Museum Boijmans Van Beuningen kent van oudsher vijf aandachtsgebieden:
- tekeningen en prenten
- oude kunst
- moderne en hedendaagse kunst
- toegepaste kunst en vormgeving
- stadscollectie (Rotterdamse kunst)
Hoewel bovenstaande indeling een opbouw van de collectie in verschillende segmenten suggereert, kan niet genoeg benadrukt worden dat het museum zijn collecties eerst en vooral als een geheel ziet: als een eenheid in veelheid. Juist de grote verscheidenheid van de collecties en de punten waarop zij aan elkaar raken of elkaar completeren, maakt dat het geheel meer is dan de som der delen.
Het museum verzamelt breed: het richt zich zowel op de actualiteit, als op het verleden, en zowel op de beeldende, als op de toegepaste kunst. Het aankoopbeleid van het museum is er op gericht om de collectie in kwalitatief opzicht te versterken. Voor alle verzamelgebieden geldt dat hierbij de reeds opgebouwde collecties richtinggevend zijn. Bij iedere aanwinst wordt steeds gekeken hoe deze zich verhoudt tot de bestaande collectie. Evenzeer wordt beoordeeld in hoeverre een aankoop een hiaat of lacune in de 'Collectie Nederland' (dat zijn alle openbare Nederlandse verzamelingen gezamenlijk) vult.
Daarnaast speelt bij aankopen het grensoverschrijdende element van een werk een rol: het museum is in het bijzonder geïnteresseerd in verwerving van objecten die binnen verschillende deelcollecties (kunnen) functioneren, bijvoorbeeld doordat zij zich op het snijvlak van hedendaagse vormgeving en beeldende kunst bevinden, en daarmee een relatie leggen tussen twee verzamelgebieden.
Enkele recente aankopen geven aan wat hiermee wordt bedoeld. Zo is de ‘Mae West Lips Sofa’ naar ontwerp van Salvador Dalí een voorbeeld van een grensoverschrijdend werk: het werk, geïnspireerd op de sensuele lippen van de in Dalí''s tijd wereldberoemde filmster Mae West, behoort zowel tot het gebied van de beeldende als van de toegepaste kunst. Dat geldt eveneens voor het kabinet van Gio Ponti en Piero Fornasetti. Deze kast, die met prenten lijkt te zijn beplakt, verhoudt zich evenzeer tot de collectie prenten als tot de collecties zestiende-eeuwse meubels en surrealisme. Genoemde aanwinsten kunnen - en worden - op heel verschillende manieren en binnen verschillende ensembles gepresenteerd en zijn in dat opzicht multi-interpretabel. In deze richting wordt bewust verder verzameld.
Een andere gemeenschappelijke noemer van de verschillende verzamelingen is dat zij een sterk internationale oriëntering laten zien: op alle terreinen - van de oude tot de hedendaagse kunst, van tekeningen tot installaties, van oud aardewerk tot meubels - kan aan de hand van de eigen verzameling de Nederlandse kunst in internationale context worden getoond. Museum Boijmans beperkt de blik niet tot Nederland, maar richt deze ook over de grenzen. Zo verwierf het museum de laatste jaren werken van kunstenaars en vormgevers als Claes Oldenburg, Olaf Eliasson, Dalí en Ponti en Fornasetti.
Werken als de ‘Mae West Lips Sofa’ hebben naast dat ze grensoverschrijdend zijn, ook een kwaliteit die als icoon-werking kan worden betiteld: het zijn voor Nederland unieke en opvallende beelden, die voor de bezoeker onlosmakelijk met ‘het Boijmans’ verbonden zijn, op vergelijkbare wijze zoals dit al sinds vele jaren geldt voor Bruegels ‘Toren van Babel’ of Kandinsky’s ‘Lyrisches’. Dat betekent dat nieuwe aanwinsten op het gebied van beeldende en toegepaste kunst in principe van ‘zaalkwaliteit’ moeten zijn en zich moeten kunnen meten aan het reeds aanwezige (en dat bij voorkeur overstijgen of versterken).
In de kolom hiernaast ziet u een overzicht van de meest recente aanwinsten. Door op de link te klikken komt u meer te weten over deze nieuwe werken in Museum Boijmans Van Beuningen.
AANWINSTEN
2009
L’homme au casque casquette (1982) Portrait de tuer (1982)
Fernand Zop (1982)
Portrait de Marc Durand (1981),
2007
Yves Tanguy, Paysage avec nuages roses, 1928
Johannes Stradanus, Odysseus en Polyphemus,
ca. 1600
Ad de Jong,
Start a new world, 2007
2006
David Claerbout,
White House, 2006
Sylvie Zijlmans,
Maémi en Rananim, 2006