:host { --enviso-primary-color: #00BAFF; --enviso-secondary-color: #00BAFF; font-family: 'boijmans-font', Arial, Helvetica,sans-serif; } .enviso-basket-button-wrapper { position: relative; top: 5px; } .enviso-btn { font-size: 22px; } .enviso-basket-button-items-amount { font-size: 12px; line-height: 1; background: #F18700; color: white; border-radius: 50%; width: 24px; height: 24px; min-width: 0; display: flex; align-items: center; justify-content: center; text-align: center; font-weight: bold; padding: 0; top: -13px; right: -12px; } Previous Next Facebook Instagram Twitter Pinterest Back to top

Anna

Rotterdam 1935 - Rotterdam 1980

Anna Verweij-Verschuure, die zichzelf als kunstenaar kortweg 'Anna' noemde, nam in haar oeuvre textiel als uitgangspunt. Ze beschouwde het als een rijk materiaal met veel mogelijkheden. Ze maakte deze keuze eind jaren vijftig, in een periode waarin textielkunst zich losmaakte van haar traditionele handwerkimago en een volwaardige plaats verwierf binnen de autonome kunst. Ontwikkelingen binnen het werk van Anna laten een gevoeligheid voor eigentijdse kunststromingen zien, zoals informele en later conceptuele kunst. Met relativering en humor gaf ze in haar werken uitdrukking aan haar persoonlijke visie op het leven. Haar oeuvre, vooral haar meer conceptuele werk uit de jaren zeventig, is in de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen met enkele belangrijke werken vertegenwoordigd.
Haar eerste wandkleden maakte Anna eind jaren vijftig van grof in en aan elkaar genaaide restjes kleding, jute en draad, waarbij verschillende kleuren en vormen een abstract geheel vormen. Dit werk sluit aan bij de materiekunst en abstracte schilderkunst uit dezelfde periode. De wandkleden uit de tweede helft van de jaren zestig bevatten driedimensionale, organische vormen en zijn hoofdzakelijk gemaakt van kunstmatige stoffen als nylon, kunstzijde en plastic. De werken roepen een tegenstrijdige reactie op: aan de ene kant prikkelen ze de tastzin, aan de andere kant zijn de matte, donkere kleuren niet uitnodigend. De vormen verwijzen naar natuurlijke groeiprocessen en verbeelden bijvoorbeeld embryo's en zaadbollen. Een goed voorbeeld van zo'n wandkleed is Wit viooltje. De overheersende kleuren aubergine, donkergroen en bruin doen denken aan een rottingsproces, waartegen een wit viooltje, vastgenaaid op een rode ondergrond sterk afsteekt. De witte bloem, die regelmatig terugkeert in Anna’s werk, is ingebed in een soort vrucht van organische bollen en lobben en vormt het hart van het werk. Het werk verbeeldt de cyclus van groei en verval.
In de wandkleden die volgen treedt de thematiek van Alice in Wonderland op de voorgrond. Anna vond het mengen van fantasie en werkelijkheid, het bestaan van een soort onderwereld die symbool staat voor het onderbewuste en de dubbelzinnigheid in taal en objecten in het boek fascinerend, en verwerkte dit expliciet in haar wandobjecten. Deze werken fungeren als overgang naar de meer conceptuele werken van de jaren zeventig. Vanaf die periode maakte ze naast monumentaal werk, zoals kleden met repeterende, doosachtige vormen, ook kleine objecten die verwijzen naar gebruiksvoorwerpen als pannenlappen en elpees. Haar vormentaal werd eenvoudiger en hoewel de gebruikte symboliek vergelijkbaar is met die in haar vroege wandkleden zoals Wit viooltje, is deze op een meer subtiele manier verwerkt.
Mijn plaats aan tafel 2 is een belangrijk werk uit de jaren zeventig. Een wit linnen tafelkleed is versierd met geborduurde guirlandes van groene bladeren en paarse viooltjes. Aan één kant gaat dit regelmatige patroon over in chaotisch broddelwerk: het paars en groen verandert langzaam in zwart, de guirlandes worden onregelmatiger en grover tot ze verworden tot een kluwen van in elkaar gehaakte draden. Op deze plek is het linnen kapot en door de onregelmatige borduursteken bij elkaar getrokken. Het lijkt alsof de kunstenaar haar zelfbeheersing verloren heeft. De titel, Mijn plek aan tafel 2, verwijst naar een tafelschikking. Met eenvoudig borduurwerk toont Anna de weerstand die de aanwezigheid van degene die niet binnen het stramien past, oproept, en de frustratie die hiermee gepaard gaat. Dit werk wordt voorafgegaan door Mijn plaats aan tafel 1 (1972-1973), dat zich bevindt in de collectie van het Audax Textielmuseum Tilburg, waar een schaduw op een van de zijden van het witte linnen is geborduurd. Ook hier lijkt de aanwezigheid van de kunstenaar aan tafel weinig positiefs te brengen. In haar kleine haakwerken uit de vroege jaren zeventig komt eenzelfde soort thematiek naar voren: een regelmatig haakpatroon wordt op één plek ontregeld, door in een contrasterende kleur een onregelmatig gedeelte in te voegen. In dezelfde periode ontstond Memento mori, een zwart gebiesde zakdoek waar een knoop in is gelegd, als herinnering aan sterfelijkheid. Een tweede exemplaar bevindt zich in de collectie van het Audax Textielmuseum Tilburg. In hetzelfde jaar maakte ze een tiental vergelijkbare werken met dezelfde titel in een kleiner formaat.
De laatste jaren concentreerde Anna zich op werken waarbij constructie en deconstructie centraal staan, zoals Wandkleed, waarin een zigzaggende strook stof geknipt is uit een imitatiegobelin die een alpenweide voorstelt. Het beeld van het serene landschap wordt door de ingreep van Anna verstoord. De uitgeknipte strook zit nog vast aan het wandkleed en ligt in een hoop op de grond.

Lees verder Lees minder