Vorige maandVolgende maandmei 2017
di wo do vr za zo ma
            1
2 3 4 5 6 7 8
9 10 11 12 13 14 15
16 17 18 19 20 21 22
23 24 25 26 27 28 29
30 31          

Manet tot Cézanne: impressionistische tekeningen

t/m 17 september 2017

Auguste Renoir, Twee vrouwen, lopend naar rechts, circa 1890, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam (voormalige collectie Koenigs) Edgar Degas, Naaktstudie van jockey te paard, op de rug gezien, 1834 – 1917, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam (voormalige collectie Koenigs) Paul Cézanne, Gezicht op l’Estaque en de golf van Marseille, circa 1878 – 1882, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam (voormalige collectie Koenigs) . Edgar Degas, Danseres met contrabas, 1880, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. Legaat Vitale Bloch 1976 Georges Pierre Seurat, Landschap bij zonsondergang, circa 1882 - 1883, Museum Boijmans Van Beuningen Edouard Manet, Studieblad met vijf pruimen, 1880, Museum Boijmans Van Beuningen. Voormalige collectie Koenigs.

De impressionisten, die met hun losse penseelstreken, heldere kleuren en lichteffecten rond 1870 een revolutie in de schilderkunst teweegbrachten, waren ook uiterst vernieuwende tekenaars.  Nog meer dan de schilderkunst leende dit medium zich voor vluchtige impressies van het landschap en het leven in de stad. Met krijt of aquarel  kon immers sneller worden gewerkt dan met olieverf. Deze zomer presenteert Museum Boijmans Van Beuningen een prachtige selectie impressionistische tekeningen uit de eigen collectie.

De impressionisten gebruikten meestal ‘zacht’ tekenmateriaal, dat voor een schilderachtig resultaat zorgde. Degas, Pissarro en Renoir werkten veel met krijt en pastel, Seurat had een uitgesproken voorkeur voor contékrijt en Cézanne excelleerde in de aquareltechniek.  Minder vaak kozen de impressionisten voor de pen en het (harde) potlood, die in hun ogen een  te scherpe afbakening van de vormen opleverden. De korrelige structuur van krijt laat het papier deels onbedekt, waardoor het licht gevangen wordt in de tekening. Door het gebruik van losse en meervoudige contouren werd bovendien beweging in de tijd gesuggereerd.

Blijvende inspiratiebron

Omdat hun vernieuwende werken veelal werden geweigerd voor de officiële tentoonstellingen van de Parijse Salon gingen de impressionisten hun eigen exposities organiseren. Op de acht groepstentoonstellingen die tussen 1874 en 1886 plaatsvonden, waren ook altijd tekeningen te zien, veel meer dan op de Salon, namelijk zo’n 40% van de geëxposeerde werken. Dankzij de impressionisten werd de tekenkunst, van oudsher een onderdeel van de academische opleiding, ook een medium van de avant-garde. Hun snelle manier van werken – tekenen tegen de tijd in –  en materiaalgebruik zorgden voor een nieuwe vrijheid in de kunst, die van grote betekenis was voor latere generaties kunstenaars:  van Picasso, voor wie Cézanne en Degas belangrijke voorbeelden waren, tot Richard Serra, wiens tekeningen getuigen van zijn bewondering voor Seurat.

Impressionisme is een rekbaar begrip. De meeste van de hier vertegenwoordigde kunstenaars hebben deelgenomen aan de groepstentoonstellingen van 1874-1886. Dat geldt ook voor Seurat en Signac, die men al snel neo-impressionisten ging noemen, en Cézanne en Gauguin wier werk tegenwoordig tot het post-impressionisme gerekend wordt, net als dat van Toulouse-Lautrec. Bij deze stromingen uit de late negentiende eeuw gaat het niet meer om impressies van de waargenomen werkelijkheid. Vergeleken met de oorspronkelijke impressionisten kiezen deze kunstenaars voor een conceptuelere benadering, met een sterkere ordening en abstrahering.

Impressionistische tekeningen uit de Boijmans collectie

Het museum heeft een belangrijke collectie tekeningen en een omvangrijke verzameling grafiek. De kunsthistorische ontwikkeling vanaf de middeleeuwen tot het heden is er goed in te zien. In de collectie bevinden zich werken van meesters als Albrecht Dürer, Rembrandt van Rijn, Antonio Pisanello, Jean Antoine Watteau en het museum bezit een indrukwekkende selectie van impressionistische prenten en tekeningen. De getoonde 34 werken vormen een selectie uit deze verzameling (post)impressionistische tekenkunst. Tot de hoogtepunten behoren tekeningen van Manet (5 bladen), Degas (4x), Renoir (4x), Cézanne (4x), Toulouse-Lautrec (3x) en Seurat (1x). Het leeuwendeel is afkomstig uit de voormalige collectie Koenigs.

'Manet tot Cézanne: impressionistische tekeningen' is te zien in het Prentenkabinet van 27 mei tot en met 17 september 2017.