Nieuwsbrief
Nieuwsbrief voorjaar 2008
voorjaar 2008

Harmen Brethouwer 'Over nutteloze zaken'

Harmen Brethouwer (Aalten, 1960) ontwikkelde aan het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw een totaalconcept voor zijn kunst waaraan hij sindsdien invulling geeft. Van 22 februari tot en met 18 mei 2008 toont Museum Boijmans Van Beuningen voor het eerst een overzicht van zijn werk. Drie series zijn de leidraad in Brethouwers oeuvre; de Chinoiserie, de Art Deco en een Minimal lijn. In twee basisvormen - de ruimtelijke kegelvormige ‘menhir’ en het platte vierkante paneel aan de muur – passeren tradities, technieken en beeldtalen uit alle landen en tijden de revue. ‘Antiques of the future maken’, zegt hij, ‘dat wil ik!’

Harmen Brethouwer
Harmen Brethouwer

‘Als je inhoudelijk bezig bent met de kunstgeschiedenis, ontdek je nog eens wat’, zegt Harmen Brethouwer in zijn nieuwe boek. In deze tentoonstelling is te zien wat hij daarmee bedoelt. Vanuit zijn nauwgezette observaties van de kunstgeschiedenis creëert hij nieuwe beeldcombinaties. Stilistische grenzen of beperkingen in materiaal, omvang of techniek spelen daarbij geen rol. Brethouwer is dan ook regelmatig opdrachtgever voor specialisten als marmerschilders, filigreinsmeden en houtbewerkers. Door hun verfijnde bijdragen legt Brethouwers werk een verbinding tussen ambacht en beeldende kunst.

Een blik op het verzameld werk van Harmen Brethouwer leert dat de kunstenaar in zijn materiaalkeuze, naast het aanwenden van traditionele grondstoffen als verf, brons en aardewerk, regelmatig een hang naar exclusiviteit en exotisme vertoont, met bijvoorbeeld schildpad, malachiet, roggenhuid en parelmoer. Voor de uitvoering van zijn kunstwerken en het bewerken van de materialen doet hij regelmatig een beroep op specialisten die zeldzame en uitstervende nijverheden beheersen als filigreinwerk en marmer schilderen, of technische en biologische wetenschappers die hun bijzondere kennis en apparatuur aanwenden om de uitvoerbaarheid van een experiment te onderzoeken.

Aan de soms omslachtige en tijdrovende bewerkingen waarmee Brethouwers objecten tot stand komen, ligt echter altijd een bijzonder verhaal ten grondslag. Daarvoor peurt hij de ingrediënten uit oude culturen, de kunstgeschiedenis, bijzondere voorwerpen of de moderne wetenschap. Zijn eigenzinnige associatievermogen verleent de verhalen die hij verbeeldt een samenhang die volstrekt logisch is. De beperking tot twee oervormen als belangrijkste beelddragers voor die verhalen –het vierkant met gat en de conische vorm, de afgeplatte druppel– is niet zozeer een beperking als wel een extra betekenislaag voor elk werk dat hij maakt. Beide vormen zijn immers zelf symbolisch beladen. Tegelijk zorgen zij voor een samenhang in zijn oeuvre, waarbinnen de individuele werken in materieel opzicht nu eenmaal vaak sterk van elkaar verschillen. Ook zijn keuze voor chinoiserie, Art Deco en Minimal Art als leidende decoratieve uitgangspunten, brengt een sterke eenheid in zijn werk.

Tegelijk met de tentoonstelling verschijnt bij Uitgeverij de Zwaluw een uitvoerig boek met de titel ‘Over nutteloze zaken’. Hierin is ook een uitgebreid interview van Sjarel Ex met de kunstenaar opgenomen en artikelen van onder anderen Carel Blotkamp, Mark Kremer en Alied Ottevanger.

Terug