:host { --enviso-primary-color: #FF8A21; --enviso-secondary-color: #FF8A21; font-family: 'boijmans-font', Arial, Helvetica,sans-serif; } .enviso-basket-button-wrapper { position: relative; top: 5px; } .enviso-btn { font-size: 22px; } .enviso-basket-button-items-amount { font-size: 12px; line-height: 1; background: #F18700; color: white; border-radius: 50%; width: 24px; height: 24px; min-width: 0; display: flex; align-items: center; justify-content: center; text-align: center; font-weight: bold; padding: 0; top: -13px; right: -12px; } .enviso-dialog-content { overflow: auto; } Previous Next Facebook Instagram Twitter Pinterest Tiktok Linkedin Back to top
De aanbidding der koningen

Vraag maar raak

Laden...

Bedankt, je vraag is verzonden.

Helaas, er is iets mis gegaan met het verzenden van je vraag. Probeer het aub nog eens.

High-res beeldmateriaal aanvragen

Meer informatie

Specificaties

Titel De aanbidding der koningen
Materiaal en techniek Zwart krijt, pen in grijsbruine inkt, grijs gewassen, kaderlijnen met de pen in bruine inkt
Objectsoort
Tekening > Tweedimensionaal object > Kunstvoorwerp
Locatie Dit object is in het depot
Afmetingen Hoogte 274 mm
Breedte 266 mm
Makers Tekenaar: Anoniem
Atelier: Meester van 1518
Inventarisnummer N 140 (PK)
Credits Bruikleen Stichting Museum Boijmans Van Beuningen (voormalige collectie Koenigs), 1940
Collectie Tekeningen & Prenten
Verwervingsdatum 1940
Vervaardigingsdatum in circa 1520-1530
Signatuur geen
Watermerk Gothic P (48 x 18 mm, between P3-4 from below, 23 mm distance PP, beneath the kneeling figure; vV, 12P, very fine, heavily cropped plano), a very common type in the period c. 1450-1550, similar to a.o. Piccard Online 106838 (doc. Ghent 1522). [AE]
Inscripties 'L van Leyden' (rechtsonder, in pen in bruine inkt), '223 [doorgestreept] / 500' (verso, rechtsonder, in zwart krijt), '349' (verso, middenonder, mogelijk stempel)
Verzamelaar Franz Koenigs
Merkteken A. Freiherr von Lanna (L.2773), F.W. Koenigs (L.1023a)
Tentoonstellingen Amsterdam 1934a, nr. 76 (als ‘Antwerpsche manierist’)
Onderzoek Toon onderzoek Nederlandse tekeningen uit de vijftiende en zestiende eeuw
Literatuur München 1961, onder nr. 1; W. Robinson in Providence/Minneapolis/Toledo 1983, pp. 206-209; Van den Brink 2004, p. 183, noot 75, pp. 212-213, afb. 53; Collection Catalogue 2012 (online)
Materiaal
Object
Techniek
Grijs gewassen > Wassen > Gewassen > Tekentechniek > Techniek > Materiaal en techniek
Geografische herkomst Zuidelijke Nederlanden > Nederlanden > West-Europa > Europa
Plaats van vervaardiging Antwerpen > België > West-Europa > Europa

Entry bestandscatalogus Vroeg Nederlandse tekeningen uit de 15e en 16e eeuw

Auteur: Ariane van Suchtelen

De compositie van deze Aanbidding der koningen komt overeen met die van een tekening in Providence (afb. 1). Deze is echter in een andere techniek uitgevoerd door een andere hand.1 Beide tekeningen zijn waarschijnlijk kopieën naar een verloren gegaan schilderij of tekening.2 Hergebruik van eigen of andermans composities, figuren of andere motieven was in de Antwerpse schilderspraktijk van de vroege zestiende eeuw heel gewoon – in het gestroomlijnde productieproces werd volop nagetekend en gekopieerd.3 Op deze wijze werden in elk atelier voorraden getekende ‘patronen’ aangelegd waaruit men bij het schilderen kon putten. Daarbij werd over copyright niet al te strikt gedacht. De hier besproken tekening is een mooi voorbeeld van een compositie die in meer dan één versie is overgeleverd. Zittend op een segment van een klassieke zuil, met Jozef aan haar zijde, toont Maria haar kind aan de wijzen uit het Oosten, die in prachtige exotische gewaden hun gaven komen aanbieden terwijl soldaten rechtsachter het toegestroomde volk tegenhouden. De ‘Aanbidding der koningen’ was een geliefd onderwerp in zestiende-eeuws Antwerpen, dat talloze malen in beeld is gebracht (Mattheüs 2). De weergave van de flamboyant uitgedoste wijzen met hun kostbare geschenken kon worden gezien als verwijzing naar de contemporaine handel in luxegoederen uit verre streken die in Antwerpen tot bloei was gekomen.4

Het blad in Providence werd met pen in zwarte inkt uitgevoerd op donker geprepareerd papier, nauwkeurig gearceerd met witte dekverf.5 Daarentegen is de Rotterdamse tekening op ongekleurd papier uitgevoerd. Alleen de figuren zijn helemaal uitgewerkt met pen en penseel; het bouwwerk is tamelijk summier in zwart krijt geschetst. Het lijkt erop dat de tekenaar eerst de figuren voltooide en daarna pas de architectuur op de achtergrond toevoegde.6 Alleen de zuil langs de linkerrand van de voorstelling en het venster waardoor drie achtergrondfiguren leunen, zijn summier met de pen aangeduid. Dat deze lijnen in inkt zijn getrokken, lijkt de veronderstelling te bevestigen dat eerst de figuren werden uitgevoerd en daarna pas de architectuur; de lijnen waren immers nodig om de figuren al enigszins in de ruimte te verankeren. De landschapjes op de achtergrond zijn vermoedelijk pas op het laatst met de pen getekend tussen de bogen van het gebouw. In alle gebruikte media is de tekening plaatselijk heel regelmatig gearceerd met evenwijdige, meestal schuin geplaatste lijntjes. Op de tekening in Providence zijn de figuren wat dichter op elkaar geplaatst en zijn aan het gefantaseerde, klassieke bouwwerk allerlei elementen toegevoegd.7 Kleine verschillen tussen beide tekeningen – bijvoorbeeld in de plooival – bevestigen de veronderstelling dat niet de ene tekening een kopie is van de andere, maar dat ze beide  teruggaan op een gemeenschappelijk prototype. Sommige details in de voorstelling worden pas na vergelijking met het andere blad duidelijk. Zo houdt Jozef op de tekening in Providence een rozenkrans vast die op het Rotterdamse blad met een niet precies te duiden, klein lijntje is aangeduid.

Een Aanbidding der koningen in Wenen (afb. 2) is naar alle waarschijnlijkheid van dezelfde hand als de hier besproken tekening, want uitgevoerd in dezelfde techniek.8 Op het Weense blad is de detaillering van de architectuur tamelijk precies uitgewerkt met pen en penseel, zij het uitsluitend aan één kant. Hieruit blijkt dat dit blad eveneens als een model voor ateliergebruik diende, niet als een zelfstandige tekening. De langgerekte figuren en exotische uitdossingen, de sierlijke houdingen en gebaren en de fantasievolle architectuurelementen van de Rotterdamse en Weense aanbiddingen zijn kenmerkend voor de beeldtaal van de groep Zuid-Nederlandse schilders en tekenaars die Friedländer in 1915 voor het eerst omschreef als ‘Antwerpener Manieristen von 1520’. Dit waren veelal anonieme meesters voor wie hij diverse noodnamen muntte.9 Waar Benesch het blad in Wenen onder voorbehoud in het oeuvre van de zogenaamde Pseudo-Bles plaatste (vernoemd naar een schilderij waarop een valse signatuur van Herri met de Bles staat), terwijl Boon het met de Meester van de Antwerpse Kruisiging in verband bracht, biedt Van den Brinks observatie dat de tekeningen verwantschap vertonen met de Meester van 1518 meer houvast.10 Zo is de op de rug geziene soldaat rechts op het Rotterdamse blad een standaardtype uit het repertoire van deze meester, die is vernoemd naar een 1518 gedateerd Antwerps altaarstuk met het leven van Maria in de Marienkirche te Lübeck.11 Ook de wijze waarop de nogal kleine hoofden in een hoek op de lichamen balanceren, herinnert aan het werk van deze meester. De figuurtypen en de plooival op beide tekeningen vertonen overeenkomsten met diverse tekeningen die aan de Meester van 1518 zijn toegeschreven.12 Van den Brink suggereert dan ook dat de bladen in Rotterdam en Providence mogelijk zijn gekopieerd naar een thans onbekend schilderij van de Meester van 1518, wellicht door een assistent in diens atelier.13

[caption id="attachment_14344" width="640" align="alignleft"]fig. 1 Anonymus Antwerp/ Jan de Beer. The Adoration of the Magi, c. 1510. Providence RI, Museum of Art, Rhode Island School of Design, inv. no. 61.090fig. 1 Anonymus Antwerp/ Jan de Beer. The Adoration of the Magi, c. 1510. Providence RI, Museum of Art, Rhode Island School of Design, inv. no. 61.090[/caption]

Noten

1 De relatie tussen beide tekeningen werd voor het eerst opgemerkt door Otto Benesch, in een brief d.d. 31 december 1959 aan Margaret H. Drey, Londen (toentertijd eigenaar van de tekening in Providence). Vergelijk München 1961, onder nr. 1. Zie voor de tekening in Providence, W. Robinson in Providence/Minneapolis/Toledo 1983, pp. 206-209, nr. 73 (als ‘Antwerp School, ca. 1520-1530’). In de hierboven geciteerde brief bracht Benesch de tekening in Providence voorts in verband met nog een Antwerpse tekening in Museum Boijmans Van Beuningen, De allegorie op de antithese tussen Eva en Maria (inv.nr. N 91) en een Abraham en Melchisedek in Wenen, Albertina (inv.nr. 7837; Benesch 1928, nr. 34; zie Providence/Minneapolis/Toledo 1983, p. 209, noot 4); de stilistische relatie met beide tekeningen is niet evident.

2 Robinson suggereert dat het prototype een schilderij moet zijn geweest uit de omgeving van Jan de Beer en Pseudo-Bles (zie vorige noot). Er zijn elementen in de architectuurweergave die herinneren aan het werk van Pseudo-Bles, vergelijk Antwerpen/Maastricht 2005, nrs. 17 en 18. Van den Brink suggereert dat het prototype een schilderij van de Meester van 1518 kan zijn (zie hieronder, noot 10 en 13).

3 Vergelijk Van den Brink 2004.

4 Zie Ewing 2004.

5 Zie noot 1.

6 Van den Brink veronderstelt ten onrechte dat eerst de gehele tekening in zwart krijt werd uitgevoerd, waarna de figuren in pen werden overgetrokken, het krijt plaatselijk weggepoetst en de wassingen aangebracht (Van den Brink 2004, pp. 212-213). In de figuren ontbreekt ieder spoor van krijt (met dank aan Ria Bonte).

7 De tekening in Providence is langs de rechterrand enigszins bijgesneden; daar zijn slechts twee figuren te zien waar er op het Rotterdamse blad een groepje van drie is afgebeeld.

8 Benesch 1928, p. 6, nr. 33.

9 Zie onder meer Friedländer 1915; ENP, dl. 11; Antwerpen/Maastricht 2005. De eerste poging tot een classificatie van de ongeveer 350 overgeleverde tekeningen van de Antwerpse maniëristen werd ondernomen door Peter van den Brink (2004). Voor een verantwoording van het aantal, zie Van den Brink 2004, pp. 160-162, noot 4. Met veel dank aan Peter van den Brink die zijn onderzoeksmateriaal ter beschikking stelde

10 Benesch 1928, p. 6, nr. 33; Boon 1971b, p. 58 (de ‘Meester van de Antwerpse Kruisiging’ is inmiddels geïdentificeerd als Adriaen van Overbeke, vergelijk Antwerpen/Maastricht 2005, nr. 73, p. 224); Peter van den Brink, ongepubliceerde aantekeningen, 17 september 2003. De Meester van 1518 is wel geïdentificeerd als Jan Mertens van Dornicke (Marlier 1966; zie verder A. Born in Antwerpen/Maastricht 2005, p. 225, met verdere literatuur).

11 Antwerpen/Maastricht 2005, nr. 83.

12 Antwerpen/Maastricht 2005, nrs. 53-57; vergelijk bijvoorbeeld het groepje van drie soldaten op de Rotterdamse tekening met een verwant groepje rechts op een aan de Meester van 1518 toegeschreven Kruisiging in Parijs (Louvre, inv.nr. R.F. 29.058; ibidem, nr. 56).

13 Vriendelijke mededeling van Peter van den Brink (email d.d. 23 juli 2012), die wijst op het tweedimensionale karakter van het werk van de Meester van 1518 met figuren die ‘als wajang-poppen in het vlak lijken te bewegen’. Dit is op de bladen in Rotterdam en Providence minder het geval, waardoor we kunnen aannemen dat die door een andere tekenaar zijn gemaakt.

Toon onderzoek Nederlandse tekeningen uit de vijftiende en zestiende eeuw
Toon catalogustekst Verberg catalogustekst

Alles over de maker