Previous Next Facebook Instagram Twitter Pinterest Back to top

Symbolische torens

Het Boijmans Taal-en Rekenprogramma van Museum Boijmans Van Beuningen is met het schooljaar 2014-2015 zijn tweede jaar ingegaan. Iedere week observeren we in de klassen de lessen van kunstenaar Wolf Brinkman. Deze observaties zijn een belangrijke inspiratiebron voor de ontwikkeling van museumlessen en zijn een manier om te documenteren wat er gebeurt binnen het programma. Dit jaar gaan de groepen 5 en 6 aan de slag in de kunstlessen op school waar taal-en rekenvaardigheden door middel van cultuuronderwijs worden versterkt. Stagiaire Robin van Gils maakte een verslag van de lesreeks ‘symbolen’.

Wolf maakt een serie van 12 lessen dit jaar rondom het thema ‘symbolen’. De mogelijkheden binnen dit thema zijn zeer omvangrijk. In de serie lessen die in september van start zijn gegaan, worden er zoveel mogelijk aspecten rondom het begrip ‘symbool’ onderzocht, met als uitgangspunt de collectie van het museum. De eerste les gaat over de vraag: wat is een symbool? En waar dient een symbool voor? Waarom heeft bijvoorbeeld de ING-bank gekozen voor een leeuw als symbool? “Om meer te verdienen”, “de leeuw is het hart van Nederland en “de leeuw is sterk” antwoorden de leerlingen.

Navertellen
Voorafgaand aan de lessen van Wolf hebben de leerlingen van groep 5 en 6 het museum al bezocht. Hier hebben zij onder andere in het kunstwerk ‘De Marskramer’ van Jheronimus Bosch gezocht naar bijzondere symbolen en betekenissen. De leerlingen gebruikten hierbij rijkelijk hun fantasie. Voelt de man op het schilderij zich blij? “Nee, want hij heeft geen schoen. Hij is arm”. De man kijkt achter zich, waar kijkt hij naar? “Naar de hond, die gromt” en “de plassende man!”. In de les van Wolf weten de leerlingen het verhaal achter het schilderij nog goed na te vertellen. Zo zegt één leerling: “de koe, dat betekent dat je op de goede weg bent”.

De leerlingen ontdekken allerlei symbolen in het werk van Jheronimus Bosch.

Naast symbolen in kunstwerken heeft het museum ook heel veel andere symbolen, zoals het symbool voor ‘restaurant’.

Symbolen verzinnen
In de les bekijken de leerlingen het symbool van hun eigen school De Taaltuin. Als opdracht maken de leerlingen allemaal een symbool voor de directeur. Waar denk je aan als je aan de directeur denkt? “Ze is magisch” zegt een meisje. Het bijbehorende symbool van haar voor de directeur is dan ook een regenboog.

Het symbool voor de directeur bestaat uit een slang in de vorm van een gezicht, want een slang is machtig en snel.

Toren van Babel
In één van de lessen over ‘symbolen’ heeft Wolf het over het symbool dat vaak wordt gebruikt voor Museum Boijmans van Beuningen; het kunstwerk ‘De toren van Babel’ van Pieter Bruegel. Wolf laat zien hoe trots het museum op dit collectiestuk is en hoe vaak het museum dit werk in haar communicatie naar de buitenwereld gebruikt. “De toren is overal” zegt een leerling. En over het verhaal van de toren: “het is boven de wolken” en “hij ging alle mensen verschillende talen geven”. De les gaat verder op het onderwerp ‘torens’, zoals de bekende Eiffeltoren en de toren van Pisa die symbool staan voor de steden Parijs en Pisa en die alle kinderen herkennen. Waarom is de toren van Pisa scheef? “Hij is te dik” zegt een leerling en “de aarde zakte naar beneden”. En hoe kan de toren stevig blijven staan? “Heipalen!” Vervolgens vertelt Wolf over de competitie in de zestiende en zeventiende eeuw in Italiaanse steden. In elke stad woonden de verschillende beroepen bij elkaar in één wijk. Iedere groep wilde een zo hoog mogelijke toren bouwen. “En wat kregen ze als ze de hoogste toren hadden?” De eer…Tijdens het verhaal reageren de leerlingen op vragen van Wolf en verwoorden ze wat ze zien in de afbeeldingen.

Voor de praktische opdracht brengt Wolf de situatie van de Italiaanse steden naar de klas toe. Elk groepje beoefent vanaf nu een verschillend ambacht. Zo zijn er de vissers, de koekenbakkers, de wevers, de edelsmeden en de staalmeesters. De kinderen voelen de opdracht al aankomen… Zij gaan per groepje een eigen toren maken. Hiervoor krijgen ze velletjes papier en crêpetape. Hoe bouw je het beste een stevige toren? En hoe maak je de toren hoog? Om deze vragen te beantwoorden moeten de leerlingen samenwerken en zelf gaan onderzoeken. Welke groep bouwt de hoogste toren?

Stapelen en samenwerken 
De kinderen laten ingenieuze ideeën zien om de toren staande te houden en moeten soms zelfs op de tafel gaan staan om bij het topje van de toren te kunnen. Er is een groepje dat kokers van papier in een vierkant zet en één jongen die een toren van propjes maakt. Deze torens zijn niet zozeer hoog, maar wel heel stevig. De ‘vissers’ laten hun vissersberoep terug komen in de toren. Zij vouwen bootjes die ze op elkaar stapelen. Een goede samenwerking is hierbij essentieel.  Sommige torens zijn wel hoog, maar blijven niet staan. Hoe komt het dat de toren niet stevig is? “Hij is te hoog” zegt één jongen en “te weinig plakband gebruikt” zegt een ander. En wanneer blijft de toren wel staan? “Als de onderkant van de toren breed is!” roept een meisje.

De ‘vissers’ maken een toren van gevouwen bootjes.

De ‘buizentoren’ wordt smal en hoog.

Een toren gevuld met kokers; een enorm stevig bouwwerk.

Ook bij de ‘propjestoren’ is een goede samenwerking essentieel.

Robin van Gils, stagiaire Onderwijs (sept-jan 2014-15)

(Foto’s door Wolf Brinkman)