Previous Next Facebook Instagram Twitter Pinterest Back to top

Dieric Bouts

Haarlem 1415/1420 - Leuven 1475

Auteur: Judith Niessen (2012-11-27)

‘Dat er van oudsher of al zeer vroeg in Haarlem hele goede of de beste schilders van heel Nederland gewoond hebben, is allang bekend […]’, zo begint Karel van Mander in 1604 zijn biografie van de schilder Dieric Bouts.1 De schilder is immers in die stad ergens tussen 1415 en 1420 geboren. In 1457 wordt Bouts voor het eerst in Leuven vermeld, waar hij tot aan zijn dood op 6 mei 1475 zou wonen en werken. Tien jaar eerder al, in 1447 of 1448, trouwde de schilder met de Leuvense Katharina van der Brugghen. Naar haar wordt ook wel gerefereerd als ‘Metten Gelde’: zij kwam uit een gegoede Leuvense familie. Vier kinderen werden uit het huwelijk geboren. Twee daarvan, Aelbert (1451/54-1549) en Dieric II (ca. 1448-1491) werden beiden ook schilder. Van Dieric II zijn geen schilderijen bekend. Aelberts oeuvre kan daarentegen relatief goed worden gedefinieerd. Zijn schilderstijl is een voortzetting van die van zijn vader. Vanaf 1467 tot aan zijn dood was Dieric Bouts stadsschilder van Leuven.

Geen enkel vroeg werk van voor zijn verhuizing naar Leuven kan met zekerheid aan Bouts worden toegeschreven.  Zijn gedocumenteerde werken dateren alle van na 1457. Het betreffen ondermeer Het heilig Avondmaal, geschilderd rond 1467-68, in de Sint Pieterskerk in Leuven en twee panelen met Gerechtigheidstaferelen van Keizer Otto III, die hij schilderde voor het Raadhuis van Leuven.2 Een daarvan, De vuurproef werd daadwerkelijk in 1473 in het raadhuis opgehangen, terwijl het andere schilderij, De marteldood van de onschuldige graaf, na Bouts overlijden werd afgemaakt door medewerkers uit zijn atelier. Zijn verdienste voor de schilderkunst betreft de introductie van het ruimtelijk perspectief en zijn rol bij de weergave van het landschap. Geen enkele tekening kan overtuigend aan Dieric Bouts worden toegeschreven. Hooguit worden enkele bladen met de kunstenaar in verband gebracht, op basis waarvan een idee kan worden gevormd over zijn tekenstijl.3

Noten

1 Van Mander (ed. Miedema) 1604, fol. 206r. Deze biografie is gebaseerd op Sander 1993, p. 46; Ainsworth/Christiansen 1998, p. 393 en M. Smeyers in Leuven 1998, pp. 13-18.

2 Leuven, Sint Pieterskerk; Leuven 1998, nr. 23, ill.; Brussel, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, inv. nr. 1447-1448; ENP II, 1968, ill. plates 48-49.

3 Zie bijvoorbeeld Leuven 1998, nrs. 108-114.

Lees verder Lees minder