Oskar Kokoschka - Mensen en beesten

Oskar Kokoschka, De Mandril, 1926, olieverf op doek, 127 x 102 cm, Collectie Museum Boijmans Van Beuningen Oskar Kokoschka, Dubbelportret van typograaf en uitgever Hans Mardersteig en museumdirecteur Carl Georg Heise, 1919, 100 x 72,3 cm, Collectie Museum Boijmans Van Beuningen

Persbericht

Oskar Kokoschka, het enfant terrible van het Wenen van Klimt en Freud, inspireerde hele generaties kunstenaars. Met zijn portretten van mensen en beesten is hij dit jaar onderwerp van de grote najaarstentoonstelling in Museum Boijmans Van Beuningen. Honderdvijftig van zijn schilderijen en tekeningen, met toonaangevende figuren binnen de Oostenrijkse avant-garde, zijn te zien in Rotterdam.

Oskar Kokoschka (Wenen 1886 - Villeneuve 1980) geldt als een van de belangrijkste kunstenaars van de Oostenrijkse avant-garde begin 20ste eeuw. Museum Boijmans Van Beuningen kocht in 1950 als eerste Nederlandse museum een schilderij van Kokoschka en toont in het najaar van 2013, ruim 33 jaar na zijn dood, een overzicht van deze meester. Terwijl in Oostenrijk, Duitsland en de VS regelmatig grote tentoonstellingen van de kunstenaar zijn gehouden, is het ruim een halve eeuw geleden dat zijn werk in Nederland te zien is geweest. Zo’n 150 schilderijen en werken op papier zijn uit privécollecties en internationale topmusea geleend. De pronkstukken ‘Mandril’ (1926) en het ‘Dubbelportret van Hans Mardersteig en Carl Georg Heise’ (1919), uit de eigen museumcollectie, vormen de aanleiding voor deze tentoonstelling die sinds 2010 in voorbereiding is.

Levensbeschouwing
De expositie “Bildnisse von Oskar Kokoschka - Menschen und Tiere” die in 1927 plaatsvond in Kunstsalon Paul Cassirer in Berlijn, is de inspiratie voor de titel van deze tentoonstelling. Hoewel bij Kokoschka de mens centraal stond en hij naar eigen zeggen de ‘aura van de mens in de ruimte’ wilde schilderen, fascineerden dieren hem ook. Hij zag in hen vaak menselijke trekken en omgekeerd, en gaf dieren regelmatig een allegorische rol in zijn schilderijen. Kokoschka’s portretten tonen hoe hij de mens en zijn rol in de maatschappij zag. Zijn kijk op de wereld is de rode draad in de thematisch opgestelde tentoonstelling dit najaar in Museum Boijmans Van Beuningen. ‘Oskar Kokoschka – Mensen en beesten’ biedt een persoonlijk perspectief op de grote gebeurtenissen uit die periode rondom het begin van de twintigste eeuw en de ontwrichting van Europa door de Eerste en Tweede Wereldoorlog. De tentoonstelling in Rotterdam, samengesteld door gastconservator Beatrice von Bormann, begint met de vroegste portretten van rond 1906 en werken die Kokoschka voor de Wiener Werkstätte maakte en eindigt met het laatst geschilderde zelfportret, dat in 1971-72 ontstond en waarin hij vooruitblikt op de dood. Bij de tentoonstelling is een rijk geïllustreerde catalogus met verscheidene essays van internationaal bekende Kokoschka experts verschenen.

Oskar Kokoschka
De beroemde architect van het modernisme, Adolf Loos ontdekt Kokoschka op de Kunstschau, de grote kunsttentoonstelling die in 1908 in Wenen is georganiseerd en die baanbrekend blijkt voor het Oostenrijks modernisme. Gustav Klimt noemt hem na deze tentoonstelling: “het grootste talent van de jongere generatie.” Loos weet in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog veel van zijn vrienden en relaties over te halen voor Kokoschka te poseren, waardoor de jonge kunstenaar meer ervaring opdoet en zijn intellectuele horizon verbreedt. Kokoschka schildert zijn modellen vaak ouder en weinig flatterend. De persoonlijkheid is voor hem belangrijker dan het uiterlijk, waardoor elk portret een eigen stijl heeft. Het gevolg is dat de werken niet altijd worden gekocht en Loos vaak degene is die ze afneemt. Kokoschka beschrijft zijn manier van schilderen als een visioen dat zich aan hem openbaart. Hij is er van overtuigd te kunnen voorzien hoe iemand er later uit zal zien. Een aantal onderwerpen komt steeds terug in zijn oeuvre, zoals kinderportretten, dierportretten en portretten van musici en politici. Zijn liefde voor muziek deelt Kokoschka met Alma Mahler, weduwe van de componist Gustav Mahler, met wie Kokoschka vlak voor de Eerste Wereldoorlog een onstuimige liefdesrelatie heeft. Na de Eerste Wereldoorlog portretteert Kokoschka zijn nieuwe vriendenkring in Dresden, vooral (expressionistische) dichters en acteurs. In deze tijd ontstaan ook al zijn eerste politieke werken, maar dit wordt vooral een belangrijk thema op het moment dat Kokoschka in 1937 door de Nazi’s tot ‘ontaarde’ kunstenaar is verklaard en naar Engeland vlucht. Na de Tweede Wereldoorlog keert Kokoschka niet terug naar Oostenrijk, maar vestigt zich in het Zwitserse Villeneuve, waar hij tot het einde van zijn leven blijft wonen.

Sponsoren
De tentoonstelling 'Oskar Kokoschka - Mensen en beesten' wordt mogelijk gemaakt door de genereuze steun van de Ondernemerskring Bijzondere Begunstigers, de BankGiro Loterij, Prins Bernhard Cultuurfonds (mede mogelijk gemaakt dankzij het Breeman Talle Fonds), SNS REAAL Fonds, Ploum Lodder Princen, Zabawas, AON Artscope, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed namens het ministerie van OCW, K.F. Hein Fonds Farrow & Ball en Crown.

Terug