Vorige maandVolgende maandjuli 2012
di wo do vr za zo ma
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

Zaal 48


Tentoonstellingsoverzicht zaal 48, foto: Lotte Stekelenburg

Geëmailleerde plaquetten

Vanaf de 12de eeuw is de Franse stad Limoges het centrum van de productie van email. Aanvankelijk maakt men hier kleine gebruiksvoorwerpen, versierd met eenvoudige motieven uitgevoerd in ingelegd email (email champlevé). In de 15de eeuw wordt in Limoges het schilderemail (email peint) op koper ontwikkeld. Het museum bezit een twintigtal kleine geëmailleerde reisaltaartjes (paxen) uit de periode 1500 -1700. Ondanks de kwetsbaarheid van email zijn de kleuren van de reisaltaartjes nog net zo fris als toen ze pas gemaakt waren.

Kookpotten

De kookpot is de middeleeuwse voorloper van de hedendaagse pan. De vroegste exemplaren hebben een eenvoudige, archaïsche vorm. In de loop der tijd werd de vorm van de kookpot aangepast aan de ontwikkeling van de haard. Zo werden er drie pootjes onder de pot bevestigd, waardoor deze ook op een oneffen ondergrond stabiel kon blijven staan. Toevoegingen als oren en hengsel maakten het mogelijk dat de kookpot ook boven het kookvuur kon worden opgehangen.

Oosterse inspiratie

Door handelsverkeer en kruistochten vond er vanaf de 12de eeuw een belangrijke uitwisseling plaats tussen Europese en Arabische kennis en cultuur. Behalve specerijen, textiel en (kunst)voorwerpen werden ook wetenschappen als astronomie, wiskunde en geneeskunde vanuit het Midden-Oosten in Europa geïntroduceerd. Het gebruik van tin- en goudlusterglazuur en de geometrische en florale decoraties bij de vervaardiging van 15de-eeuwse Spaanse en Italiaanse majolica zijn geënt op Oosterse voorbeelden. Oosterse inspiraties zijn onder meer terug te zien in de herinterpretaties van Oosterse rozenwatersprenkelaars door Tiffany & Co en Andries Dirk Copier.

Het witte goud

De oorsprong van porselein ligt in China, waar het in de 7de eeuw voor het eerst werd vervaardigd. In de late middeleeuwen kwam porselein in Europa terecht via de Zijderoute en werd geliefd vanwege de helderwitte kleur, de exotische vormgeving en de hardheid van het materiaal. Aanvankelijk wisten Europeanen het geheim van porselein niet te achterhalen maar probeerden pottenbakkers het in majolica en faience na te bootsen. Pas in 1708 wisten een geoloog en een alchemist in Meissen het recept voor porselein te ontrafelen en werd de eerste Europese porseleinfabriek opgericht, waarna er ook in Nederland fabrieken ontstonden zoals Weesp, Loosdrecht en Ouder-Amstel.

Vorken

Tot ver in de 16de eeuw was de vork een onbekend onderdeel van het Europese eetbestek. Tijdens de maaltijd gebruikte men een mes met een puntig lemmet om gerechten uit een gemeenschappelijke schotel te prikken en over te brengen naar het teljoor (eetplankje). De oorsprong van de eetvork ligt in het Midden-Oosten. Er zijn exemplaren bekend uit deze regio die dateren uit de 6de eeuw. Toen het gebruik van de vork als onderdeel van het eetbestek in de 17de eeuw aan populariteit won, veranderde ook de vorm. In eerste instantie werden er voornamelijk tweetandige vorken ontworpen, maar later verschenen er ook variaties met drie en vier tanden.

Kelkglazen

Het wijnglas op voet bestaat al sinds de klassieke oudheid. In de 14de eeuw werd in Venetië het kelkglas verder ontwikkeld. Dergelijke luxe glazen werden voornamelijk gebruikt om wijn uit te drinken. De vormgeving was deels geïnspireerd op de miskelk. Het was een kostbaar statusobject, dat voornamelijk werd gebruikt door de hogere maatschappelijke klassen. De decoratie van het kelkglas was onderdeel van de luxe uitstraling van het object. Verfraaiingen konden door de glasblazer worden aangebracht tijdens de vervaardiging van het glas. Naast de fraaie voorbeelden van kelkglazen uit eerdere eeuwen, kan het 20ste-eeuwse gildeglas van Copier worden beschouwd als het archetype van het hedendaagse wijnglas.