Nieuwsbrief
Nieuwsbrief najaar 2007
Najaar 2007

Kunstwerk uitgelicht: Eikentak

Kunstenaar Paul van der Eerden (Rotterdam, 1954) over de Eikentak van Albertus Jonas Brandt : "De eikentak van A.J. Brandt heeft voor mij alles te maken met waarneming en compositie. Brandt voegt geen schaduw toe om het blad in het vlak te plaatsen, maar toch accepteer je de ruimte er omheen als vanzelfsprekend. De aquarel is kaal en observerend, maar Brandt heeft wel een waterdruppeltje toegevoegd, hetgeen het geheel weer romantisch maakt." De Eikentak van Brandt (1788 - 1821) is verworven door het museum bij de opening in 1847 als onderdeel van het legaat van Mr. Boymans. Tot en met 13 januari 2008 toont Museum Boijmans Van Beuningen in de tentoonstelling Enclosures ruim 100 door Van der Eerden geselecteerde tekeningen uit de museumcollectie aangevuld met werken van de kunstenaar zelf. Voor een interview met Paul van der Eerden zie onder.

Albertus Johannes Brandt, Eikentak, 1788  1821, aquarel, 27,3 x 31,3 cm.
Albertus Johannes Brandt, Eikentak, 1788 1821, aquarel, 27,3 x 31,3 cm.

Voor de tentoonstelling Enclosures interviewde Stadsconservator Patricia Pulles kunstenaar Paul van der Eerden over zijn keuze uit de museumcollectie en zijn eigen werk.

Patricia Pulles: Hoe is de tentoonstelling opgezet?
Paul van der Eerden: Ik werd gevraagd een selectie te maken uit de collectie prenten en tekeningen van het museum. Deze heb ik zoveel mogelijk bekeken en vanuit die werken zijn bepaalde thema's naar voren gekomen die ik vervolgens becommentarieer met andere werken. De geselecteerde werken vertellen een verhaal dat correspondeert met mijn manier van kijken en mijn visie op de tekenkunst. Ik ga hierbij in op technische en tekenkundige aspecten als het gebruik van het vlak, stapeling, negatieve ruimte en platheid en motieven als het landschap, de figuur, het portret, geweld & getormenteerdheid en de werking van de geest. Ik heb tevens gezocht naar kunstenaars zoals Armand Simon en Elmar Trenkwalder die een aanvulling zouden kunnen vormen op de collectie surrealisten van Museum Boijmans Van Beuningen. Daarnaast complementeert de getoonde Outsider kunst niet alleen inhoudelijk en visueel de tentoonstelling, maar sluit hun werk ook aan bij de surrealisten die een grote voorliefde hadden voor Outsider kunst. Als je goed kijkt naar de werken in de tentoonstelling, zijn er veel onderlinge verbanden, formele overeenkomsten en parallelle manieren van denken. Tekeningen nodigen uit tot traag kijken en ik wil dat de kijker vanuit de tekeningen en prenten zélf, een beeld krijgt. Ik vind het daarnaast interessant om aan te tonen dat thema's die een aantal eeuwen geleden gebruikt werden, nog steeds gangbaar zijn. Ik denk dat deze onderlinge verschillen en overeenkomsten een ruimere en wellicht niet vermoede betekenis aan de werken in de tentoonstelling kunnen geven.

Patricia Pulles: Je interesseert je zeer voor het werk van oude meesters, zoals ook te zien is in de tentoonstelling. Kun je daar iets over zeggen?
Paul van der Eerden: Werken van oude meesters interesseren me omdat ik hun manier van het opbouwen van een beeld niet goed kan begrijpen. Als je bijvoorbeeld een lichaam uitrekt zoals de Maniëristen in de 16e eeuw dat deden, dan moet dat ook iets doen met de kunstenaar zelf. In de kunstgeschiedenis wordt daar zelden over gesproken. Als ik naar het werk van Jacques Bellange kijk, dan zie ik ogenschijnlijke elegantie, maar op een harde manier vormgegeven; het lijkt schoonheid te ontkennen. Ik vraag me af hoe het mogelijk was dat dit soort werken toen volledig geaccepteerd werden, terwijl ik ze nu onbehaaglijk vind. Ik ervaar in deze werken een vervreemdende, onaantrekkelijke en duistere kant, een gecontroleerd 'verliezen' in het werk. Ik ben geïnteresseerd te weten wat er omging in het hoofd van de maker, wat voor beslissingen hij nam en waarom. Zulke werken bevragen mijn manier van kijken en tekenen en mijn beleving van schoonheid.

Patricia Pulles: Daarnaast heb je een grote interesse in Afrikaanse kunst en Outsider kunst. Outsider kunst wordt in tegenstelling tot de gevestigde kunst niet gekenmerkt door stilistische of historische tendensen en stromingen. De beoefenaars zijn vaak psychiatrische patiënten, mediums, autisten en andere uitgeslotenen. Waar komt deze interesse vandaan?
Paul van der Eerden: Ik verzamel Afrikaanse kunst en Outsider kunst om dezelfde reden. Het verbeeldt een wereldbeeld dat niet het jouwe is. Het toont een werkelijkheid met andere maten en verhoudingen. Voor mij stellen deze werken me wederom vragen bij mijn eigen manier van kijken naar de werkelijkheid en bij mijn wijze van werken.

Patricia Pulles: Je spreekt soms over tekeningen waarin het tekenen bijna ontkend wordt. Kun je dat toelichten?
Paul van der Eerden: Daarmee bedoel ik dat het lijkt alsof het tekenen van buitenaf gestuurd wordt. In de tentoonstelling zijn tekeningen van Miloslava Ratzingerova, die zichzelf als een medium zag. Haar werk gaat niet meer over tekenen, maar het gaat over iets anders. Er sluipt iets in, wat vervreemdend en ondefineerbaar is. Het soort werken als die van Ratzingerova geven toegang tot gebieden die alle trucs en methodes van het tekenen ontkennen. Het is irrationeel, maar wel in hoge mate gecontroleerd. Ook het werk van Edmund Monsiel heeft dat. Hij tekent op een heel klein formaat van 11 bij 7 cm op een bijna machinale wijze, alsof hij het zelf niet tekende. De constante lijnvoering zoals die in zijn tekeningen zit, is heel moeilijk consequent vast te houden voor een tekenaar. Deze wijze van tekenen vind ik verontrustend en angstaanjagend. Ook daar gaat de tentoonstelling over.

Patricia Pulles: Het lijkt alsof jouw eigen tekeningen altijd een soort kreet slaken of misschien wel aandacht willen vestigen op onze existentiële eenzaamheid.
Paul van der Eerden: De mens is in essentie een eenzaam wezen dat wanhopige pogingen onderneemt om zich door het leven te slaan. Ik kijk nog altijd met grote verwondering naar al het gedoe om me heen en ik blijf me verbazen over het feit dat je als mens bent opgesloten in je eigen lichaam. De werkelijkheid is zeer eigenaardig en de vraag is hoe je daar, als kunstenaar, vorm aan geeft. Wanneer ik naar kunst kijk, vind ik aspecten als het maniakale, de psyche, het bizarre, het afwijkende en het onfatsoenlijke het meest interessante. Ik interesseer mij voor kunst die de duistere gebieden van het menselijk leven onderzoekt. Hierbij gaat het mij niet om het bizarre omwille van het bizarre, want dat bevestigt slechts de status quo van het alledaagse. Ik zie het als de taak van de kunstenaar om de randen van het bestaan op te zoeken en te verbeelden. De werkelijkheid is eigenaardig en de vraag is hoe geeft een kunstenaar daar vorm aan. In mijn werk uit zich dat in thema's als eenzaamheid, geweld, voyeurisme en vervreemding.

Patricia Pulles: Waarom heb je de tentoonstelling Enclosures genoemd?
Paul van der Eerden: De term komt uit de economische geschiedenis en verwijst naar het maken van omheiningen om je eigen bezit af te bakenen. Ik maakte in Parijs in 2002 een serie van negen tekeningen getiteld Enclosures, die gaat over het creëren van een territorium, een lege ruimte die een op zichzelf staand object wordt. De titel verwijst naar de actie van het plaatsen van een lijn op een vel papier en het 'omsluiten', het tot stand brengen van een vlak. Voor mij is het begrip 'enclosures' ook een metafoor voor de werking van de menselijke geest; je kunt je opgesloten voelen in je eigen wereld. Als je naar bijvoorbeeld Outsider kunst kijkt, voel je dat deze mensen opgesloten zitten in zichzelf. Het leven van een Outsider is natuurlijk een hel, maar wat er uit komt, kan prachtig zijn.

Terug