Previous Next Facebook Instagram Twitter Pinterest Back to top

Helena van der Kraan

Praag 1940

Helena van der Kraan (1940) fotografeert voornamelijk vrienden en bekenden en alledaagse objecten in en rondom haar huis. Oorspronkelijk werd zij opgeleid tot graficus en schilder. In 1968 vluchtte Van der Kraan vanuit haar geboorteland Tsjecho-Slowakije naar Nederland, waar zij werd toegelaten tot de Haarlemse postacademische kunstopleiding Ateliers ’63. In 1970 kocht zij haar eerste camera, waarmee zij de performances fotografeerde van haar echtgenoot, de beeldend kunstenaar Axel van de Kraan. In de jaren daarna groeide fotografie uit tot haar medium. In Van der Kraans foto’s ligt een nadruk op vormen, lijnen en patronen, waaruit haar verleden als graficus blijkt.Een vrouw met haar hondje, een hand die een versleten knuffelbeer vasthoudt, een hand onder het hoofdje van een pasgeboren baby: de titel van het drieluik Drie nuances in tederheid zegt het al. Helena van der Kraan heeft in drie beelden intimiteit en tederheid vastgelegd. Ze lijken voor verschillende levensfases te staan, waarin achtereenvolgens de beer, het kind en de hond worden gekoesterd. De ogen van de vrouw, de beer en de baby kijken de toeschouwer ieder aan, zoeken contact. De zachte contouren van de gomdruk, het fotografische procedé dat in de late negentiende eeuw vooral werd gebruikt om met fotografie de schilderkunst na te bootsen, onderstrepen de tederheid waaraan in de titel wordt gerefereerd. De lichte zweem en de subtiele nuances in grijstinten maken de foto’s bijna aaibaar. Helena Jirina Maazel studeerde in Praag enkele jaren bouwkunde aan de Technische Hogeschool. Ze werkte vervolgens als etaleur en ontwerper en ontwikkelde zich in de avonduren als schilder en graficus. Na haar vertrek uit haar geboorteland in 1968 ontmoette ze op de postacademische opleiding Ateliers ‘63 in Haarlem haar latere echtgenoot, de kunstenaar Axel van der Kraan. Samen maakten zij bewegende houten beelden die de alledaagse handelingen van mensen verbeelden. De camera die Helena van der Kraan in 1970 aanschafte werd in eerste instantie gebruikt om de performances van haar man vast te leggen. Fotografie werd echter al snel haar belangrijkste medium. Naast portretten maakte ze verschillende reeksen waarin ze musea portretteerde: zalen, voorwerpen en kijkende mensen. De series over Museum Boijmans Van Beuningen, Arboretum Trompenburg en Musée Rodin werden in drie publicaties gebundeld. Daarnaast maakte ze series van De Pont, Teylers Museum, Paleis Lange Voorhout en het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. Na 1998 maakte ze enkele series van stadsgezichten in kleur. Ze bleef echter het liefst in zwart-wit werken, vanuit haar grote belangstelling voor de formele aspecten van de fotografie. Ook experimenteerde ze met verschillende fotografische technieken, zoals gomdruk en het afdrukken van foto’s op doek. Ze fotografeert nog steeds analoog en maakt haar afdrukken eigenhandig. Voor grotere formaten, bijvoorbeeld Helena uit 2010, gebruikt ze de laatste jaren ook wel digitale technieken. Het kijken, het contact, is kenmerkend voor het werk van Van der Kraan. Altijd werkt ze vanuit een directe, vaak persoonlijke, relatie tot haar onderwerp. Een groot deel van haar oeuvre bestaat uit zelfportretten of portretten van mensen uit haar nabije omgeving. Zo is de vrouw die in bovengenoemd drieluik de hond vasthoudt Helena van der Kraan zelf. De baby is het kind van haar goede vriendin Marlene Dumas, die ook Helena heet. Vanaf haar geboorte fotografeert ze deze jonge Helena met grote regelmaat. Doordat veel van de personen op Van der Kraans foto’s door de jaren zijn gevolgd, verbeeldt haar oeuvre het verstrijken van de tijd. De geportretteerde is met natuurlijk licht, vrijwel altijd frontaal, gefotografeerd en kijkt met neutrale blik in de lens. Hoewel Van der Kraan vaak werkt vanuit een persoonlijke verbondenheid met de geportretteerde, ligt er in haar foto’s een sterke nadruk op vormen, lijnen en patronen. In haar gefotografeerde stillevens uit de jaren zeventig en tachtig zijn alledaagse voorwerpen in en rondom Van der Kraans huis het onderwerp. Het zijn sporen van haar dagelijks leven: een lege koffiemok in een nis, vaat in een teiltje of de poes op tafel. Ook hier staat het persoonlijke onderwerp de aandacht voor het tweedimensionale vormenspel niet in de weg.

Lees verder Lees minder