Previous Next Facebook Instagram Twitter Pinterest Back to top
Weids berglandschap met rotspartij

Weids berglandschap met rotspartij

Anoniem (in circa 1525-1550)

Vraag maar raak

Laden...

Bedankt, je vraag is verzonden.

Helaas, er is iets mis gegaan met het verzenden van je vraag. Probeer het aub nog eens.

High-res beeldmateriaal aanvragen

Meer informatie

Dit landschap is lange tijd toegeschreven aan Joachim Patinir. Dit gebeurdeal heel vroeg, getuige twee oude opschriften links- en rechtsonder. Toch kan deze toeschrijving niet standhouden. Het landschap is daarvoor opgebouwd uit teveel losse elementen en heeft te weinig dieptewerking. Wellicht was dit een modelblad waarop bestaande motieven zijn gekopieerd en dat in een Antwerps atelier als hulpmiddel bij het schilderen van landschappen is gebruikt.

Lees verder Lees minder

Collectieboek

Collectieboek Bestellen

Specificaties

Titel Weids berglandschap met rotspartij
Materiaal en techniek Zwart krijt (sporen), pen in twee tinten bruine inkt, gedoubleerd
Objectsoort
Tekening > Tweedimensionaal object > Kunstvoorwerp
Locatie Dit object is in het depot
Afmetingen Hoogte 186 mm
Breedte 281 mm
Makers Tekenaar: Anoniem
Vroegere toeschrijving: Joachim Patinir
Inventarisnummer N 143 (PK)
Credits Bruikleen / Loan: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (voormalige collectie / former collection Koenigs)
Collectie Tekeningen & Prenten
Verwervingsdatum 1940
Leeftijd maker Onbekend
Signatuur geen
Watermerk (1) Hand met erboven een klaverblad (75x18mm; vV, 8P), vergelijkbaar met Briquet 11465 (Lotharingen, doc. 1508-40); een watermerk. vergelijkbaar met dit type wat betreft de onderhelft met de mouw (aangezien het een fragment betreft), is is aanwezig in een andere tekening, die vroeger op naam stond van dezelfde kunstenaar, Patinir (inv.nr. N 15) en in een tekening van Jan Gossaert (inv. no. N 139); (2) in het doubleerpapier: wapenschild met een sikkel (faucille), met daarop een gekroonde dubbelkoppige adelaar (vV, 8P), zeer gelijkend op Briquet 6164 (Klagenfurt-Eisenkappel, Austria, 1590-92), ook aanwezig in een tekening van Pieter Bruegel (inv.nr. N 189) en in een tekening van Hendrick III van Cleve (inv.nr. N 41). [AE] [voor afbeeldingen klik op thumbnails boven de 'zoom in' optie]
Conditie vochtvlekken, rechtsmidden een horizontale scheur
Verzamelaar Franz Koenigs
Tentoonstellingen Het jaar rond met Bol (2004)
Onderzoek Vroeg Nederlandse tekeningen uit de 15e en 16e eeuw
Literatuur Koomen 1934, p. 303 (Joachim Patinir); Benesch 1943, pp. 277- 278 (Meester van het Errera schetsboek, i.e. Meester van de vrouwelijke halffiguren, hier geïdentificeerd met Hans Veryecke); Ebbinge Wubben 1949, p. 161 (Joachim Patinir); Besançon 1950, p. 83 (Joachim Patinir); Boon 1955a, p. 216, n. 5 (niet Meester van het Errera-schetsboek); Bialostocki 1955, p. 235; Van Regteren Altena 1964, p. 169 (Joachim Patinir; als enige werk dat kan worden toegeschreven; vroeg werk); Zwollo 1965, p. 53-55 (Joachim Patinir); Lugt 1968, p. 47, onder nr. 155 (Hans Vereycke?); Koch 1968, pp. 66-67, n. 3 (attributed to Joachim Patinir); Franz 1969, p. 47-48 (attributed to Joachim Patinir); Mielke in Berlin 1975, p. 137, p. 154, nr. 211 (Joachim Patinir?); J. Hand in Washington/New York 1986, p. 243, nr. 93 (Joachim Patinir); Bevers 1992, p. 215 (probably Joachim Patinir); Rotterdam/New York 2001, pp. 18-19, ill. 16 (Joachim Patinir); Krakow 2004, p. 12, onder nr. 1; Hautekeete 2007, pp. 137-141 (Errera Master); G. Dietz and O. Hahn in Ketelsen/Hahn 2011, pp. 123, 129 (traditionally Joachim Patinir); M. Hoß in Ketelsen/Hahn 2011, pp. 213, 215 (circle Cornelis Massys). Stefes 2011, p. 437, onder nr. 806 (Meester van het Errera-album); Collection Catalogue 2012 (online)
Materiaal
Object
Techniek
Doubleren > Gedoubleerd > Toevoegen en verbinden van materialen > Algemene techniek > Techniek > Materiaal en techniek
Geografische herkomst Nederland > West-Europa > Europa

Let op: De gegevens van dit object zijn nog niet gecontroleerd.
Neem contact op met een conservator als iets niet lijkt te kloppen.

Entry catalogus Nederlandse tekeningen uit de vijftiende en zestiende eeuw

Auteur: Judith Niessen

Het Errera-album in Brussel en het Antwerpse tekenboek in Berlijn
In het museum bevindt zich een aantal landschapstekeningen die kunnen worden geassocieerd met twee tekeningenboeken in Brussel en Berlijn, die in het tweede kwart van de zestiende eeuw moeten zijn ontstaan. De boeken zijn voor een belangrijk deel gevuld met landschapstekeningen en motieven van rotsen, burchten en boerderijen zoals die voorkomen in schilderijen van Joachim Patinir, Herri met de Bles en hun navolgers. Veel daarvan zijn gebaseerd op bestaande motieven of composities. Beide boeken worden dan ook gezien als een verzameling modellen die ter inspiratie of als voorbeeld voor een nieuwe compositie in een schilderswerkplaats werden gebruikt.

Het boek in Brussel wordt het Errera-album genoemd, naar één van zijn vroegere eigenaren, Paul Errera die het in 1929 aan het museum legateerde.1 Het album bevat stads- en havengezichten, studies van bomen, rotsen, boerderijen en kastelen, enkele figuurstudies, een paar negentiende-eeuwse tekeningen en enkele lege bladen.2 De voorstellingen zijn in veel gevallen voorbereid door een ondertekening in zwart krijt en vervolgens getekend in bruine en zwarte inkt. Enkele tekeningen zijn vervaardigd op blauw, blauwgroen of donkerbruin gegrondeerd papier. Deze zijn vrijwel allemaal gehoogd in witte dekverf. Er wordt van uitgegaan dat de tekeningen oorspronkelijk afkomstig zijn uit hetzelfde schetsboek. Nu zijn de vierentachtig folios ingevoegd in een negentiende eeuws album. Elk blad meet 135 x 210 mm en een deel van de bladen is voorzien van het watermerk met de ‘gotische P’ (vergelijkbaar met Briquet 8677, Antwerpen 1503). In die gevallen betreft het een fragment dat zich aan de zijkant van het desbetreffende blad bevindt. Dit wijst erop dat de afzonderlijke folios deel uitmaakten van grotere bladen, die werden gevouwen en gesneden tot een tekeningenboek.

Het Berlijnse boek staat bekend als het ‘Antwerpse schetsboek’ en heeft honderdeneen folios.3 Het schetsboek bestaat vermoedelijk uit twee tekeningenboeken die al in de zestiende eeuw werden samengevoegd: de eerste 83 bladen hebben een kan als watermerk (vergelijkbaar met Briquet 12863, Den Haag 1524); van de daaropvolgende bladen is het papier dikker en zijn de bladen gemarkeerd met het watermerk ‘onbekende letters met een 4’ (vergelijkbaar met Briquet 9835, Antwerpen, 1549). Net als bij het Errera-album bevinden fragmenten van de watermerken zich aan de rand van de folios. De afzonderlijke bladen in het tekeningenboek meten c. 190 x 260 mm en de tekeningen zijn uitgevoerd met zwart krijt of in pen in bruine of zwarte inkt.

Ook hier bestaat de inhoud uit een groot aantal landschapstekeningen, waarvan een deel in stijl overeenkomt met de tekeningen in het Errera-album. Zestien landschappen geven Antwerpen weer. Ze onderscheiden zich van de andere landschappen door de daarvan afwijkende tekenstijl met miniscule arceringen, lusjes en haaltjes waaruit de architectuur van de stad is opgebouwd en de brede en schetsmatige lijnvoering in de voorgrond. Vermoedelijk zijn ze ter plaatse getekend. Op basis van de sloop van de stadsmuur die op sommige tekeningen is weergegeven, kunnen ze 1543 worden gedateerd. Tweeëntwintig tekeningen zijn schetsen voor een Verzoeking van de heilige Antonius, die kunnen worden geassocieerd met een schilderij van de Antwerpse kunstenaar Jan Mandyn.4 Een aantal bladen voorin het boek zijn voorzien van religieuze voorstellingen, zoals een Calvarieberg en de Boetvaardige Hieronymus. Sommige composities komen terug in schilderijen van Herri met de Bles, waardoor is gesuggereerd dat dit schetsboek in diens atelier kon worden geplaatst.5 Ook andere toeschrijvingen voor dit tekeningenboek zijn in het verleden overwogen. De onbekende maker van de tekeningen in het Errera-album kent tevens diverse identificaties. Zo werd het album in eerste instantie toegekend aan Joachim Patinir en kende het daarna toeschrijvingen aan Lucas van Valckenborch,6 de Meester van de Vrouwelijke Halffiguren (geïdentificeerd met Hans Vereycke,7 Cornelis Massijs8 en Matthijs Cock.9 Inmiddels wordt aangenomen dat verschillende (anonieme) kunstenaars voor de tekeningen in beide boeken verantwoordelijk zijn geweest. Hoewel een aantal motieven in beide albums voorkomen, zijn beide vermoedelijk afkomstig uit ieder een eigen werkplaats.10 Er zijn in ieder geval geen argumenten om de twee boeken in dezelfde werkplaats te situeren. Naast de tekeningen in beide albums, bevindt zich veel materiaal in diverse collecties dat in meer of mindere mate hieraan verwant is.11 Waarschijnlijk beschikten veel ateliers over dergelijke voorbeeldboeken die na verloop van tijd ontmanteld werden en waarvan de afzonderlijke bladen verspreid raakten. De eenduidige stijlkenmerken van deze groep landschapstekeningen doen vermoeden dat er onder schilders uit die periode bepaalde stijlconventies bestonden. Deze conventies maakten het hergebruik van elkaars motieven eenvoudiger en zorgden ervoor dat rondreizende schilders (gezellen) zonder al te veel problemen bij verschillende werkplaatsen konden worden ingezet. De grote aantallen in stijl aan elkaar verwante geschilderde landschappen uit die periode, bevestigt dit idee.12

Hautekeete introduceerde de noodnaam ‘Errera meester’ voor tekeningen die nauw verwant zijn aan de schetsen in het Errera-album.13 Aangezien er sprake is van verschillende handen en meerdere werkplaatsen, kiezen wij hier niet voor. Wij nemen deze groep tekeningen op onder Antwerpen, tweede kwart zestiende eeuw.

 

Weids berglandschap met rotspartij
Deze voorstelling van een rotsachtig berglandschap is lange tijd beschouwd als één van de weinige tekeningen die met relatieve zekerheid aan Joachim Patinir werd toegekend. Al in de zestiende eeuw werd de tekening toegeschreven aan Patinir. De tekening zelf is voorzien van twee oude opschriften met de naam van de schilder. Daarnaast is de compositie herhaalt in een tekening uit 1597 met vrijwel dezelfde maten (180 x 308mm) in Krakow (afb. 1).14 De inscriptie op de keerzijde vermeldt dat deze naar Joachim Patinir is gemaakt: Naer Jocham (Jochun?) Patenier/aelbrecht tot vaelerd[t] (?vaelers) /1597 (afb.).15 In hoeverre deze Aelbrecht tot Vaelerd(t), die wel vaker het werk van anderen documenteerde in zijn tekeningen, deze tekening als voorbeeld had, weten we niet. In ieder geval maakt de tekst duidelijk dat de compositie aan het einde van de zestiende eeuw als representatief voor het werk van Patinir werd beschouwd. Dergelijke stijle rotsformaties en hoge bergketens zijn vaak onderdeel van Patinirs geschilderde landschappen. Zo kan de opbouw van dit weidse landschap met de grote hoogteverschillen en een rotspartij aan de linkerzijde vergeleken worden met Patinirs Vlucht naar Egypte in Antwerpen.16

Het lijkt hier of de tekenaar zich heeft gebaseerd op een bestaande compositie.17 Het landschap is opgebouwd uit losse elementen die onderling nauwelijks samenhang vertonen. Links zien we wat grillige rotsen die met weinig besef van dieptewerking achter elkaar zijn gezet. Daarnaast is een boerderij met een boomgaard getekend. Verder naar achter een rotspartij met een stad en in het verschiet een grillige bergketen met schematisch aangegeven boompartijen. De tekening kan een samenraapsel zijn van bestaande motieven en eigen inventies. Het is tevens goed mogelijk dat de tekening gemaakt is naar een onbekende compositie van Patinir.18 De herhaling van de voorstelling in Krakow en de inscriptie van Vaelerdt wijzen in die richting.

Zoals al eerder is geconstateerd sluiten techniek en stijl van de tekening aan bij de landschappen uit het Errera-album, dat in het tweede kwart van de zestiende eeuw moet zijn ontstaan.19 Net als bij een aantal van de tekeningen in dat album is ook hier de voorstelling op een redelijk losse, schetsmatige manier getekend met pen in lichtbruine en zwarte inkt. De grillige contourlijnen van de bergketen, de bijna dicht gearceerde schaduwpartijen en de typische boomopbouw van schuin oplopende stammen met een horizontaal gearceerde opgang naar de kruinen en de open wolkjes die de kruintoppen markeren, zijn bovendien terug te vinden in verschillende schetsen uit het album.20 De maker herhaalde een deel van zijn in bruine inkt getekende contouren en arceringen, door ze met zwarte inkt na te trekken, zoals te zien in de centrale rotspartij en bij de contouren van de bergketen in de achtergrond. Ook dit element vindt zijn equivalent in enkele van de landschappen in het Errera-album. Hautekeete plaatst het landschap dan ook terecht binnen de groep tekeningen die nauw verwant zijn met die in het Errera-album.21

Noten

1 Brussel, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, inv. nr. 4630.

2 Gegevens over het Errera-album gebaseerd op Mielke in Berlin 1975, p. 135, onder nr. 181; Dunbar 1972, pp. 53-54 en Hautekeete 2007, pp. 138-141.

3 Berlijn, Kupferstichkabinett, inv. nr. 79C2. Gegevens over het Antwerpse schetsboek zijn gebaseerd op Bevers 1998, pp. 39-42. De laatste pagina’s van het tekeningenboek bevatten zeventiende-eeuwse schetsen voorzien van het monogram G W, dat vermoedelijk staat voor de Duitse kunstenaar Gabriel Weyer (1576-1632). Het ‘Berlijnse schetsboek’, verwijst naar een album met tekeningen afkomstig uit de werkplaats van Jacob Cornelisz van Oostsanen. Zie Ilona Van Tuinen, nog te publiceren.
De schilder Peter de Witte (c. 1548-1628), die het album in zijn bezit had, nummerde 147 pagina’s. Daarvan zijn er nog 101 over. Van de verwijderde bladen kan er slechts een geïdentificeerd worden, Rust op de vlucht naar Egypte in Stuttgart, Staatsgalerie, inv. nr. 49. Bevers 1998, p. 39.

4 Wenen, Kunsthistorisches Museum, inv. nr. 3688.

5 Bevers 1998, pp. 45-48. Voor een overzicht van eerdere toeschrijvingen; Mielke in Berlin 1975, p. 135, onder nr. 180.

6 Gudlaugson 1959. Voor een meer uitgebreid overzicht van toeschrijvingen; Mielke in Berlin 1975, pp. 135-136, onder nr. 181.

7 Benesch 1943.

8 Wescher in ThB 24 (1930), pp. 225-226.

9 Boon 1955a. Dunbar 1972. pp. 72-73 (zijn Meester ‘B’). D’Haene 2007, p. 16, n. 149, meent dat de toeschrijving aan Matthijs Cock overweging verdient.

10 Bevers 1998, p. 42. Mielke in Berlijn 1975, p. 135 en Bevers 1998, p. 45 (n. 16) geven beide een overzicht van de herhalingen in beide albums.

11 Zie voor voorbeelden ondermeer H. Mielke in Berlijn 1975, under nrs. 180-181 en Hautekeete 2007, p. 140, n. 30.

12 Van den Brink in Antwerp 2005, p. 7 met verdere verwijzingen voor werkplaatspraktijk.

13 Hautekeete 2007, p. 140.

14 Krakow, Princes Czartoryski Museum, inv. nr. MNK-XV-Rr.1974; Hautekeete 2007, p. 137, ill. 70.

15 Met dank aan Yvette Bruijnen, Stefaan Hautekeete en Joost Vander Auwera voor het meedenken over de inscriptie op de tekening in Krakow en de datering van de inscripties op het Rotterdamse landschap. Hautekeete en Vander Auwera suggereren dat de inscriptie ook geïnterpreteerd kan worden als: "Aelbrecht heeft dit getekend bij zijn vader” (e-mail correspondentie met de auteur, mei 2010 en februari 2012). Wegner identificeert vijf tekeningen van deze kopiïst. Wegner 1967, p. 207. Hautekeete 2012, p. 355, n. 55.

16 Antwerpen, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, inv. nr. 64.

17 Hautekeete 2007, p. 138

18 Hautekeete 2007, p.141. Hand in Washington/New York 1986, p. 243.

19 Lugt 1968, p. 47, onder nr. 144. Benesch 1943, pp. 277-278. Mielke in Berlin 1975, p. 137, 154, nr. 211. Hautekeete, p. 140.

20 Voor afbeeldingen van diverse folio’s uit het Errera-album zie ondermeer Hautekeete 2007.

21 Hautekeete 2007, pp. 137-141.

Toon onderzoek Nederlandse tekeningen uit de vijftiende en zestiende eeuw
Toon catalogustekst Verberg catalogustekst

Alles over de maker

Anoniem

Bekijk het volledige profiel