Previous Next Facebook Instagram Twitter Pinterest Back to top
t/m 21 mei 2018

BABEL – Oude meesters terug uit Japan

Hoe zagen 660.000 Japanners 15e en 16e eeuwse meesters uit de verzameling van Rotterdam?

De toren van Babel en negentig andere zeer bijzondere topstukken uit de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen waren onlangs te zien in Tokio en Osaka, Japan. Het is de eerste keer dat in Japan zo’n rijke expositie van de vroegste Nederlandse kunst te zien was. Dezelfde selectie is onder de naam 'BABEL - Oude meesters terug uit Japan' van 3 februari tot en met 21 mei 2018 in Museum Boijmans Van Beuningen te zien.

Topstukken uit de collectie

Een van de absolute topstukken van de tentoonstelling is De toren van Babel van Pieter Bruegel. Opvallend is hoe anders in Japan naar dit schilderij gekeken is. De kunstwerken werden niet ervaren als Bijbelse vertelling, maar als realistische voorstellingen uit een fascinerende tijd. Het museum kreeg vragen als: 'hoe hoog was de toren?' en 'hoe ziet deze er van binnen uit?'. ‘Hoeveel mensen zijn er aan het werk op de toren en ‘waar stond hij?’. De nieuwsgierigheid om het zich beter voor te kunnen stellen, om dichter bij te komen, was ook voor Museum Boijmans Van Beuningen een eyeopener. Grote aandacht ging ook uit naar de schilderijen en de grafiek van en ‘in de geest van Bosch’ (o.a. door Bruegel). Japanse bezoekers waren niet alleen geïnteresseerd in het realisme, maar ook in de fantasiewereld van Bosch en Bruegel.

Manga kunstenaar Katsuhiro Otomo geïnspireerd door Bruegel

In de tentoonstelling komt de fascinatie van de bezoekers in Japan terug, waarbij nieuwe vragen worden gesteld en beantwoord, onder andere met interpretaties van de wereldberoemde Manga kunstenaar Katsuhiro Otomo en Kosuke Kawamura. Zij reisden naar het Colosseum in Rome, de inspiratiebron van Bruegel, en bezochten de twee versies van Bruegels schilderij in Rotterdam en Wenen. Speciaal voor de tentoonstelling maakten zij een eigen, zeer nauwkeurige, weergave van de binnenzijde van de toren, Inside Babel. Om de kleuren en het perspectief van het bouwwerk tot op elk baksteentje kloppend te krijgen, zijn circa 25.000 beeldbewerkingen nodig geweest.

Manga kunstenaar Katsuhiro Otomo geïnspireerd door Bruegel
Katsuhiro Otomo en Kosuke Kawamura bij 'Inside Babel'. Foto: Aad Hoogendoorn

Japanse objecten en video's

Museum Boijmans Van Beuningen beschikt - als één van de weinige musea ter wereld - over een rijke verzameling vroeg-Nederlandse kunst. Het is de eerste keer dat in Japan zo’n rijke expositie van de vroegste Nederlandse kunst te zien was. 'BABEL - Oude meesters terug uit Japan' is samengesteld om een overzicht te geven van de verbazingwekkende ontwikkeling die de vroege Nederlandse schilderkunst in minder dan anderhalve eeuw doormaakte en om de Nederlandse bezoeker te laten zien welke vragen de Japanners stelden bij de tentoonstelling in Tokio en Osaka. De verbeeldingswereld van Jheronimus Bosch en het realisme van Pieter Bruegel spraken de Japanners enorm aan. Naast reproducties, reconstructies en interpretaties zijn er in Japan allerlei gadgets geproduceerd. De oude meesters worden  in Rotterdam dan ook geïntroduceerd met een selectie uit deze Japanse objecten en video’s, zoals een Toren van Babel van 46.000 Lego-steentjes, gemaakt door de Lego studentenvereniging van de Universiteit van Tokio. Ook is er een bouwplaats met verschillende materialen om (samen) torens te bouwen en zijn er touchscreens waarmee de bezoeker De toren van Babel tot in detail kan bekijken. 

Trailer 'BABEL - Oude meesters terug uit Japan' Meer informatie

Monsters en demonen

De expositie bestaat uit negentig werken - schilderijen, sculpturen en prenten - uit de eigen collectie van Museum Boijmans Van Beuningen. De tentoonstelling bestrijkt ongeveer honderdtwintig jaar, van Jheronimus Bosch (ca. 1450-1516) tot Pieter Bruegel (1525-1569). Bosch staat bekend om zijn fantastische beelden van monsters en demonen en zijn bijzondere techniek, die veel losser is dan die van zijn tijdgenoten. De generaties na Bosch, met kunstenaars als Lucas van Leyden, Jan van Scorel en Maarten van Heemskerck, hebben eveneens opzienbarende vernieuwingen tot stand gebracht. Voor hen was de Italiaanse kunst een belangrijk voorbeeld. Pieter Bruegel reisde ook naar Italië, maar zocht toch vooral aansluiting bij de Nederlandse traditie en met name bij Bosch. Dat blijkt uit de bizarre beeldwereld van zijn prenten en uit zijn schilderijen. De conservatoren laten met deze tentoonstelling de ontwikkeling op het gebied van techniek, compositie en onderwerpskeuze in de periode 1450-1570 zien.

Monsters en demonen
Pieter van der Heyden, De grote vissen eten de kleine, 1557, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam

Samenwerking

De tentoonstelling in Japan kwam tot stand in samenwerking met musea in Tokio en Osaka en het Japanse mediaconcern Asahi Shimbun. Het is de eerste reizende tentoonstelling van BVB Collections, een internationaal tentoonstellingsprogramma met werken uit de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen.

De favoriete prent van Bruegel van conservator Peter van der Coelen

Conservator Prenten en tekeningen Peter van der Coelen stelde samen met conservator Friso Lammertse de tentoonstelling samen. Dit is zijn favoriete werk uit de tentoonstelling:

Pieter Bruegel de Oude Brueghel

Pieter Bruegel de Oude Brueghel

ca. 1526/1530 Brussel 1569 Gegraveerd door Frans Huys Antwerpen 1522 1562 Schaatsers voor de Sint-Jorispoort in Antwerpen, ca. 1558 Gravure BdH 8020 (PK)

Schaatsers voor de Sint-Jorispoort in Antwerpen

‘Dit Antwerpse ijsgezicht is Bruegels vroegste prent met een voorstelling uit het alledaagse leven. Hij heeft zijn eigen stadsgenoten uitgebeeld bij het schaatsen, een feestelijk hoogtepunt in de wintertijd. De grachten rond de stadsmuren zijn bevroren en bieden vermaak aan jong en oud, zowel op het ijs als aan de kant. De omstanders amuseren zich om de malle houdingen en potsierlijke bewegingen van degenen die zich op het gladde ijs proberen voort te bewegen. Vooral de schaatser die gevallen is en met blote billen op het ijs ligt, trekt de aandacht. Zowel vanaf de brug als aan de zijkant wordt ernaar gewezen, waarbij de reacties uiteenlopen van een geamuseerde blik tot een uitbundige schaterlach.

Wij als kijkers worden door Bruegel uitgenodigd om met de omstanders mee te lachen. Hij gebruikt daarvoor een trucje, namelijk de man helemaal vooraan die op ons afkomt en bijna het beeld uit schaatst. Met zijn angstige gezicht kijk hij ons aan, terwijl hij zijn evenwicht probeert te bewaren door armen en benen breed uit te strekken.’