Vanuit het bij kunstenaars geliefde Victoriahotel legt ze de drukte op de rivier vast, precies zoals o.a. Paul Signac, Wassily Kandinsky en Albert Marquet dat voor haar deden. Zo ontstaan zes schilderijen waarvan lange tijd slechts vijf bekend waren. Onduidelijk was of dit zesde doek, dat alleen uit de literatuur bekend was, verloren was gegaan. In 2025 dook het plotseling op in een particuliere collectie en wordt het schilderij in 2026 voor het eerst publiek getoond in het Depot van Museum Boijmans Van Beuningen.
Verloren schilderij Charley Toorop komt na 100 jaar thuis
"Gezicht op de Maas" voor het eerst publiek te zien in het Depot - Aangetrokken door de dynamiek van de moderne havenstad verblijft Charley Toorop in de vroege zomer van 1926, na een periode van zoeken, ziekte en zorgen, in Rotterdam. Hier tekent en schildert ze het dynamische nachtleven, de bordelen, zeemanskroegen en jazzmuzikanten die met de schepen van de Holland Amerika Lijn naar Europa kwamen.
Locatie: A3.09a
Rotterdam 1926
Nergens in ons land bloeide het modernisme tussen beide wereldoorlogen uitbundiger dan in ‘het stiefkind onzer steden’’, om met de hoofdpersoon uit Bordewijks roman Karakter te spreken. Bordewijks beroemde boek doet volledig recht aan de Rotterdamse geldingsdrang op het wereldtoneel tijdens het interbellum. Dirk Hannema, de jonge directeur van Museum Boymans, adverteert in 1935 trots zijn nieuwe kunsttempel in The New York Times als ‘’The best new museum in Europe’’. De Bijenkorf van Willem Dudok is in 1930 ‘’het modernste warenhuis van Europa’’. Als eerste brede stadsboulevard van ons land kent de Coolsingel de hoogst toegestane verkeerssnelheid van het land. In recordtijd van tien maanden verrijst De Kuip als het grootste voetbalstadion en op de zuidoever opent in 1923 de San Franciscoloods als grootste loods ter wereld (het huidige Fenix). Luxe oceaanstomers als de Rotterdam, Amsterdam en het drijvende paleis de Statendam rollen van de scheepshellingen en “werken de sky-scrapers zich op het voormalige land van Hoboken naar boven’’, aldus een toeristische gids in 1931. Op de Rotterdamse kades is het ondertussen een komen en gaan. De Holland Amerika Lijn en Rotterdamsche Lloyd vervoeren wekelijks duizenden passagiers van en naar New York en Azië. Albert Einstein vertrekt voor zijn eerste reis naar New York, Louis Armstrong arriveert voor zijn debuut op het Europese vasteland .
In 1926 beleeft Rotterdam volop de roaring twenties. Toorop trekt hier op met de filmer Joris Ivens en diens vriendin, de Duitse fotografe Germaine Krull en met de dichter Hendrik Marsman met wie zij een liefdesrelatie had. Toorop vormt de spil tussen de talenten van haar tijd, van De Stijl architect J.J.P Oud, schilder Pyke Koch, componist Willem Pijper tot schrijver/organisator Arthur Lehning. Door dit kortstondige Rotterdamse intermezzo, tussen haar jaren in Zeeland, Amsterdam en Bergen kreeg haar werk de moderne toets waarmee ze zich zou onderscheiden van tijdgenoten en haar eigen gewaardeerde plek opeist in de Nederlandse kunst. In de veelgeprezen recente biografie Charley Toorop, Een schildersleven noemt Wessel Krul haar ‘een van de opvallendste en indrukwekkendste kunstenaars van de eerste helft van de twintigste eeuw.’ (Uitgeverij Boom, Amsterdam 2026)
Herkomst
Circa 1930 verworven door Pieter Johannes Brouwer (1879- 27/03/1939) , die in Bergen (N.H.) naast het Huis met de Pilaren een expositieruimte had. Brouwer, die naast beheerder van het lokale postkantoor ook kunsthandelaar was, stelde zijn expositieruimte ter beschikking aan lokale kunstenaars in ruil voor een werk. Na zijn overlijden in 1939 (zijn echtgenote Jannetje Klaverblad was al in 1932 overleden) vererfde het werk, samen met werken van Gerrit van Blaaderen, Jan Bleijs, Arnout Colnot, Dirk Filarski, Leo Gestel, Johannes Graadt van Roggen, Jan Hendrik Roggeveen, Jan en Matthieu Wiegman aan zijn enige erfgenaam, dochter Trijntje Brouwer (Bergen NH, 18/02/1901–Hoorn 23/07/1970. Trijntje was op 15/05/1923 in Bergen (NH) gehuwd met Jan Bos (Dokkum, 16/01/1896- Hoorn, 26/11/ 1957). Na het overlijden van Trijntje Bos-Brouwer vererfden de verschillende onderdelen van de boedel aan de beide zoons Bos, de kunstwerken gingen (vrijwel?) alle naar zoon Pieter Johan (Hoorn, 27/12/1924 – Medemblik, 05/07/2011) die in 1953 in Hoorn trouwde met Anna Greta Marie Schoenmaker (Hoorn, 14/07/1926 – Hoorn, 03/04/1994). Na het overlijden van P.J. Bos in 2011 verdeelden de drie erfgenamen van Pieter Johan Bos de kunstwerken en kwam het werk in eigendom van de huidige eigenaar. Dankzij bemiddeling van Peter van Beveren werd het schilderij aangeboden aan Stichting Droom en Daad, Rotterdam. Het schilderij is bestemd voor expositie in Museum Boijmans Van Beuningen, Maritiem Museum, Museum Rotterdam en Chabot Museum alsmede bruiklenen elders.