Vorige maandVolgende maanddecember 2015
di wo do vr za zo ma
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
29 30 31        

De collectiepresentatie is vernieuwd

Roy Lichtenstein, Mirror No.4, 1970. Aankoop: 1971, Museum Boijmans Van Beuningen
 

Een aantal surrealistische topstukken uit de collectie gaat in mei op reis naar de Scottisch National Gallery of Modern Art in Edinburgh en is daarom tijdelijk niet te zien. Werken van René Magritte en Salvador Dalí worden vanaf 4 juni getoond in ‘Surreal Encounters: Collecting the Marvellous’ in Edinburgh.

De collectiepresentatie van Boijmans is daarom vernieuwd: vanaf 16 april hebben vier zalen een volledig nieuwe inrichting. Eén zaal laat abstracte tendensen binnen het surrealisme zien, met werk van bijvoorbeeld Yves Tanguy en Francis Picabia. Daarnaast worden er sinds lange tijd drie zalen geheel gewijd aan naoorlogse ontwikkelingen. Zowel abstractie in het Europa van de jaren vijftig, beeld en representatie binnen de popart en systemen en ordeningen bij Minimal art en de Nederlandse Nul-groep worden belicht.

In plaats van de nadruk op figuratief werk van Dalí en Magritte, wordt in de huidige collectiepresentatie de focus gelegd op surrealistische vormexperimenten. Niet alleen de Fransman Tanguy schilderde amorfe vormen in zijn landschappen, ook bij de Nederlandse kunstenaars Joop Moesman en Piet Ouborg verschijnen rond dezelfde periode in hun schilderijen amorfe figuren. Daarnaast is de nieuwe aanwinst van Magritte, een zogenaamd ‘woordschilderij’ gecombineerd met werk van Unica Zürn en Francis Picabia. 

De laatste drie zalen van de collectiepresentatie laten relevante ontwikkelingen in de naoorlogse kunst zien. In de vroege jaren zestig werd door Boijmans abstracte werken van vooral Europese kunstenaars aangekocht, waaronder van Lucio Fontana en Antoni Tàpies. Hun werk wordt gecombineerd met een bijzonder reliëf van de Amerikaanse vrouwelijke kunstenaar Lee Bontecou.

De tweede zaal is gewijd aan experimenten met beeld en representatie. Zowel in de Verenigde Staten als in Europa kijken kunstenaars in de jaren zestig naar de beeldtaal en symboliek van de eigentijdse populaire cultuur. Sommigen parodieerden de consumptiemaatschappij met haar constante aanwas van nieuwe producten en trends. Anderen gingen er op een meer fijnzinnige manier mee om, zoals Andy Warhol. Hij verwijst in zijn werk naar de beelddrager (fotografie in kranten en tijdschriften) en naar het effect van de massaproductie van beeld.

In de laatste en grootste zaal staan zowel Amerikaanse als Europese representanten van minimal art en de Nederlandse Nul-groep centraal. Als reactie op het abstract expressionisme werd een nieuwe, op structuren gerichte beeldtaal ontwikkeld. Kunstenaars lieten alle niet-essentiële onderdelen weg uit hun kunst en concentreerden zich op basiselementen als oppervlakte, schaal en kleur. Ze gebruiken industriële materialen en technieken om hun werk te ontdoen van emoties en afstand te nemen van elke vorm van hinderlijke subjectiviteit. Reden genoeg voor een bezoekje de komende tijd!