De Collectie Koenigs

Franz Koenigs, circa 1915-20, geportretteerd door zijn schoonvader Leopold von Kalckreuth

De uit Keulen afkomstige protestants-christelijke zakenman Koenigs vestigt zich in 1922 in Haarlem. Vanaf dat moment wordt het aankopen van tekeningen een ware passie. In de jaren twintig brengt hij een collectie van meer dan tweeduizend tekeningen bijeen. Daarnaast verzamelt hij ook schilderijen, maar op minder grote schaal. In 1935 geeft hij zijn tekeningenverzameling – waaronder losse tekeningen, verzamelaarsalbums en verluchte incunabelen – alsmede een aantal schilderijen in langdurig bruikleen aan Museum Boijmans.

Een paar jaar later blijkt dat Koenigs deze collectie als zekerstelling voor een aanzienlijke geldlening heeft gegeven aan een Amsterdamse bankinstelling. In april 1940 koopt D.G. van Beuningen de hele collectie en schenkt het grootste deel aan de Stichting Museum Boymans. Koenigs is dermate verheugd dat zijn verzameling zo bijeen blijft in Rotterdam dat hij ter completering nog twee tekeningen van Vittore Carpaccio schenkt.

Van Beuningen zag zich genoodzaakt een vijfde van de tekeningen aan de Duitse bezetter te verkopen, waardoor het museum zo’n vijfhonderd bladen kwijtraakte. Daarvan zijn na afloop van de oorlog 177 tekeningen gerecupereerd en als rijksbruikleen met de Collectie Koenigs in Museum Boijmans Van Beuningen herenigd. In het Pushkin Museum in Moskou bevinden zich nog 308 vermiste tekeningen die worden opgeëist door Nederland. Voor meer informatie zie ‘de Collectie Koenigs’.