Previous Next Facebook Instagram Twitter Pinterest Back to top

Maarten van Heemskerck

Heemskerk 1498 - Haarlem 1574

Maerten van Heemskerck was van 1527 tot 1529 in de leer bij Jan van Scorel en leerde via hem de Italiaanse kunst al kennen vóór hij in 1532 naar Italië ging. In Rome maakte hij tussen 1532 en 1535 een groot aantal tekeningen van antieke monumenten en kunstwerken. Twee van die schetsboeken zijn van onschatbare waarde voor onze kennis over de antieke monumenten in de 16de eeuw. Ook de bouw van de nieuwe Sint Pieter is in deze schetsen gedocumenteerd. Heemskerck vestigde zich in 1537 in Haarlem. Hij schilderde daar vooral portretten en historiestukken die sterk door de Italiaanse kunst waren beïnvloed. Hij was tevens actief als ontwerper van prenten, die een grote verspreiding hadden en tot ver in de 17de eeuw werden herdrukt.

De schilder, tekenaar en prentontwerper Maarten Jacobsz van Heemskerck werd in 1498 geboren in Heemskerk als zoon van Jacob Willemsz van Veen.1 Zijn eerste leertijd bracht hij door bij Cornelis Willemsz in Haarlem – die ook de leermeester van Jan van Scorel was – gevolgd door een leertijd bij Jan Lucasz in Delft. Daarna verbleef hij in het atelier van Jan van Scorel, toen deze zich in tussen 1527 en 1530 in Haarlem gevestigd had. In 1532 vertrok Heemskerck naar Rome, waar hij tot eind 1536 bleef. Daar maakte hij enkele schilderijen met mythologische thema’s en meer dan honderd tekeningen van klassieke ruïnes en beeldhouwwerken, die zich tegenwoordig voor het grootste deel in twee albums in het Kupferstichkabinett in Berlijn bevinden.2 Na terugkeer uit Italië vestigde Heemskerck zich opnieuw in Haarlem, waar hij de rest van zijn leven woonde – afgezien van een korte onderbreking tijdens het beleg in 1572, toen hij naar Amsterdam uitweek.

In de uitvoerige biografie van Heemskerck die Karel van Mander in zijn Schilder-boeck (1604) opnam, noemt hij de kunstenaar een rijk en machtig man.3 Heemskercks tweede vrouw, Marytgen Gerritsdr kwam uit een welgestelde familie. De kunstenaar was bij verschillende financiële transacties betrokken, bezat huizen en grond en had bestuurlijke functies. Zo was hij in 1550-1552 keurmeester en in 1553-1554 deken van het Haarlemse Sint-Lucasgilde. Heemskerck onderhield contacten met aanzienlijke Haarlemse families, met magistraten, geleerden en intellectuelen. Mogelijk was hij lid van de Haarlemse rederijkerskamer De Wijngaardranken.

Maarten van Heemskerck was een bijzonder productief en inventief kunstenaar. Er bleven circa honderd schilderijen van zijn hand bewaard. Hij schilderde altaarstukken voor onder andere kerken in Alkmaar, Amsterdam, Delft en Haarlem. Daarnaast schilderde hij werken met Bijbelse, mythologische en allegorische voorstellingen. Bij de burgerij was hij een geliefd portretschilder. Naast zijn Romeinse tekeningen tekende Heemskerck vanaf 1548, toen hij ging samenwerken met Dirck Volkertsz Coornhert, prentontwerpen. In het totaal leverde Heemskerck circa 600 ontwerptekeningen voor prenten met een breed scala aan onderwerpen. Deze werden gegraveerd door graveurs als Coornhert, Philips Galle, Herman Muller en Cornelis Cort. Vanaf 1553 werden deze prenten veelal uitgegeven door Hieronymus Cock in Antwerpen; na diens dood in 1570 gaf Philips Galle prenten naar Heemskercks ontwerpen uit. Latijnse onderschriften bij de voorstellingen, veelal met een moralistische of didactische boodschap, werden tussen 1562 en 1572 vaak geleverd door de in Haarlem wonende humanist Hadrianus Junius. In Heemskerck werk is zijn fascinatie voor de klassieke oudheid alom aanwezig, niet alleen in de vormgeving, maar ook in de keuze en uitwerking van zijn onderwerpen.

Noten

1 Deze biografie is aan ontleend aan Turner 1996, dl. 14, pp. 291-294 (I.M. Veldman).

2 Zie daarover meest recent (en met verdere literatuur), I. M. Veldman, ‘The Roman Sketchbooks in Berlin and Maarten van Heemskerck’s travel sketchbook’, in: T. Bartsch, P. Seiler, Rom Zeichnen. Maarten van Heemskerck 1532-1536/37, Berlin 2012, pp. 11-23.

3 Van Mander 1604 (editie Miedema), fol. 244v-247r; als ‘een rijck machtigh Man’ op fol. 247r.

Lees verder Lees minder