Nieuwsbrief
Herfst 2009: The Art of Fashion
september 2009

De conservator vertelt...

José Teunissen, gastconservator, in de tentoonstellingscatalogus: "‘Tijdelijk, voorbijgaand gebruik in kleding, manieren, uiterlijk.’ Zo omschrijft de Dikke van Dale het begrip mode. Het is een betekenis die in het alledaagse leven veel wordt gebruikt , maar deze definitie gaat wel voorbij aan wat de discipline vandaag de dag als cultuurfenomeen inhoudt.

The Art of Fashion catalogus
The Art of Fashion catalogus

In Seeing Through Clothes definieert Anne Hollander mode als volgt: 'Dress is a form of visual art, a creation of images with the visible self as its medium (mode is een visuele kunst met het eigen fysieke ik als medium).' Hollander vat mode daarmee op als een (visuele) kunstvorm en niet als een gebruiksobject of een ambacht. Mode is in haar ogen een performancekunst waarin zelfexpressie en de relatie van het individu tot de wereld centraal staan. Daarmee raakt ze heel precies de kern van de hedendaagse (avant-garde) mode, die het lichaam en zijn relatie tot het indivdu en de omringende werkelijkheid definieert en deze relatie steeds opnieuw aan de orde stelt. Precies die thematiek maakt mode zo actueel en onmisbaar als vitale culturele expressie in onze hedendaagse cultuur.

Mode gaat niet meer over het lanceren van een nieuwe roklengte, de juiste kleur of het presenteren van een ideale vrouw of een ideale man. Mode stelt culturele thema's aan de orde over wie we zijn en wat we doen in het leven. Soms herbergt mode zelfs culturele of politieke vraagstukken, zoals de installatie Kinship Journeys (2003) van Hussein Chalayan, waarin een trampoline, een biechthokje en een boot/doodskist samen de drie essentiele fases in het leven symboliseren.

Sinds de jaren zestig is de mode op deze manier meer en meer het domein van de kunst binnengetreden. Vreemd is dat niet, want in de kern leken beide disciplines altijd al sterk op elkaar. Ze hebben allebei een eigen taal die steeds naar zichzelf verwijst. Om mode en kunst te kunnen begrijpen moet je ingevoerd zijn en weten wat er 'speelt', wat er 'nieuw' of 'origineel' en 'anders' is dan wat er aan voorafging.

Net als mode is moderne kunst ook gefixeerd op ‘het originele’ en ‘het nieuwe’ en beide zijn een product van de moderniteit. Maar de afgelopen anderhalve eeuw zijn ze in culturele zin wel heel verschillend gewaardeerd. Mode werd tot voor kort gezien als kapitalistische koopwaar, als iets commercieels en een ijdele bezigheid, terwijl kunst als iets diepzinnigs werd ervaren, iets van algemeen cultureel belang, dat serieuze en intellectuele aandacht verdient. Mode was daardoor een consumptiegoed dat zijn waarde vaak al verloor bij de aankoop, kunst daarentegen was en is een erkende en waardevaste belegging.

Deze klassieke opvattingen gingen in de jaren zestig langzaam kantelen toen de sociale hiërarchie radicaal doorbroken werd door de jeugdcultuur. De samenleving democratiseerde in alle opzichten. Smaak, kunst en cultuur werden een product van en voor de massa en de strikte grenzen tussen hoge (kunst) en lage (mode) cultuur vervaagden. In de wereld van de kunst ontstonden popart en performancekunst, waarin kunstenaars zich buigen over het vraagstuk wie we zijn, wat ons lichaam is, en hoe we ons precies verhouden tot de wereld. De media en de relatie tussen publiek en kunstenaar werden daarmee belangrijker dan de visuele esthetiek van een kunstwerk. De mode werd vanaf dat moment niet langer door de couturiers in Parijs voorgeschreven, maar kwam van de straat en de mensen zelf. Ook voor de mode werden de media onmisbaar. Mode werd beeldcultuur en als zodanig ook politieker; actiegroepen en feministen konden er hun idealen mee naar voren brengen. De mode werd zo een autonoom expressieforum: met mode konden voortaan identiteiten en denkbeelden uitgedrukt worden: wie zijn we met wat we aanhebben?

In de jaren tachtig van de twintigste eeuw begonnen Japanse ontwerpers als Yohji Yamamoto en Comme des Garçons en wat later Belgische ontwerpers als Martin Margiela de verschillende dimensies van mode en kleren verder te exploreren door onderzoek naar patronen, naar het effect van gedragen kleding en naar proporties van het lichaam. Kleren hebben een directe lijfelijke dimensie; ze zijn sterk verbonden met persoonlijke herinneringen, ze raken de huid en roepen daardoor een tactiele ervaring op, ze dragen altijd sporen van het verleden, en – zoals bijvoorbeeld Viktor & Rolf steeds opnieuw laten zien – ze kunnen heel sterk een imaginaire wereld oproepen."

Lees verder in de catalogus van The Art of Fashion: Installing Allusions, verkrijgbaar in de museumwinkel voor €17,50 (ISBN: 978-90-6918-240-7)

Terug