Het Collectiegebouw

Museum Boijmans Van Beuningen presenteerde op Art Amsterdam van 7 tot en met 12 mei 2008 de plannen voor het Collectiegebouw.

In Nederland en in het buitenland neemt het particulier verzamelen een hoge vlucht. Deze ontwikkeling juichen wij toe, omdat zich een nieuwe markt ontwikkelt van kunstverzamelingen en verzamelaars. Musea zijn van oudsher verzamelende instellingen die in belangrijke mate afhankelijk zijn van giften en legaten van particulieren. Directeur Hannema (1921-1945) van Museum Boymans was een van de eerste museummensen die, in de jaren dertig van de vorige eeuw, het belang van een goede band met de particuliere verzamelaar inzag. Museum Boijmans Van Beuningen heeft sindsdien veel contact met particuliere verzamelaars. Particulieren verzamelen steeds meer met succes kwalitatief hoogstaande werken. Voor Museum Boijmans Van Beuningen is dit een reden om het collectiebeleid aan te scherpen en het contact met particulieren die verzamelen aan te halen.

Ook tegenwoordig binden verzamelaars zich regelmatig aan een museum. Onlangs verwierf het Bonnefantenmuseum in Maastricht de kapitale hedendaagse collectie van de Vlaamse architect Charles Vandenhove, waarbij deze ook een gebouw schonk. Zowel nationaal als internationaal zien we talrijke collectioneurs die hetzelfde zouden kunnen doen. De mogelijkheden om deze collecties op te nemen zijn momenteel echter zeer beperkt. Alleen rekening houden met de eigen, toekomstige aankopen is bij de ontwikkeling van een nieuw museumdepot dan ook niet genoeg. En daar komt nog iets bij. Men verzamelt weliswaar weer graag. Maar over het algemeen worden de praktische en technische consequenties van het hebben en onderhouden van een kunstcollectie zwaar onderschat. Om een kunstwerk in goede conditie te houden en het te laten circuleren (door het uit te lenen voor tentoonstellingen bijvoorbeeld), is een organisatie nodig, een depot, soms zelfs een kleine museumstaf; daar deinzen veel particulieren om begrijpelijke redenen voor terug.

Publiekprivate samenwerking

Al onderzoekende en constaterende ontstond de gedachte om een nieuw depot te maken dat particuliere collecties faciliteert op elk gewenst en denkbaar gebied. Een transport organiseren, een bruikleencontract opstellen, een catalogus schrijven, een verzekering afsluiten, een transportkist inpakken, een conditierapport opstellen, de beveiliging van een ander museum of depot checken? Elke verzamelende particulier die ermee te maken krijgt, wenst vroeger of later dat er iemand zou zijn die hem dit werk uit handen neemt. Museum Boijmans Van Beuningen wil een dergelijke voorziening aan derden gaan aanbieden. Daarin kan het museum zijn expertise kwijt en kan bovendien door de volumevergroting en doordat het museum goede vakmensen aan zich bindt, ook het eigen collectiebeheer op een hoger niveau komen. En het heeft een ander groot voordeel, het museum werkt voor kortere of langere tijd met collecties van derden. Het museum verstevigt daarmee zijn internationale bruikleenpositie, maar is ook in staat om belangrijke kunstwerken van particulieren regelmatig op presentaties in het museum en elders te laten zien.

Expositie, onderzoek en restauratie

In het nieuwe depot heeft het museum voldoende ruimte om zijn vleugels uit te slaan. Het museum geeft er de voorkeur aan, uit efficiencyoverwegingen en vanwege de museale uitstraling, dit nieuwe gebouw in zijn directie nabijheid te hebben. De faciliteiten en kennis van het museum zijn op huurbasis voor particulieren beschikbaar. Daarnaast kunnen particulieren ruimte presentaties tonen van de collectie. Voorwerpen die conservering of restauratie nodig hebben, kunnen in behandeling worden geven bij restauratoren. Zo wordt een depot een collectiegebouw waar op hoog niveau met collecties wordt omgegaan en aan collecties wordt gebouwd.
Het Collectiegebouw krijgt met het oog daarop een representatieve functie en is ook ten dele toegankelijk voor het publiek. Bovendien wordt het Collectiegebouw een architectonische blikvanger, een gebouw dat het imago van Rotterdam als stad van innovatieve architectuur ondersteunt. Om die reden is aan architectenbureau MVRDV gevraagd een eerste schets te leveren en volumestudies te maken.
In het nieuwe Collectiegebouw is ruim vijftien procent van het oppervlak vrij toegankelijk voor publiek. Bovenop het gebouw wordt een restaurant met beeldentuin gerealiseerd, als het ware een verhoogd museumpark van zestig bij honderd meter dat zal uitgroeien tot een belangrijke attractie van de stad.

Collectiegebouw en Museumpark

Het Collectiegebouw is in het Museumpark gesitueerd. Het gebouw zweeft met een bruto vloeroppervlak van bijna 14.000 vierkante meter op ruim dertig meter hoogte boven het Museumpark en bevat twee verdiepingen. Beide zijn bereikbaar met liften in de poten van het gebouw. In het midden van elke verdiepingsvloer is ruimte beschikbaar voor de depots van particulieren en de collectie van het museum. In de plint van het tafelblad zitten de restauratieateliers, laboratoria voor natuurwetenschappelijk onderzoek, werkruimtes, en galeries voor het museum en voor particulieren. Vanaf het dakterras waar het restaurant en de beeldentuin gevestigd zijn, is rondom een panorama op Rotterdam zichtbaar. Bijkomend voordeel is dat het evenemententerrein in het Museumpark nog gewoon gebruikt kan worden, bovendien overdekt.

Stand van zaken, mei 2008

De Gemeente Rotterdam onderzoekt momenteel de haalbaarheid van het hier gepresenteerde model, inclusief de locatie naast Museum Boijmans Van Beuningen, boven de daar in aanbouw zijnde parkeergarage, en de mogelijkheden voor realisatie ervan in een publiekprivate samenwerking. Het Collectiegebouw kost vijftig miljoen euro en kan in 2012 gereed zijn. Ruim dertig procent van het Collectiegebouw is beschikbaar voor particuliere verzamelaars.

Programma van Eisen