Previous Next Facebook Instagram Twitter Pinterest Back to top
Koe

Vraag maar raak

Laden...

Bedankt, je vraag is verzonden.

Helaas, er is iets mis gegaan met het verzenden van je vraag. Probeer het aub nog eens.

High-res beeldmateriaal aanvragen

Meer informatie

Specificaties

Titel Koe
Materiaal en techniek Houtskool en gouache
Objectsoort
Tekening > Tweedimensionaal object > Kunstvoorwerp
Locatie Dit object is in het depot
Afmetingen Hoogte 498 mm
Breedte 700 mm
Makers Tekenaar: Piet Ouborg
Inventarisnummer MB 1984/T 24 (PK)
Credits Aankoop / Purchase: 1984
Collectie Tekeningen & Prenten
Verwervingsdatum 1984
Leeftijd maker Circa 57 jaar
Tentoonstellingen Collectie - surrealisme (2017)
Materiaal
Object
Techniek
Gouache > Tekentechniek > Techniek > Materiaal en techniek
Geografische herkomst Nederland > West-Europa > Europa

Auteur: Marijke Peyser

Piet Ouborg is een hartstochtelijk tekenaar. Naast zijn bed heeft hij een schetsboekje liggen waarin hij de beelden en visioenen, die hij tijdens de nacht of in een toestand tussen waken en slapen ziet, opschrijft: ‘De droomen dringen gretig naar het papier. Meestal komen ze niet verder dan de aanzet. Vandaar naar het voltooid ding is een lange weg’.[1] De lange weg waar de kunstenaar naar verwijst, gaat gepaard met experimenten en leidt tot abstractie.

Twee figuren, een gouache op papier uit 1946, verbeeldt een statische figuur links en een dynamische tegenspeler. Mogelijk is deze gouache de aanzet tot een olieverfschilderij uit dezelfde periode, Nachtelijk tafereel (1944-1946). De figuur in de nachtelijke scène en de statische figuur, verbeeld op de gouache, hebben veel van elkaar weg. Ook het heldere kleurgebruik in de gouache en het schilderij komt overeen.

Ouborgs tekening Zonder titel uit 1948 is gemaakt met penseel en inkt. Dit werk toont de interesse van de kunstenaar voor oosterse kalligrafie, in het bijzonder Chinese karakters, waarmee hij tijdens zijn jaren in Nederlands-Indië kennis maakt.[2] Aanvankelijk blijft Ouborg dicht bij de voorbeelden die hij tot zijn beschikking heeft en werkt met inkt en penseel. De gebogen lijnen doen denken aan hemellichamen, menselijke gestalten en dierlijke figuren. Een motief, typisch voor Ouborg, is een wezentje dat op een insect lijkt. Het beschikt over tentakels en kan zich daarmee in iets of iemand vasthaken om dan niet meer los te laten. Dit wordt verbeeld in de tekening Achter elkaar aan. Het figuurtje in het midden zet het op een lopen om te ontkomen aan de achtervolger. Dit motief verwijst naar Ouborgs Indische jaren en wel naar de versieringsmotieven, swastika’s, voor heupgordels uit Ceram. De swastika is van oorsprong een zonnesymbool, een gelukbrengend teken dat in verschillende vormen kan voorkomen.[3] Ook in het kleurrijke Met tentakels heeft een insectachtig wezentje de hoofdrol. In tegenstelling tot in Achter elkaar aan is hier geen sprake van een achtervolging.

De gouache Koe is een uitgewerkte versie van het eerder genoemde Zonder titel. Op de gouache Ik grijp U aan zijn in de wirwar van sierlijke lijnen en losse elementen lichaamsdelen te herkennen, die te herleiden zijn tot twee figuren. De figuur links zit, met gespreide benen, in een gehurkte houding en wendt zich af van de persoon die met uitgestrekte armen naar hem/haar reikt. Het derde werk op papier uit 1950 (Zonder titel) is ongetiteld en minder eenvoudig te duiden. Met zwart krijt heeft de kunstenaar enkele tekens neergezet die hij heeft ontleend aan het Chinese schrift. Het korrelige zwarte krijt resulteert in lijnen die dezelfde dikte hebben. In de ongetitelde tekening uit 1948 gebruikt Ouborg een penseel en zwarte inkt. Hij evenaart op die manier de lijnen van Chinese tekens die afwisselend dik en dun zijn.

In de zomer van 1950 staat de tot dan toe onbekende, introverte Ouborg plotseling volop in de publieke belangstelling wanneer hij de prestigieuze Jacob Marisprijs voor de Grafische Kunst en Tekenkunst wint. De jury, waar de pas aangetreden directeur van Museum Boijmans Van Beuningen, J.C. Ebbinge Wubben, deel van uitmaakt, had bij meerderheid van stemmen besloten de prijs van duizend gulden uit te reiken aan Ouborg voor zijn tekening Vader en Zoon.[4] Deze toekenning maakt veel emoties los binnen de kunstwereld en daarbuiten, die veelvuldig worden geventileerd in de pers. De teneur van de ingezonden stukken is: als met zo’n tekening geld verdiend kan worden, dan moet mijn zoontje ook maar eens meedoen. Het feit dat Ouborg wordt afgedaan als een handige zakkenvuller en zijn integriteit in twijfel wordt getrokken, kwetst hem zeer: ‘Ja, van die Jacob Marisprijs beleef ik een hoop verdriet. Het hele land staat op zijn achterste benen. De enkele voorstemmers worden (of werden) niet gehoord’.[5]

 

Noten

[1] Enschede 1990, p. 62, brief van Ouborg aan Jettie Tielrooy, d.d. 19 november 1944.

[2] Idem, p. 74.

[3] Idem, p. 86.

[4] Idem, p. 95, de jury bestond verder uit Debora G. Duyvis, W.J. Roozendaal, H. Verburg en de voorzitter, W. Jos de Gruyter.

[5] Idem, p. 97, brief van Ouborg aan Jettie Tielrooy, d.d. 7 juli 1950.

Toon catalogustekst Verberg catalogustekst

Alles over de maker

Piet Ouborg

Dordrecht 1893 - Den Haag 1956

Bekijk het volledige profiel