Eén van de grote raadsels van de Nederlandse kunstgeschiedenis is de schijnbaar plotselinge opkomst van het realistische en technisch uiterst verfijnde werk van Jan van Eyck (Maaseik ca.1390- Brugge 1441). Van Eyck wordt vaak beschouwd als een revolutionair: als uit het niets zorgde zijn genialiteit voor een volledig nieuwe richting in de kunst.
De tentoonstelling ‘De weg naar Van Eyck’, die Museum Boijmans Van Beuningen voor het najaar van 2012 voorbereidt in samenwerking met de Gemäldegalerie van de Staatliche Museen in Berlijn, laat voor het eerst zien dat dit beeld niet klopt. Gedegen eigen onderzoek, waarbij met een brede blik ook buiten de landsgrenzen en buiten de schilderkunst werd gekeken, bracht aan het licht dat het werk van Van Eyck wel degelijk geworteld was in een ontwikkeling die al langer gaande was. Een internationale ontwikkeling, die zich niet beperkte tot de schilderkunst alleen.
Het raadsel van de plotselinge opkomst wordt daarmee minder raadselachtig, de genialiteit van Van Eyck blijft echter onbetwist.
De tentoonstelling brengt de weg naar van Eyck in beeld door bijzondere stukken uit de periode rond 1400 samen te brengen. Verfijnde en kleurrijke schilderijen op paneel, miniaturen, edelsmeedwerk, sculpturen en tapijten geven samen een rijk geschakeerd beeld van een periode die in de kunstgeschiedenis tot nu toe onderbelicht is gebleven. ‘De weg naar Van Eyck’ geeft het publiek daarmee een uniek en beeldend inzicht in de kunst die het voorbeeld, het uitgangspunt en de inspiratiebron voor Van Eyck en zijn tijdgenoten was.
De stukken van Van Eyck zelf mogen op deze tentoonstelling niet ontbreken. Te zien is hoe de ontwikkelingen in de kunsten hun hoogtepunt vonden in het werk van Van Eyck en hoe de uitzonderlijke positie die de schilderkunst tegenwoordig heeft, pas kon ontstaan nadat Van Eyck zijn grote kunnen had getoond.
De tentoonstelling gaat niet toevallig uit van Museum Boijmans Van Beuningen en de Gemäldegalerie van de Staatliche Museen in Berlijn. Samen beschikken deze musea over de tien topstukken van schilderijen op paneel uit deze periode wereldwijd. Stukken die wegens hun grote zeldzaamheid en kwetsbaarheid – veel ging in de loop der eeuwen verloren – zelden te zien zijn. Dat ook andere instellingen het grote belang van de tentoonstelling onderkennen, blijkt wel uit de bruiklenen van kostbare stukken uit het Louvre in Parijs, the Metropolitan Museum of Art in New York en The National Gallery in Londen. De expositie is in Rotterdam te zien van 13 oktober 2012 t/m 10 februari 2013.