Restitutie van het schilderij ‘Lezende vrouw zittend in het gras aan de rand van een weiland’ door Nicolaas van der Waay, inv. BRL 2210

Van der Waay, ‘Lezende vrouw’

In 2000 gaf de Gemeente Rotterdam eigener beweging het schilderij ‘Lezende vrouw’ van Nicolaas van der Waay (1855-1936) terug aan de rechtmatige erfgenamen.

De gemeente Rotterdam liet in 1998 door historicus Dr A.J. Bonke archiefonderzoek doen naar de herkomst van de aanwinsten van de Rotterdamse gemeentemusea in de periode 1940 tot 1948, in het kader van het eerste herkomstonderzoek van de Nederlandse Museumvereniging.

De beleidslijn van de gemeente Rotterdam is dat kunstwerken die in de Tweede Wereldoorlog onrechtmatig uit Joods bezit in de gemeentelijke musea zijn terechtgekomen op basis van het criterium ‘minimaal redelijke twijfel’ worden teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar/erfgenaam. Het betreft kunstwerken die de eigenaar tijdens de oorlog in gedwongen verkoop moest afstaan of om gestolen werken.

Na afronding van het onderzoek in 1998 kwam Bonke tot de conclusie dat de herkomst van de kunstvoorwerpen niet in alle gevallen in de Nederlandse archieven is terug te vinden. Bovendien gaf het onderzoek destijds nog geen uitsluitsel over de verblijfplaats en de rechtmatige erfgenamen van dit schilderij, dat met een verkeerde kunstenaarsnaam te boek stond als ‘H. v.d. Waait, Lezende dame in wei’ en ‘Lesende Frau van v.d. Waart’.

In opdracht van de Gemeente Rotterdam verrichtte Bonke een aanvullend herkomst- onderzoek, dat in april 2000 uitmondde in een rapportage. Daarin is het kunstwerk geïdentificeerd en de precieze herkomst beschreven.

Het herkomstonderzoek heeft aangetoond dat het werk eigendom was van de heer I.H. Leefsma (1879-1943) uit Amsterdam en in 1942 zonder zijn toestemming door een NSB’er, die op 8 december 1941 was aangesteld als ‘Verwalter’ over Leefsma’s bedrijf, met 64 andere voorwerpen was ingeleverd bij de roofbank Lippmann, Rosenthal & Co. (Liro) in Amsterdam. De Liro verkocht het schilderij vervolgens aan de Dienststelle Mühlmann, een dienst die rechtstreeks viel onder Seyss-Inquart. De kunsthistoricus Eduard Plietzsch, een free-lance medewerker van de Dienststelle Mühlmann, bood het schilderij samen met drie tekeningen (twee van Bauer en een van Breitner, alle drie met een andere herkomst) te koop aan in een brief van 7 juli 1943 aan Dr D. Hannema, directeur van Museum Boymans. Deze ging op het aanbod in en kocht de vier kunstwerken.

Leefsma en zijn echtgenote zijn in maart 1943 omgekomen in concentratiekamp Sobibor. Zij hadden de Vereniging De Joodse Invalide in 1937 aangewezen als hun enige erfgenaam. De vereniging heeft al in 1951 geprobeerd om een aantal kunstwerken uit de collectie Leefsma, waaronder dit schilderij van van der Waay, terug te vinden, maar zonder resultaat.

Op basis van de rapportages van Bonke besloot het College van B&W op 20 juni 2000 om het schilderij terug te geven aan de rechtmatige erven.