Previous Next Facebook Instagram Twitter Pinterest Back to top

Interview Maarten Bel

Maarten Bel (1987) is autonoom beeldend kunstenaar en maakt installaties, illustraties en boeken. Hij kan verschillende groepen mensen samenbrengen waarbij hij fungeert als artistiek bindmiddel. Na eerdere educatieve projecten voor onder meer Museum Boijmans Van Beuningen, TENT Rotterdam en SchoolTV, werkte Maarten middels masterclasses met de studenten van het Zadkine college toe naar het eindproduct PLAN B.

Wat houdt het project Kunst/Werk in en hoe heb jij het ervaren?

In Kunst/Werk werd ik als kunstenaar gekoppeld aan 18 Mbo-studenten niveau 1 van de opleidingen ondernemen of horeca aan het Zadkine college. Het idee van het project is dat de studenten vanuit hun vakgebied advies geven aan Museum Boijmans Van Beuningen over hoe het museum in de toekomst kan worden ingericht, vormgegeven en veranderd. Een interessante ontwikkeling is dat het een groep jonge Rotterdammers is die normaal gesproken nooit in een museum komt, of in ieder geval niet vrijwillig. “Boijmans is wat ze altijd in de metro omroepen toch?” Er zijn studenten die kunst oprecht tof vinden, maar een aantal ook niet: zij vinden het vooral saai. Dat vind ik persoonlijk heel interessant: hoe kun je meer mensen naar het museum laten gaan, elkaar laten ontmoeten, vooral ook de jongere generatie? Voor mij is Boijmans wel ook een plek van de jongere generatie, maar vooral ook voor 60 plussers die een dagje gezellig naar het museum gaan en worteltaart eten.

We hebben voorgelegd: wat moet er veranderd worden zodat jij en je vrienden wél naar het museum gaan? De case was: stel je voor, je bent ineens museumdirecteur geworden. Een van de eerste dingen die je moet veranderen is zorgen dat jij en je vrienden ook naar het museum gaan. Alles kan en er is een onbeperkt budget, nergens rekening mee houden. Wat moet er veranderen? En daar kwamen zo ontzettend veel ideeën uit. En daarmee zijn we aan de slag gegaan.

 

Hoe kwam de groep tot de 9 thema’s?

We hebben 2 lessen na elkaar de opdracht van de museumdirecteur gegeven met allerlei oefeningen om creatieve vaardigheden te ontwikkelen. Door naar beeld, magazines of een bepaalde plek in het museum te kijken Bijvoorbeeld de entreehal: wat moet er veranderen waardoor jij naar binnen zal gaan. Eén van de ideeën was gratis entree tot het museum of zelfs betaald worden om naar binnen te gaan. In eerste instantie is dat een heel raar idee, maar wat nou als Boijmans inderdaad geld gaat betalen, bijvoorbeeld 2,50 euro, om bezoekers binnen te krijgen die anders nooit het museum bezoeken? Misschien is dat op lange termijn heel interessant, als deze bezoekers een rondje gaan lopen door het museum, het echt heel tof vinden en dan later op eigen initiatief nog terug komen.

We hebben met de mensen die betrokken waren bekeken of de ideeën konden worden gecategoriseerd in thema’s of dat er dingen waren die vaak terug kwamen. Met deze thema’s hebben we in de lessen doorgepakt. Bijvoorbeeld: ontmoeting is belangrijk, hoe ziet dat er voor jou uit, wat betekent ontmoeten voor jou? Het thema ontmoeten in het museum hoe zou dat  eruit zien, hoe kun je dat verder vorm geven. En tegelijkertijd geeft het ook meer kader en rust in de gigantische stapel van ideeën: wat zijn de thema’s waar deze generatie mee bezig is, die terug moeten komen in het museum is.

Jullie stelden de vraag; wat wil je veranderen aan het museum. Maar voor een groep die niet of nauwelijks in het museum kwam, hoe wisten zij wat ze wilden veranderen aan bijvoorbeeld de entreehal? Hebben jullie video’s en foto’s laten zien?

Ja we hebben foto’s en video’s van het museum laten zien. Daarnaast hebben we een oefening gedaan.  De studenten moesten hun ogen dicht doen en zich voorstellen: je stapt uit bij metrostation Eendrachtsplein, loopt naar het museum, wat zie je dan? En dan zegt iemand “ik zie een hele sexy uitsmijter staan”. Dit laat een denkrichting zien, wat een groter denkthema representeert. Je moet alles serieus nemen. En mijn taak was om dat te sturen. Zo was er een leerling die er geen zin in had omdat hij liever wilde gamen. Daar ben ik op in gegaan en heb vervolgens gevraagd of er iets met dat schietspel in het museum gedaan kan worden. Zo heeft deze leerling het verder ontwikkeld, hoe kan dit eruit zien. Een combinatie maken van een educatief project en op lelijke schilderijen ‘schieten’. Dit is uiteindelijk niet in het eindproduct opgenomen, maar laat wel heel erg zien hoe iemand denkt en dat dat soort gekke hersenspinsels er toch mogen zijn. Niet alles is bruikbaar maar het is wel een stap waarbij je hen helpt een bepaalde richting op te gaan.

Uit al die thema’s en ideeën is uiteindelijk PLAN B ontstaan, de tentoonstelling. Wat is PLAN B volgens jou?

Het is een online tentoonstelling en alle ideeën zijn uitgewerkt in een illustratie. Sommige zijn echt hersenspinsels, anderen zijn verder uitgewerkt. Sommigen kan het museum meteen oppakken, andereen zijn nog te abstract. Maar het is wel heel bruikbaar voor het museum. Je kunt de tentoonstelling zien als visueel adviesrapport aan het museum van het Zadkine. Zo van: als je het ons vraagt, dan moeten jullie dit doen om te zorgen dat wij ook komen. En daar zitten toffe, bruikbare dingen in. Bijvoorbeeld dat het legaal zou zijn om de buitenmuren van het museum te versieren met verf of graffiti, als canvas voor de stad. Dat is niet heel ingewikkeld om te realiseren en lijkt me te gek. Als heel Museum Boijmans Van Beuningen beschilderd mag worden heb je krankzinnig gebouw, midden in de stad, als een driedimensionaal architectonisch schilderij waar laag over laag nieuwe dingen te zien zijn, inspelend op de actualiteit zoals een Black Live Matters-thema. Misschien moet dat worden gereguleerd, bijvoorbeeld maandelijks een nieuw werk. Dat moet nog verder worden uitgewerkt, dat is nu niet gebeurd omdat de studenten niet precies weten hoe een museum inhoudelijk en praktisch werkt, maar het kan worden opgepakt.

Wat denk je dat er bereikt is bij deze studenten?

Ze hebben nu ingezoomd op iets waar ze normaal geen affiniteit mee hebben en ze moesten op een andere manier denken. Ik denk dat het leerproces in heel veel dingen zit: hoe je op ideeën kunt komen, het realiseren dat hun mening er echt toe doet, of dat gamen ook iets zegt over wat hun interesse heeft en dat dat er óók mag zijn. Ik denk dat ze hebben geleerd dat alles kan en dat de wereld voor hen open ligt. Ze kunnen alles worden en alles zijn als ze hun creativiteit en verbeelding gebruiken. Een aantal leerlingen was heel enthousiast en begonnen te twijfelen over hun toekomstplannen, of ze nu niet naar het Grafisch Lyceum moeten gaan.

Foto: Marwan Magroun.

Wat heb jij geleerd en bereikt?

Wat ik heb geleerd is dat er al een grote generatiekloof is tussen waar zij mee bezig zijn en wat ik doe, maar ook wat ik denk dat hen bezig houdt. Wat interessant is dat ik als kunstenaar of de anderen die betrokken waren die een duidelijke link hebben met de kunstwereld ook wel veel nadenken over hoe een museum inclusiever kan worden of hoe andere mensen naar het museum kunnen komen. Wij denken daarin heel dogmatisch, binnen een kunst-dogma, en blijven daarin hangen. Het is heel leerzaam als je aan de grootste cultuurbarbaren vraagt wat je moet doen om hen binnen te krijgen en met die ideeën aan de slag gaat.

Wat ik belangrijk vind: er zijn in het verleden soortgelijke projecten gedaan bij Boijmans en andere musea waarbij input is gevraagd voor het betrekken van jongeren.

Voor mijn gevoel worden deze adviezen naast iemand neergelegd en ik hoop echt dat hier daadwerkelijk iets mee gedaan zal worden. Dit is een groep die het museum graag wil gebruiken en er is een duidelijk rapport met goede ideeën gepresenteerd, hier móét iets mee gedaan worden als je het museum inclusiever wilt maken. Het lijkt me te gek als er een museum komt waar ruimte is voor een groep rotterdammers die normaal niet naar een museum gaat. Boijmans is daar perfect voor. Dit project is een grote kans, er zitten parels tussen, doe er iets mee. Een museum moet een vrijplaats zijn voor nieuwe ideeën en perspectieven, dat moet verloren gaan achter argumenten als ‘we mogen niet op een gebouw schilderen’.  Denk in mogelijkheden en niet in beperkingen.