Previous Next Facebook Instagram Twitter Pinterest Back to top
Three Standing Men

Ask anything

Loading...

Thank you. Your question has been submitted.

Unfortunately something has gone wrong while sending your question. Please try again.

Request high-res image

More information

Roelandt Savery was court painter to Emperor Rudolf II in Prague from 1603 to 1613/1614. There are some eighty figure studies of peasants, merchants, market women, beggars and cripples that he drew in and around Prague in that period. He captured them on the spot, ‘from life’, with chalk, which he later worked up with pen and ink. Savery was particularly interested in the clothing and headgear of the men. He jotted down colour notations to remind himself that one of them was wearing a ‘grey doublet’ and ‘black boots’.

Read more Read less

Collection book

Collection book Order

Specifications

Title Three Standing Men
Material and technique Red chalk, pen and brown ink, framing lines in black chalk
Object type
Drawing > Two-dimensional object > Art object
Location This object is in storage
Dimensions Height 156 mm
Width 202 mm
Artists Tekenaar: Roelandt Savery
Vroegere toeschrijving: Pieter Bruegel (I)
Accession number MB 1792 (PK)
Credits Uit de nalatenschap van / from the estate of: F.J.O. Boijmans 1847
Department Drawings & Prints
Acquisition date 1847
Age artist Between 22 and 42 years old
Signature none
Watermark none (vH, 7P)
Inscriptions 'nart het leuen' (at upper left, in pen and brown ink over red chalk), 'vÿlle[..] / bruinock / [..] / [..]witte/ doeckken / wÿtt grÿse mus / omber lap / witte [..] / omber / broeck / omberre / kousen' (colour notes, near the figure at the left, in pen and brown ink over red chalk), 'grisse / wambaus / groen / van binnen / swartte lerssen / swartte stroÿe / mus / roden / rock (colour notes, near the figure in the centre, in pen and brown ink over red chalk), 'gelle broeck / grisse mus / bruinock / rock / die rock / groen van / binnen / swartte tas' (colour notes, near the figure at the right, in pen and brown ink over red chalk), '19' and 'Breugel' (verso, at lower centre, in pencil), '25' (verso, at upper left, in pencil)
Collector Collector / F.J.O. Boijmans
Mark museum Boymans (L.1857)
Provenance F.J.O. Boijmans (1767-1847), Utrecht; bequeathed to the City of Rotterdam, 1847; in the museum since its foundation, 1849
Exhibitions Paris 1952, no. 28 (Pieter Bruegel); Rotterdam 1952, no. 18; Rotterdam/New York 2001, no. 134, col.ill (Roelandt Savery); Brussels/Beijing 2007, no. 55, p. 56, ill.; Rotterdam 2010 (coll 2 kw 6); Paris/Rotterdam 2014, no. 92
Internal exhibitions De Collectie Twee - wissel VI, Prenten & Tekeningen (2010)
External exhibitions Bosch to Bloemaert. Early Netherlandish Drawings from the Museum Boijmans Van Beuningen (2014)
Bosch to Bloemaert. Early Netherlandish Drawings (2017)
Research Netherlandish Drawings of the 15th and 16th Centuries.
Literature cat. 1852, no. 191 (Pieter Bruegel); cat. 1869, no. 50; cat. 1901, no. 87; Rooses 1902, p. 193; Van Bastelaer/Hulin de Loo 1907, no. 76; Jaarverslag 1918, p. 15; Tolnai 1925, no. 72; Popham 1926, no. 69; cat. 1927, no. 533; Michel 1931, p. 104; De Tolnay 1952, no. 105; Grossmann 1954, p. 45; Haverkamp Begemann 1957, no. 10; Münz 1961, no. 84; Moskowitz 1962, no. 505; Spicer-Durham 1979, p. 648, no. C 212 (Roelandt Savery); Liess 1981, pp. 92, 99 (Pieter Bruegel)
Material
Object

Please note: The metadata of this object have not been checked.
Contact a curator if something seems incorrect.

Author: Yvonne Bleyerveld

This description is currently only available in Dutch.

Van Roelandt Savery zijn circa 250 tekeningen bekend, waaronder landschappen, dierstudies en prentenontwerpen.1 Deze acht figuurstudies behoren tot een groep van ongeveer tachtig tekeningen van boeren, marktvrouwen, bedelaars, kreupelen, goedgeklede burgers en joden, die Roelandt Savery maakte in en rond Praag in de jaren 1603-1613/1614, toen hij als hofschilder aan het hof van keizer Rudolf II werkzaam was. De tekeningen staan bekend als de naer het leven-tekeningen, een naam die zij danken aan de inscripties die op een aantal ervan voorkomen – zoals nart het leven, nardt het leven, nar hedt leven – en die erop wijzen dat het gaat om studies van personen die Savery in zijn directe omgeving aantrof. De tekeningen zijn gemaakt in zwart of rood krijt, media die uitermate geschikt zijn om ter plekke snelle schetsen te maken, en naderhand te worden uitgewerkt met pen en bruine inkt.

Tot ver in de twintigste eeuw werden de naer het leven-tekeningen beschouwd als werken van Pieter Bruegel, totdat Frans van Leeuwen en Joaneath Spicer omstreeks 1970 deze tekeningen aan Roelandt Savery toeschreven.2 Een belangrijk argument daarvoor, dat allereerst werd aangedragen door Van Leeuwen in 1967, was de overeenkomst tussen de inscripties op de naer het leven-tekeningen en de opschriften op Savery’s stadsgezichten, bijvoorbeeld op diens Gezicht op de Karelsbrug in Praag.3 Een tweede argument was de stilistische verwantschap tussen de figuurstudies en getekende en geschilderde voorstellingen van Roelandt Savery. Daarnaast zijn sommige typen watermerken identiek aan de watermerken in het papier van andere bladen van Savery. Bovendien duidt de kleding van de uitgebeelde personen erop dat zij in Bohemen getekend zijn, een streek die Savery, in tegenstelling tot Pieter Bruegel, uit eigen waarneming kende.4

In 1979 werkte Spicer haar opvattingen over het auteurschap van de naer het leven-tekeningen verder uit in haar oeuvrecatalogus van Savery’s tekeningen. Sindsdien is de toeschrijving aan Roelandt Savery algemeen aanvaard. Alleen Reinhard Liess blies oude hypothesen nieuw leven in, toen hij stelde dat de figuurstudies in zwart en rood krijt van de hand van Pieter Bruegel zijn, terwijl hij in de toevoegingen in pen en bruine inkt een andere hand herkende, mogelijk die van Roelandt Savery.5 Zijn theorie heeft echter geen bijval gevonden.

Savery tekende mensen die hij zag op straten of pleinen in hun alledaagse, soms armoedige en gescheurde of verstelde kleding, met hun manden, tassen, wandelstokken en krukken. Hij vond trof hen aan met hun handelswaar op de markt, staand of zittend op lage muurtjes en tonnen, in groepjes pratend of bedelend in portalen. Zes tekeningen uit de naer het leven-groep verbeelden joden op de markt of in de synagoge, die de kunstenaar gezien zal hebben in de joodse wijk van Praag.6 Hij legde zijn modellen vast als enkele figuren of in twee- of drietallen, zonder beweging of interactie. De getekende boeren, marktlui en bedelaars hebben vaak verweerde, gerimpelde gezichten, kenmerkend voor mensen die veel buiten zijn of een zwaar leven leiden. Ze dragen dikke jassen, broeken en mutsen en hebben veelal hun handen in hun mouwen gestopt om zich tegen de kou te beschermen. De studies wekken de indruk dat Savery zijn modellen tekende zonder dat deze wisten dat ze werden bestudeerd: de mannen en vrouwen zijn meestal en profil, schuin van achteren of op de rug geportretteerd.7 Ter plekke maakte hij summiere schetsen in zwart of rood krijt, die hij naderhand met de pen in bruine inkt verder uitwerkte. Deze directe observatie van mensen in hun dagelijkse bezigheden maakt dat het naturalisme in de voorstellingen groot is, iets wat in de kunst van de vroege zeventiende eeuw een volkomen nieuw fenomeen was.

Veel van de naer het leven-tekeningen zijn voorzien van kleurnotities en soms ook materiaalaanduidingen, zoals grise mūs (grijze muts), vill witte lappen (vilten witte lappen), swartte lerssen (zwarte laarzen).8 Het aanbrengen van kleurnotities – als geheugensteun bij een latere toepassing van een getekend motief in bijvoorbeeld een schilderij – was al in de vroege zestiende eeuw een gebruikelijke praktijk, maar niet eerder gebeurde dit zo veelvuldig en consequent als bij deze groep tekeningen.9

Savery maakte zijn studies van mensen op straat met het doel beeldmateriaal te verzamelen voor zijn geschilderde en getekende genrevoorstellingen van het boerenleven.10 Enkele malen paste de kunstenaar een figuurstudie in een genrevoorstelling toe, maar de voorbeelden daarvan zijn zeldzaam.11 Savery streefde bovendien een breder doel na dan het verzamelen bruikbare motieven: door de zorgvuldige uitwerking in pen en inkt en de grote aandacht voor alledaagse details, ontstaat de indruk dat hij in de eerste plaats tekende wat hem interesseerde en met een soort antropologische nieuwsgierigheid de mensen op straten en markten observeerde.

Binnen de groep figuurstudies, die zoals gezegd ontstonden in de jaren 1603-1613/1614, valt een duidelijke ontwikkeling waar te nemen van aanvankelijke onwennigheid naar een steeds grotere souplesse en spontaniteit.12 Spicer verdeelt de naer het leven-tekeningen in een A, B en C-groep, die elkaar geleidelijk opvolgen en soms overlappen. De tekeningen uit de A-groep getuigen van Savery’s onbekendheid met het onderwerp. De figuurtjes zijn klein, met karikaturale gelaatstrekken en getekend in korte, onzekere lijnen. De B-groep kenmerkt zich door een sobere, informatieve stijl. De vormen van de figuren zijn helder neergezet, hun gezichten minder maskerachtig dan die de A-groep en details zijn verder uitgewerkt. De tekeningen uit de C-groep laten zien dat Savery op den duur volledig vertrouwd was geraakt met de materie. De figuren hebben soepele, ononderbroken contouren en raak getroffen houdingen en gezichten. Met parallelle en kruisarceringen zijn volume en stofuitdrukking op overtuigende wijze weergegeven. Van de acht hier besproken naer het leven-tekeningen behoren alleen MB 1788 en MB 1790 tot de B-groep; de overige bladen worden gerekend tot de C-groep.

Drie afzonderlijke studies zijn verenigd op één blad: ruggelings een kreupele man met twee krukken, schuin afgewend een man met een muts en een wijde mantel en frontaal een derde man met een zwaard en buidel aan zijn gordel. Hun gezichten zijn afgewend of bedekt door een hoed, terwijl de handen schuilgaan achter hun rug of in hun kleding. Om gezichten en handen was het Savery hier duidelijk niet te doen – eerder lijkt hij geïnteresseerd te zijn geweest in de verschillende houdingen en kleding van het drietal.

Net als Savery’s Twee bedelaars en het hoofddeksel van een vrouw (inv. nr. MB 1791) is dit blad een zeldzaam voorbeeld van een naer het leven-tekening die niet met zwart, maar met rood krijt geschetst is.13 En ook op deze tekening zijn de kleurnotities eerst in rood krijt genoteerd en vervolgens in bruine inkt overgeschreven. De twee roodkrijttekeningen in de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen zijn vrijwel even groot en ontstonden waarschijnlijk gelijktijdig, omstreeks 1610. Spicer opperde voorzichtig de mogelijkheid dat beide bladen oorspronkelijk één geheel vormden.14 Dit zou echter betekenen dat Savery op een tamelijk groot vel papier tekende, iets wat met zijn manier van werken – het onopvallend ter plekke observeren en vastleggen van mensen op straat – niet aannemelijk is. Bovendien verschilt de manier waarop Savery in de twee tekeningen het rode krijt met pen en bruine inkt opwerkte. Terwijl hij in tekening MB 1791 binnen de contouren van het rode krijt de donkere partijen invulde met parallelle penlijntjes en kruisarceringen, volgen op de onderhavige tekening de penlijnen hoofdzakelijk het rode krijt. Alleen bij de man rechts werkte Savery enkele details in pen en bruine inkt uit, zoals de veer op diens bontmuts, zijn krullende baard en de knoopsgaten in de mantel.

Footnotes

1 Zie voor een compleet overzicht Spicer-Durham 1979, dl. 2, Catalogue of drawings.

2 Van Leeuwen 1970; Spicer 1970a; Van Leeuwen 1971. Ook daarvoor werd Savery’s naam wel genoemd in verband met deze tekeningen. Zie voor de diverse opinies Spicer 1970a, pp. 4-6. Over de toeschrijvingskwestie van de naer het leven-tekeningen ook Miedema 1973 en Sellink in Rotterdam/New York 2001, pp. 284-288.

3 Van Leeuwen 1970; Van Leeuwen 1971, p. 147. De tekening bevindt zich in Praag, Národní galerie, inv. nr. K 64999, zie Prague/Courtrai 2010, nr. 1.

4 Zie voor al deze argumenten Van Leeuwen 1971; Spicer 1970a.

5 Liess 1981, pp. 87-113, in het bijzonder p. 93.

6 Spicer-Durham 1979, nrs. C 160, C 188, C 194, C 195, C 209, C 224; zie ook Vienna 1988, dl. 2, nr. 241; Frankfurt 2000, nr. 44.

7 Spicer-Durham 1979, p. 202.

8 Respectievelijk bij inv. nrs. MB 1788, MB 1789, MB 1792.

9 Zie bijvoorbeeld inv. nr. N 8; zie ook Van den Brink 2004, pp. 217-221.

10 Spicer-Durham 1979, pp. 201, 207.

11 Zie bijvoorbeeld London/Paris/Cambridge 2002, nr. 35; ook Washington/New York 1986, nr. 103. Volgens Sellink in Rotterdam/New York 2001, p. 285 verschijnt de boer op N 126 op de achtergrond van een geschilderde genrevoorstelling van Savery uit 1605 (in tent.cat. Roelant Savery in seiner Zeit (1576-1639), Keulen (Wallraf-Richartz-Museum); Utrecht (Centraal Museum) 1985/86, nr. 3). Mijns inziens gaat het echter om een vergelijkbaar figuur, maar niet om een navolging van deze tekening.

12 Spicer-Durham 1979, pp. 216-225, zie ook Schapelhouman 1987, p. 120.

13 In Amsterdam, Rijksmuseum, inv. nr. 1888 Aa 1449, bevindt zich een studie van een bedelaar die eveneens is uitgevoerd in pen en bruine inkt over rood krijt, zie Spicer-Durham 1979, nr. C 211; Schapelhouman 1987, nr. 74.

14 Spicer-Durham 1979, p. 648, met de opmerking dat de pen in bruine inkt en de opschriften dan op verschillende tijdstippen zouden zijn toegevoegd, aangezien Savery in tekening MB 1791 nar hedt leuen op een andere, latere manier spelde dan deze tekening MB 1791 (nart het leuen) – een kanttekening die haar hypothese niet sterker maakt.

Show catalogue entry Hide catalogue entry

All about the artist

Roelandt Savery

Kortrijk 1576 - Utrecht 1639

Bekijk het volledige profiel