Previous Next Facebook Instagram Twitter Back to top
Primair Onderwijs, Speciaal onderwijs Bovenbouw

Meetkunst in de klas

Acht lessen voor groep 6, 7 en 8 over ruimte en patronen, waarbij beeldende kunst en meetkunde hand in hand gaan.

In deze acht lessen staan ruimte en patronen centraal, op het grensvlak van beeldende kunst en rekenen (meetkunde). Binnen de lessen over ruimte onderzoekt de leerkracht samen met de leerlingen het begrip ruimte op verschillende manieren en vanuit verschillende invalshoeken: van ruimte naar plat vlak en andersom, illusie van ruimte, verhoudingen, perspectief, maten, etc. 

Binnen de lessen over patronen wordt bekeken wat en waar patronen eigenlijk zijn; in de natuur, tijd, landschap en in de wereld, in getallen en in vormen.

De lessen werden ontwikkeld in het kader van het project Meetkunst, een samenwerking tussen Museum Boijmans Van Beuningen, Universiteit Utrecht, Hogeschool iPabo Amsterdam en Pabo Hogeschool Rotterdam.

1. Ruimte vangen

In deze les gaat het om een verkenning van het begrip ruimte. Er wordt gesproken over ruimtebeleving, hoe kunstenaars gebruik maken van ruimte en hoe zij ruimte 'vangen'. De leerlingen onderzoeken hoe zij zoveel mogelijk ruimte kunnen vangen met één A4.

Lesmateriaal

2. Van kunst naar ruimte

Kunst laat vaak een interpretatie van de werkelijkheid om ons heen zien. Om de werkelijkheid te vangen wordt deze vaak verkleind weergegeven waarbij de kunstenaar goed let op de schaal - de verhoudingen van onderdelen ten opzichte van elkaar. De leerlingen maken een maquette van een gekozen kunstwerk.

Lesmateriaal

3. Van ruimte naar plat: ruimtesuggestie op het platte vlak

Vele kunstenaars hebben hele werelden gevangen op één doek. Hoe suggereren zij ruimte? En hoe kunnen wij de ruimte om ons heen weergeven? De leerlingen tekenen een hoek van het klaslokaal na op een in een hoek gevouwen A4.

Lesmateriaal

4. Spelen met perspectief: vervreemding door optische illusies

Niet alle kunstenaars houden zich aan de regels van perspectief, standpunt, onderlinge verhoudingen etc. Zij overtreden moedwillig de regels en creëren daarmee een vervreemdend effect. De leerlingen maken foto's waarbij een vervreemdend effect gecreëerd wordt door te spelen met perspectief, verhoudingen en standpunt.

Lesmateriaal

5. Wat is een patroon?

Leerlingen verkennen het begrip 'patroon'. Ze zoeken voorbeelden en non-voorbeelden van patronen in het dagelijks leven (patroon in dag, in muziek, teksten, getallen), in (kunst)voorwerpen en decoraties. Ze onderzoeken hoe ze op basis van toevallig gevallen blokjes een patroon kunnen maken.

Lesmateriaal

6. Tegeltjes leggen

In deze les verschuift de focus naar kenmerken van (regelmatige) patronen. Het gaat om diverse vormen van herhaling, opbouw en symmetrie. Begrippen als draaien, spiegelen, verschuiven, vergroten/verkleinen krijgen aandacht. De kernactiviteit is het maken, onderzoeken, beschrijven en vergelijken van verschillende patronen vanuit één eenvoudige basistegel.

Lesmateriaal

7. Spiegeltje, spiegeltje wat zie ik?

Leerlingen verkennen (spiegel)symmetrie en evenwicht in diverse situaties en (kunst)objecten. Ze denken na over de vraag: heeft symmetrie een functie? Ze onderzoeken en maken patronen en vormen met behulp van spiegels.

Lesmateriaal

8. Ruimtelijke patronen

In deze laatste les verkennen leerlingen patronen op en van ruimtelijke objecten. Ze denken na over hoe het patroon gemaakt is, hoe het in elkaar zit en hoe het verder zou kunnen gaan. Ze onderzoeken hoe een patroon dat ze ontwerpen op de uitslag van het balkje (plat) er uitziet, en als het balkje in elkaar zit (ruimtelijk). Wat zie je op elke kant? Welke kenmerken heeft het patroon? Kun je vanuit één of twee (zijvlakken) het patroon op de andere zijvlakken voorspellen?

Lesmateriaal