Previous Next Facebook Instagram Twitter Pinterest Back to top

De geschiedenis van het museum in een notendop

Museum Boijmans Van Beuningen heeft net als veel van de oudste musea van Nederland zijn oorsprong in de nalatenschap van een particulier. Frans Jacob Otto Boijmans neemt zich in 1820 echter voor om zijn collectie aan de Gemeente Utrecht te schenken.

Het scheelt dus niet veel of de collectie komt in Utrecht terecht en niet in Rotterdam. Als de burgemeester van Utrecht de collectie afwimpelt, stapt F.J.O. Boijmans naar de burgemeester van Rotterdam. Na jarenlang onderhandelen wordt een overeenkomst getroffen tussen het gemeentelijk bestuur van Rotterdam en Boijmans. Op zijn aandringen koopt de Gemeente Rotterdam het Schielandshuis ter huisvesting van de collectie. In 1849 opent het museum zijn deuren.

Naar Johannes de Vou, 't Gemeenelandts Huys van Schielandt, 1694
Naar Johannes de Vou, 't Gemeenelandts Huys van Schielandt, 1694
Opstelling van de collectie in het Schielandshuis
Opstelling van de collectie in het Schielandshuis
Het uitgebrande Museum Boymans, 1864
Het uitgebrande Museum Boymans, 1864

Van der Steur gebouw, 1935

In de nacht van 15 op 16 februari 1864 ontstaat er door onbekende oorzaak brand op de zolder van het Schielandshuis. Het museum raakt in een nacht ruim tweederde van zijn collectie kwijt. Museummedewerkers ondernemen heldhaftige pogingen om kunstwerken te redden. Een van de obstakels in de reddingspoging is dat de sleutel van de kunstopslag onvindbaar is. Na de verwoestende brand in het Schielandshuis keert de verzekering 136.129,62 gulden uit. Dit bedrag wordt volledig aan nieuwe kunstaankopen besteed.

Door de groeiende collectie en bezoekersaantallen van Museum Boymans wordt het Schielandshuis te klein. Onder directeur Dirk Hannema (directeur 1921-1945) worden afspraken gemaakt om een nieuw museumgebouw te bouwen. Het nieuwe museum wordt gebouwd op het gemeentelijke stuk grond landgoed Dijkzigt. In 1929 begint de bouw van het nieuwe museum dat in 1935 zijn deuren opent aan het Museumpark. Het gebouw is ontworpen door stadsarchitect, Adriaan van der Steur (1893-1953).

Van der Steur en de toenmalige museumdirecteur Dirk Hannema hadden één ideaal: het nieuwe museumgebouw moest een plek zijn waar je naar toe ging om van kunst te genieten. Geen overvolle wanden en slecht licht zoals in het zeventiende-eeuwse Schielandshuis (waar het museum tot dan toe was gevestigd), maar een modern gebouw dat geheel was toegerust voor zijn taak. Daarom werd in een gebouwtje op het bouwterrein uitvoerig geëxperimenteerd met een ingenieuze bovenlichtconstructie en werd veel aandacht besteed aan het formaat van de zalen en aan de subtiele detaillering. Van der Steur liet zich inspireren door de leefomgeving van particuliere verzamelaars en koos vooral voor kleine intieme ruimten. Veel van de kunstwerken in de collectie zijn immers uit een dergelijke omgeving afkomstig.

Het imposante gebouw in het hart van Rotterdam staat inmiddels al 84 jaar. In al die jaren is het eigenlijk nooit ingrijpend verbouwd en is het toe aan een grondige renovatie.

Tentoonstellingsgebouw, 1972 - 2003

Alleen al door de dynamiek van steeds wisselende exposities heeft het tentoonstellingsgebouw uit 1972 van architect Alexander Bodon (1906-1993) een heel ander karakter. Maar het ademt ook een andere sfeer. Geen subtiele detailleringen, maar drie enorme, flexibele ruimtes, die steeds anders kunnen worden ingedeeld afhankelijk van de tentoonstelling. Bodon realiseerde zijn ‘nieuwe vleugel’ in een tijd dat de moderne kunst letterlijk en figuurlijk ruimte opeiste. De zalen zijn wit en hebben een diffuus bovenlicht. Alles wat de aandacht van de kunst zou kunnen afleiden is uitgebannen, op het grote raam na dat een prachtig zicht biedt op de tuin. In 2003 is het tentoonstellingsgebouw door het Vlaamse architectenbureau Robbrecht en Daem voorzien van een reeks nieuwe zalen, die als een krans om de grote zalen van Bodon heen zijn gesitueerd. In de zalen is gebruikgemaakt van helder en gematteerd glas, beton én hier en daar de oorspronkelijke muur van baksteen. Samen met de mooie bibliotheek aan de straatzijde, is dit de tot nu toe meest recente uitbreiding van het museum.

Het paviljoen, 1991

In 1991 werd het Paviljoen Van Beuningen-de Vriese van Hubert-Jan Henket gerealiseerd als tentoonstellingsruimte voor de gelijknamige collectie. Een uitbreiding van het gebouw door Robbrecht en Daem architecten volgde in 2003. Tijdens directeur Sjarel Ex is de oude (collectie)-ingang van het Van der Steur-gebouw en de routing van het oude gebouw in ere hersteld. In 2008 werd het entreegebied opnieuw ingericht met onder meer een nieuw prentenkabinet en –depot en een educatieve ruimte.

Het paviljoen, 1991
Paviljoen, foto Aad Hoogendoorn

Depot Boijmans Van Beuningen, 2021

Depot Boijmans Van Beuningen, ontworpen door het befaamde MVRDV, is het eerste depot ter wereld dat toegang biedt tot een complete collectie, zónder tussenkomst van een conservator. De dynamiek van het depot is een andere dan die van het museum: hier worden geen tentoonstellingen gemaakt, maar kan het publiek – zelfstandig of met een gids – grasduinen tussen 151.000 kunstobjecten. Ze kunnen ook meekijken met bijvoorbeeld conservering en restauratie. Het depot opent in 2021 de deuren.