Vorige maandVolgende maandfebruari 2008
di wo do vr za zo ma
      1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 29      

Vroege Hollanders - Schilderkunst van de late Middeleeuwen

vanaf 16 februari 2008 t/m 25 mei 2008

Geertgen tot Sint Jans (Leiden? ca. 1460 – Haarlem ca. 1490), De verheerlijking van Maria, ca. 1495, Paneel, 26,8 x 20,5 cm, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam Geertgen tot Sint Jans (Leiden ? ca. 1460 – Haarlem ca. 1490), Johannes de Doper in de wildernis, ca. 1485, Paneel, 42 x 28 cm, Gemäldegalerie, Staatliche Museen, Berlijn Geertgen tot Sint Jans (Leiden ? ca. 1460 – Haarlem ca. 1490), De heilige maagschap, ca. 1495, Paneel, 137,2 x 105,8 cm, Rijksmuseum, Amsterdam Geertgen tot Sint Jans (Leiden ? ca. 1460 – Haarlem ca. 1490), De opwekking van Lazarus, ca. 1485, Paneel, 125 x 97 cm, Parijs, Musée du Louvre Meester van de Virgo inter Virgines (werkzaam in Delft ca. 1470-1500), De graflegging van Christus, ca. 1485, paneel, 57,8 x 45,8 cm, Saint Louis, The Saint Louis Art Museum Meester van de Virgo inter Virgines (werkzaam in Delft ca. 1470-1500), De kruisiging van Christus, c. 1490, paneel, 57 x 47 cm, Florence, Galleria degli Uffizi Meester van de Brunswijkse diptiek, De Heilige familie bij de maaltijd, ca. 1495, Paneel, 37,3 x 23,8 cm, Wallraf-Richartz-Museum, Keulen Meester van Alkmaar, Twee panelen van De zeven werken van barmhartigheid, Het spijzen van de hongerigen, 103,5 x 55 cm, Het laven der dorstigen, 103,5 x 56,8 cm, 1504, Rijksmuseum, Amsterdam Meester van het Amsterdamse sterfbed van Maria, Portret van Dirck Borre van Amerongen en Maria van Snellenberg, ca. 1500, Paneel, 30,2 x 33,8 cm, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam Lucas van Leyden (Leiden 1494 – Leiden 1533), Drieluik, Dans om het gouden kalf, ca. 1530 Rijksmuseum, Amsterdam

Met ruim zestig zeldzame en ontroerende werken geeft Museum Boijmans Van Beuningen een indrukwekkend overzicht van de laatmiddeleeuwse Hollandse schilderkunst rond 1500. Vanuit musea van over de hele wereld komen de panelen samen voor deze eenmalige tentoonstelling. Over de Hollandse primitieven is slechts weinig bekend, maar ze doen niet onder voor hun Vlaamse tijdgenoten. De belangrijkste exponent, Geertgen tot Sint Jans uit Haarlem, legde in zijn werk een ongekende expressie aan de dag. Zijn realistische weergave van emoties en oog voor detail waren typisch Hollands.

De tentoonstelling geeft een beeld van een lang vervlogen tijd toen het graafschap Holland nog deel uitmaakte van het Bourgondische rijk. De witgekalkte kerken die nu zo’n wezenlijk onderdeel zijn van onze cultuur stonden vol kleurige altaren. Iedereen had hetzelfde katholieke geloof en de kunst bestond voor de religie. Veel afgebeelde symbolen hebben voor ons hun betekenis verloren, maar de panelen zijn nog even aangrijpend als vijfhonderd jaar geleden.

De opdrachtgevers van deze schilderijen waren geestelijken en rijke kooplieden. Zij verzorgden de inrichting van de tientallen kloosters en kerken die in de 15e eeuw in de verschillende Hollandse steden werden gesticht. Vooral devotiestukken die leken in staat stelden zich met de Bijbelse figuren te identificeren, waren populair. Altaren waren vaak tevens memorietafels met portretten van de opdrachtgevers – het begin van de Hollandse portretkunst. De paneelschilderijen bieden ons dan ook een zeldzame blik in het alledaagse leven van de late Middeleeuwen.

Tijdens de beeldenstormen van 1566 en 1572 vernietigden hervormers duizenden kunstwerken. Van de werken die overleefden zijn vaak maker noch jaartal bekend. Vele schilders kregen in de loop der tijd noodnamen, ontleend aan een sleutelstuk, zoals de Delftse Meester van de Virgo inter Virgines. Hij was in zijn tijd een internationaal bekend schilder met een opvallend expressieve stijl, maar raakte na zijn dood in vergetelheid. Voor deze tentoonstelling is uitgebreid onderzoek gedaan en is de achtergrond van een aantal werken eindelijk opgehelderd.

De tentoonstelling Vroege Hollanders. Schilderkunst van de late Middeleeuwen is tot stand gekomen in samenwerking met het Rijksmuseum en met steun van hoofdbegunstiger de Turing Foundation, het Prins Bernhard Cultuurfonds en Rabobank Rotterdam.