Vooronderzoek en uitdagingen
Maandenlang werkte restaurator dr. Rika Pause, samen met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, aan uitgebreid onderzoek naar het schilderij van Mark Rothko. Daarbij werd gekeken naar de gebruikte pigmenten en de manier waarop Rothko zijn werk opbouwde. Met verschillende onderzoeksmethoden die het verfoppervlak niet aanraken en een minuscuul stukje verf, zo klein als een suikerkorrel, werd nauwkeurig de samenstelling van de verf in kaart gebracht. Onder de microscoop kwam aan het licht hoe de schilder verflagen opgebouwde, terwijl chemische analysetechnieken aantoonden uit welke pigmenten zijn verf bestaat. Voor het herstel werden uiteindelijk drie pigmenten gekozen die het beste bij de oorspronkelijke kleuren passen: cadmiumrood, ultramarijn en omber.
Pause: “Rothko maakte zijn verf zelf, met hazenlijm en verschillende pigmenten. Uit onderzoek blijkt dat hij bij Grey, Orange on Maroon, No. 8 heel weinig bindmiddel gebruikte. Daardoor ontstaat een poederachtige, matte verflaag die al bij de kleinste aanraking kan worden weggeveegd. Omdat hij zonder traditionele grondering werkte, ligt de verf direct op het doek en is het oppervlak extra kwetsbaar. Voor de restauratie moest ik daarom een speciale verf ontwikkelen die dezelfde matte uitstraling behoudt én volledig reversibel is. Dat betekende dat ik extreem voorzichtig te werk moest gaan en het oppervlak alleen mocht aanraken met de punt van het penseel.”