Renilde Hammacher: 100 jaar

Salvador DalÝ en Renilde Hammacher tijdens de opening van DalÝ in Museum Boijmans Van Beuningen, 1970. Foto: archief Museum Boijmans Van Beuningen. Mark Rothko, Grey, Orange on Maroon, no. 8, 1960. Collectie Museum Boijmans Van Beuningen.

Persbericht

Renilde Hammacher: ‘Een grote, stimulerende en stuwende kracht’
13 april 2013 t/m 23 februari 2014
 
Aan de hand van sleutelwerken van naoorlogse kunstenaars en een selectie affiches en foto’s uit de jaren zestig en zeventig, eert Museum Boijmans Van Beuningen vanaf dit voorjaar het aankoopbeleid van de eerste hoofdconservator moderne en hedendaagse kunst: Renilde Hammacher-van den Brande, die dit jaar haar 100ste verjaardag viert.

Zondag 31 maart 2013 wordt Renilde Hammacher-van den Brande 100 jaar. Zij was van 1962 tot en met 1978 werkzaam als conservator bij Museum Boijmans Van Beuningen en gaf vorm aan één van de belangrijkste museale collecties moderne kunst van Nederland. Gesteund door directeur Coert Ebbinge Wubben wist zij in zestien jaar tijd de afdeling moderne kunst een geheel eigen gezicht te geven. Museum Boijmans Van Beuningen maakt rondom deze feestelijke gebeurtenis twee tentoonstellingen. In het entreegebied van het museum worden aan de hand van affiches en foto’s de inspanningen en activiteiten van deze bijzondere conservator getoond. Daarnaast zijn in het Van der Steurgebouw tientallen sleutelwerken te zien uit de collectie naoorlogse kunst die door Renilde Hammacher werden aangekocht. Het archiefmateriaal en de foto's die deze expositie begeleiden gaan in op de aankoop- en tentoonstellingsgeschiedenis van ieder werk.

Grote stimulerende en stuwende kracht
Renilde Hammacher wist een omvangrijke collectie surrealistische kunst op te bouwen, waaronder werk van Salvador Dalí, René Magritte en Man Ray. Het surrealisme was destijds in Nederlandse musea nauwelijks vertegenwoordigd. Ook op het gebied van eigentijdse kunst deed ze belangrijke aankopen en maakte ze talrijke tentoonstellingen, waaronder solo-exposities van David Hockney (1970), Mark Rothko (1971), Joe Tilson (1973) en Dan Flavin (1975). In 1972 werd speciaal voor het exposeren van hedendaagse kunst de nieuwe Bodon-vleugel van het museum verwezenlijkt, waar tot op de dag van vandaag moderne kunst wordt getoond. De door Hammacher aangekochte surrealisten en andere klassiek moderne werken, zoals werk van H.N. Werkman, Max Ernst en Joan Miró, zijn te zien in ‘De Collectie Verrijkt’, de vaste opstelling van het museum. Toen oud-directeur Coert Ebbinge Wubben in 1978 terugkeek op zijn directeurschap, noemde hij Renilde Hammacher “een grote, stimulerende en stuwende kracht”.

Rothko is terug
Een van de werken die te zien is vanaf 13 april is het geliefde werk ‘Grey, Orange on Maroon, no. 8’ (1960) van Mark Rothko, waar bezoekers vaak naar vragen. Met deze tentoonstelling heeft het museum de kans om werken te exposeren in een context die duidelijk maakt hoe de collectie moderne en hedendaagse kunst in de jaren zestig en zeventig is opgebouwd. Naast het werk van Mark Rothko zijn topstukken van onder meer Lee Bontecou, Louise Nevelson, R.B. Kitaj, Jim Dine, Christo en Daniel Spoerri te zien. In de zomer zal een wisseling plaatsvinden en wordt de nadruk gelegd op de meer conceptuele tendensen en werken die Renilde Hammacher vanaf midden jaren zeventig aankoopt, zoals werk van Jannis Kounellis, Dennis Oppenheim, Alighiero Boetti en Gilbert & George. Het monumentale schilderij van Rothko is tot het einde van de tentoonstelling te zien.

Tijdens de tentoonstellingen verschijnt een Boijmans Studie met een uitgebreid interview met Renilde Hammacher door Marijke Peyser.

Op ARTtube is een film te zien waarin Renilde Hammacher vertelt over de Dalí-tentoonstelling in 1970. Deze film wordt ook getoond in de tentoonstelling in het Van der Steurgebouw.

Terug