ze gaat tekenen, voelt ze de opwinding en grote nieuwsgierigheid die nodig zijn wil haar werk haar zelf kunnen verrassen.’[2]

Het is Bellmer die Zürn aanmoedigt om ‘automatisch schrift’ in haar kunst te gaan gebruiken en anagrammen samen te stellen (zie ook Sans titre). Eén van die anagrammen, die veelvuldig voorkomen in haar autobiografische tekst L’Homme Jasmin. Impressions d’une malade mentale (1962-1966) beschrijft haar ontmoeting met Bellmer.[3] L’Homme Jasmin is het relaas van Zürns mentale instabiliteit en haar verblijf in gespecialiseerde klinieken tegen de achtergrond van de aanwezigheid van ‘de man in jasmijn’. Deze imaginaire figuur is in staat haar met zijn bovennatuurlijke gave te manipuleren en zo compleet te transformeren.[4] Zürn aanvaart de passieve rol die haar hallucinaties haar opleggen.[5] Wanneer zij echter haar man van vlees en bloed ontmoet, Bellmer, is het onmogelijk terug te gaan naar haar dromen: ‘Haar hersenen, niet veel groter dan die van een kuiken, kunnen niet vatten dat zij zichzelf hypnotiseert, door in haar gedachten telkens alles om dezelfde persoon te laten draaien. Hij is de adelaar die boven het masochistische kuikentje cirkelt. Dit is de situatie waarin ze zich bevindt. Ze ziet geen uitweg.[6]

Zürns autobiografische tekst Sombre Printemps (1971) anticipeert haar zelfmoord. In deze tekst vertelt ze, wederom in de derde persoon enkelvoud, over haar levenseinde: ‘Gekleed in haar mooiste pyjama springt ze uit haar raam na een nacht van gesprekken met Bellmer. Ze bevindt zich in haar flat op de bovenste verdieping aan de oostelijke kant van Parijs. Er is geen sprake van zichtbare emotie, ze is vastberaden dat niemand haar plan doorziet of haar tegenhoudt.’[7]

Noten

[1] New York 2009b, p. 12.

[2] Zürn 1994, p. 33, geciteerd in: New York 2009b, p. 61.

[3] Conley 1996, p. 86.

[4] Zürn 1994, p. 88.

[5] Idem, p. 105.

[6] Ibid. Nederlandse vertaling uit: Zürn/Biermans/Groot 1987, p. 10.

[7] Ruth Henry, ‘Postface: rencontre avec Unica Zürn’, in Zürns Sombre Printemps, Parijs 1971, pp. 101-120.

Toon catalogustekst Verberg catalogustekst

Alles over de maker

Unica Zürn

Berlijn-Grunewald 1916 - Parijs 1970

Bekijk het volledige profiel