Restitutie van de tekening ‘Staande jonge boerin’ door George Hendrik Breitner, inv. MB 1943/T 14

G.H. Breitner, ‘Staande jonge boerin’

In mei 2001 gaf de gemeente Rotterdam eigener beweging de zwartkrijttekening ‘Staande jonge boerin’ van de kunstenaar George Hendrik Breitner (1857-1923) eigener beweging terug aan de rechtmatige erfgenamen.

De gemeente Rotterdam liet in 1998 door historicus Dr A.J. Bonke archiefonderzoek doen naar de herkomst van de aanwinsten van de Rotterdamse gemeentemusea in de periode 1940 tot 1948 in het kader van het NMV-onderzoek museale verwervingen 1940-1948.

De beleidslijn van de gemeente Rotterdam is dat kunstwerken die in de Tweede Wereldoorlog onrechtmatig uit Joods bezit in de gemeentelijke musea zijn terechtgekomen op basis van het criterium ‘minimaal redelijke twijfel’ worden teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar/erfgenaam. Het betreft kunstwerken die de eigenaar tijdens de oorlog in gedwongen verkoop moest afstaan of om gestolen werken.

Na afronding van het onderzoek in 1998 kwam Bonke tot de conclusie dat de herkomst van de kunstvoorwerpen niet in alle gevallen in de Nederlandse archieven is terug te vinden. Bovendien gaf het onderzoek destijds nog geen uitsluitsel over de rechtmatige erfgenamen van de aquarel van Breitner.

Het betreft een gestolen kunstwerk dat in 1943 door Dr D. Hannema, de toenmalige directeur van Museum Boijmans Van Beuningen, samen met twee tekeningen van Marius Bauer en een schilderij van Nicolaas van der Waay (alle drie met een andere herkomst), was aangekocht van Dr E. Plietzsch van de Dienststelle Mühlmann.

Bonke’s onderzoek heeft aangetoond dat het werk eigendom was van de heer E. de Vries, die op het moment dat de oorlog uitbrak in Amerika verbleef en zijn bezit had ondergebracht bij de Meubeltransport Mij. De Gruyter & Co. Na afkondiging van de tweede Liro-verordening in 1942 leverde De Gruyter de bezittingen van De Vries in bij de roofbank Lippman en Rosenthal & Co (Liro).

Het onderzoek naar de erfgenamen van de heer E. de Vries werd voortgezet door het Gemeente Archief Rotterdam dat via het Bevolkingsregister van Amsterdam zijn erfgenamen op het spoor kwam.