Werken met een opvallende herkomstgeschiedenis

Maria met kind door de Meester van de legende van de Heilige Magdalena, inv.nr. 2481 (OK)

Het schilderij Maria met kind dat een appel vasthoudt van de Meester van de legende van de Heilige Magdalena werd op 21 november 1932 geveild door Galleria Scopinich in Milaan (nr. 136, als Rogier van der Weyden). In 1937 was het werk in handen van dr. Hans Wendland, een Duitse kunsthandelaar die bekend staat om de handel in geroofde kunst tijdens de oorlogsperiode. Hij was een leidende persoon in transacties tussen Duitsland, Frankrijk en Zwitserland. Vanaf 1938 was het schilderij in bezit van D.G. van Beuningen, met wiens collectie het uiteindelijk in 1958 in het museum kwam. Het is onbekend wie in 1932 de koper was op de veiling van Galleria Scopinich te Milaan. Daarnaast is niet bekend wanneer en van wie dr. Wendland het werk heeft verworven en hoe Van Beuningen in bezit kwam van het schilderij.


L: Maria met kind door de Meester van de legende van de Heilige Magdalena, inv.nr. 2481 (OK)
R: De bewening van Christus door Hans Memling, inv.nr. 2471 (OK)

De bewening van Christus door Hans Memling, inv.nr. 2471 (OK)

Het schilderij De bewening van Christus door Hans Memling was in 1936 in bezit van Arthur Goldschmidt, een uit Duitsland gevluchte Joodse kunsthandelaar van wie de naam wordt geassocieerd met de handel in geroofde kunst. Goldschmidt vestigde zich in 1936 in Parijs aan de Place Vendôme samen met Paul Graupe, een andere Berlijnse kunsthandelaar. Na de bezetting van Parijs door de Duitsers in 1940, is hun handelsvoorraad geconfisqueerd en is Goldschmidt gevangengenomen. Na zes maanden werd hij vrijgelaten en is hij via Spanje uiteindelijk in Havana (Cuba) terechtgekomen, waar hij zijn kunsthandel voortzette. Het is onbekend van wie en wanneer Goldschmidt het schilderij De bewening van Christus heeft verworven. Het was in ieder geval tot 1917 in bezit van Richard von Kaufmann in Berlijn. In 1936 werd het schilderij van Goldschmidt gekocht door D.G. van Beuningen. Met diens verzameling kwam het in 1958 in het museum terecht.