Het oeuvre van Duchamp in een verrassende nieuwe context

Marcel Duchamp, De ou par Marcel Duchamp ou Rrose Sélavy (La boîte en valise), 1952, Museum Boijmans Van Beuningen. Foto: Tom Haartsen. Marcel Duchamp, La Mariée mise à nu par ses célibataires, même (Boîte Verte), 1934 (uitgave), Museum Boijmans Van Beuningen. Foto: Tom Haartsen.

Persbericht

Marcel Duchamp, kunstenaar ~ knutselaar
t/m 19 januari 2014

Marcel Duchamp (1887-1968) inspireerde met zijn beroemde readymades zoals het gesigneerde urinoir of het fietswiel op een krukje, hele generaties kunstenaars: John Cage (1912-1992) en Jasper Johns (1930), maar ook Jeff Koons (1955) en Damien Hirst (1965). Duchamp wordt gezien als de conceptuele kunstenaar avant la lettre. Dit najaar plaatst Museum Boijmans Van Beuningen het oeuvre van Duchamp in een verrassende nieuwe context, vol persoonlijke verwijzingen, woordspel en humor.

Vanaf de jaren ’50 bestempelen kunstkenners Duchamp als de meest invloedrijke kunstenaar van de 20ste eeuw. Velen zien hem als een onverschillige en iconoclastische kunstenaar. Gebaseerd op onderzoek van kunsthistoricus Bert Jansen, toont Museum Boijmans Van Beuningen de context waarin het werk van Duchamp tot stand kwam. Centraal in het Prentenkabinet staat het werk ‘De ou par Marcel Duchamp ou Rrose Sélavy (La boîte en valise)’ van Duchamp uit 1952: een koffertje met miniaturen van zijn oeuvre. Deze miniaturen zijn te zien samen met teksten, tekeningen, magazines en ander documentair materiaal van Duchamp en zijn tijdgenoten.

Jeugdherinneringen
De rol van de kunstenaar in de readymade -een alledaags voorwerp geplaatst in de museale ruimte- lijkt minimaal. Echter blijken veel van Duchamp’s werken nauwkeurige constructies vol met referenties aan persoonlijke ervaringen, gebeurtenissen en personen uit zijn leven.
Bert Jansen ontdekte deze verwijzingen door letterlijk in de voetsporen van Duchamp te treden. Door in diens dorp te verblijven, in zijn kamer te zitten en de etalage van de bakker waar Duchamp woonde te bekijken, werd inzichtelijk hoe Duchamp zijn ideeën kreeg. De tentoonstelling in het Prentenkabinet laat zien hoe levendig de kant van het maken ofwel de praktijk van de kunstenaar Duchamp is geweest.

Woordspel
Ook humor en woordspellen zijn belangrijke elementen in Duchamp’s werk, die tot nu toe vaak onderbelicht zijn gebleven. In de tentoonstelling zijn de humoristische tekeningen die hij maakte voor tijdschriften te zien. De humor in deze prenten komt ook in veel van zijn latere readymades terug. Veel kunstwerken zijn opgebouwd aan de hand van cryptische taalspelletjes. Een goed voorbeeld hiervan is de snor en het sikje dat hij in 1919 tekende op een ansichtkaart van Leonardo Da Vinci’s ‘Mona Lisa’ (1503-1507) met het onderschrift ‘L.H.O.O.Q.’. In het Frans uitgesproken klinken deze letters als ‘zij heeft een hete kont’, waarschijnlijk refererend naar de mogelijke homoseksuele geaardheid van Leonardo.

Bert Jansen
De tentoonstelling is gebaseerd op artikelen die kunsthistoricus Bert Jansen publiceerde over Marcel Duchamp in Jong Holland, Metropolis M en Kunstbeeld. Sinds 1982 schrijft hij kunstkritieken voor Het Financieele Dagblad.

Duchamp als inspiratie
Duchamp heeft met zijn readymades veel kunstenaars geïnspireerd. Zijn invloed is onder anderen terug te zien in het werk van Man Ray (1890-1976), die alledaagse voorwerpen in een schijnbaar willekeurige opstelling fotografeerde. Foto’s en sculpturen van Man Ray zijn te zien in de grote voorjaarstentoonstelling ‘Brancusi, Rosso, Man Ray: Framing Sculpture’. Behalve Duchamp presenteert het museum dit najaar ook werk van een andere kunstenaar uit de avant-garde. In drie zalen is een tentoonstelling te zien rondom het werk van de surrealist Salvador Dalí (1904-1981), die bevriend was met Duchamp.

Terug