Geen Museumnacht bij Boijmans en Kunsthal

Persbericht

Dit jaar geen Museumnacht bij Museum Boijmans Van Beuningen en de Kunsthal
Rotterdam, 14 januari 2013

Tijdens de komende editie van de Rotterdamse Museumnacht op zaterdag 8 maart haken de twee grootste Rotterdamse musea niet aan. In het licht van de bezuinigingen en het culturele ondernemerschap is de financiële investering voor beide instellingen op het gebied van programmering en beveiliging te groot en zijn de opbrengsten te gering.

Elke editie van de Museumnacht is de laatste jaren met bijna 15.000 bezoekers steevast een groot succes. Afgelopen jaar ontving Museum Boijmans Van Beuningen 13.600 en de Kunsthal 8.000 Museumnachtbezoekers in 6 uur tijd. Dit succes heeft voor beide locaties echter een keerzijde; naast de investering voor (extra) aantrekkelijke programmering zijn de kosten voor de organisatie en veiligheid - om de enorme bezoekersstroom in goede banen te leiden - te hoog.

Museum Boijmans Van Beuningen kan de veiligheid niet garanderen van zowel het hoge aantal bezoekers als de kunstwerken. De Kunsthal heeft mede in het licht van haar feestelijke heropening op zaterdag 1 februari andere prioriteiten gesteld dit jaar.

Voor de editie in 2015 werken Museum Boijmans Van Beuningen, de Kunsthal Rotterdam en de andere musea samen met de Stichting Museumnacht aan een ander verdienmodel rondom de Rotterdamse Museumnacht. De lancering van een Museumparknacht op 21 juni, de langste dag van het jaar, wordt ook onderzocht.

Dit voorjaar openen beide instellingen met een verrassend tentoonstellingsprogramma. In Museum Boijmans Van Beuningen is vanaf 8 februari de tentoonstelling ‘Brancusi, Rosso, Man Ray – Framing Sculpture’ te zien, naast de serie Sensory Spaces en de solotentoonstelling van Alexandra Bircken. Highlights in de Kunsthal zijn onder de tentoonstellingen ‘S.H.O.E.S. Over hoge hakken en echte liefde’, ‘marimekko. design for a happy life’, ‘De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen’ en ‘Van velerlei pluimage’ van de zeventiende-eeuwse kunstenaar Andries Beeckman.

Terug