Presentatie ARTtube op Museums and the Web 2013

Op donderdag 17 april 2013 geeft Sandra Fauconnier, projectleider van de vernieuwde website ARTtube.nl, op het internationale congres Museums and the Web (Portland, Oregon, VS) een presentatie over ARTtube.
Presentatie ARTtube en Artbabble op Museums and the Web 2013
Sandra geeft haar presentatie samen met Emily Lytle-Painter, die verantwoordelijk is voor Art Babble. ArtBabble werd gelanceerd kort voordat de eerste versie van ArtTube online ging, en was voor ons een belangrijke inspiratiebron. Ook ArtBabble groeide sindsdien aanzienlijk en heeft scherpe keuzes gemaakt in de manier waarop zij zich ontwikkelden. In de presentatie worden beide websites en de ontwikkeling van de achterliggende samenwerking tussen de musea onder de loep gelegd.

Lees hier de paper.

Catrien Schreuder

Vertikale video?

Nu we bezig zijn met de ontwikkeling van een Boijmans web-app, doet zich ook de vraag voor of we de (video)content niet in een vertikaal formaat zouden moeten maken. Immers, het scherm van de telefoon is vertikaal en de content ziet er veel mooier uit als het schermvullend is.

Een paar overwegingen:

  • niet iedereen zal zijn telefoon een kwartslag draaien om video’s en afbeeldingen te bekijken. De meeste mensen zullen het dus niet fullscreen zien als we een liggend formaat kiezen
  • we zouden alles liggend kunnen aanbieden, dus ook de navigatie en menu’s e.d. zodat mensen hun toestel niet hoeven te draaien, maar vanaf de start van de tour gedwongen worden de telefoon op zijn kant te leggen. Voor menu’s e.d. is dit alleen misschien wel minder mooi.
  • vertikale video en afbeeldingen zijn wel minder mooi, in deze video wordt zelfs een aanstekelijke campagne tégen vertikale video op het web gevoerd


De vraag blijft: is het de gebruiker die voorop staat? Dan is misschien de vertikale content de beste optie. Of staat de content voorop, moet die het beste tot zijn recht komen. In dat geval moeten we de tour misschien toch horizontaal aanbieden? Wij zijn er nog niet over uit…

Catrien Schreuder en Lotte Meijer

Een middag over 174 nationaliteiten

Het afgelopen jaar liet Museum Boijmans Van Beuningen met steun van het Mondriaan Fonds een onderzoek uitvoeren naar de beleving van kunst- en cultuur en het imago van Museum Boijmans Van Beuningen onder Rotterdammers met een niet-Westerse achtergrond. Op vrijdag 27 april werd in het gezelschap van ruim dertig collega’s uit Nederlandse museum- en kunstwereld onder leiding van Kamran Ullah gereflecteerd op de bevindingen van het onderzoek. Hieronder een kort verslag van de middag.

Aanleiding
In de stad Rotterdam heeft de helft van de inwoners een niet-Nederlandse achtergrond. Samen zijn zij goed voor 174 nationaliteiten. Museum Boijmans Van Beuningen ziet dit terug in de groepsbezoeken van Rotterdamse scholen en tijdens speciale evenementen, bijvoorbeeld in samenwerking met het HipHopHuis of Music Matters. Daarbuiten is in de museumzalen echter voornamelijk een autochtoon Nederlands publiek te vinden, ongeacht het soort tentoonstelling of het educatieve aanbod.

Vanuit de afdeling Educatie en Publiekbegeleiding is de ambitie uitgesproken zich actief in te zetten om de mogelijke drempels bij deze groepen te verlagen. Daarvoor is kennis nodig naar de beleving van en behoefte aan kunst onder deze groepen, en in het bijzonder de rol die Museum Boijmans Van Beuningen daarin kan spelen. Daarom nam het museum het initiatief om de beleving van kunst en cultuur en het imago van Museum Boijmans Van Beuningen onder allochtone Rotterdammers te laten onderzoeken. Het volledige onderzoek is hier te downloaden.

Conclusies onderzoek
Als eerste lichtte Farid Tabarki, oprichter van Studio Zeitgeist en uitvoerder van het onderzoek, de belangrijkste conclusies toe. Zijn aanpak was kleinschalig en kwalitatief: samen met onderzoekspartner Hanna Bouaicha stelde hij een groep samen van veertien Marokkaanse en Surinaamse Nederlanders. Deze nationaliteiten maken het grootste deel uit van de Rotterdamse allochtone bevolking. Daarbinnen lag de focus op ouders van schoolgaande kinderen en studenten. Juist deze groepen karakteriseert Tabarki als het zogenaamde ‘laaghangend fruit’ voor musea: de interesse in een bezoek is aanwezig. Door middel van diepte-interviews en museumbezoeken kwamen enkele duidelijke bevindingen aan het licht.

  • systeem: de onderzochte groepen geven aan dat een museumbezoek ‘niet in het systeem’ zit. In tegenstelling tot een autochtone spiegelgroep hebben allochtonen met een hogere opleiding het bezoek aan een museum doorgaans niet van huis uit meegekregen. Ook onder leeftijdgenoten maakt het geen deel uit van de vrijetijdsbesteding.
  • identiteit: het onderzoeken van de eigen identiteit speelt een grotere rol bij voornamelijk de Marokkaans-Nederlandse studenten, dan bij de autochtone spiegelgroep. Er wordt niet bewust gezocht naar kunstuitingen uit het land van herkomst, maar herkenning van de eigen bi-culturele achtergrond in het tentoongestelde wordt wel gewaardeerd. Het zit hem in de nuance, de groep wenst niet te worden aangesproken op de nationaliteit van de ouders of grootouders, maar voelt er wel een verbondenheid mee. Onder de groep jonge ouders lijkt juist de kennismaking met de westerse kunst en cultuur een drijfveer. Men wil het hun kinderen graag meegeven. Een gebrek aan eigen kennis is daarin weer een belemmering.
  • kunstbeleving: onder deze groepen blijkt vooral een grote behoefte naar kennisvergroting over de beeldende kunst. Informatie in het museum wordt zeer gewaardeerd.
  • beleving van het museum: onder de respondenten blijkt het museum als instituut als hoogdrempelig ervaren te worden, met name door de stilte in de zalen en het overmatige blanke publiek. Evenementen en georganiseerde bezoeken zouden deze drempels kunnen wegnemen.

Leefstijlgroepen
Na de presentatie van Farid Tabarki gaf Nelly van der Geest (directeur Centrum voor Interculturele Studies HKU) een inhoudelijke reflectie op het onderzoek. Zij bekeek het onderzoek aan de hand van twee theoretische modellen, te weten het model van mentality groups dat in 2007 door onderzoeksbureau Motivaction in opdracht van Kunstenaars & Co werd opgesteld en het model voor interactie ontleend van Charles Leadbeater. Aan elke mentality group, een combinatie van opleidingsniveau en leefstijl, koppelde zij een niveau van interactie uit het schema van Leadbeater. De groepen die in het onderzoek van Farid Tabarki zijn benoemd zouden in haar ogen gerangschikt kunnen worden bij de groepen ‘kosmopolieten’, ‘opwaarts mobielen’ en ‘moderne burgerij’.

De kosmopolieten, de groep met een hoge opleiding en brede interesse, is een dankbaar publiek. Zij houden van alle vormen van cultuur,  zowel traditionele cultuur als populaire cultuur. Zij zijn op zoek naar verrijking, status en inhoudelijke uitdaging en vinden in wezen elk aanbod interessant. De opwaarts mobielen volgen vooral populaire cultuur, maar een van de motieven voor cultuurdeelname is interesse in andere culturen. De opwaarts mobielen zijn niet alleen op zoek naar ontplooiing, maar willen ook graag verwend worden. Zij zoeken naar activiteiten die ontspanning bieden, zoals uit eten gaan of naar de film. Een museumbezoek dient voor hen goed georganiseerd te zijn. De moderne burgerij  neemt deel  aan cultuur om te ontspannen en om gevoelens van trots en nostalgie te beleven. Hoewel het misschien een iets moeilijker te bereiken groep is, ligt ook daar de uitdaging voor een museum.

Voor culturele instellingen had Nelly van der Geest een aantal praktische adviezen. Zo adviseerde zij instellingen vooral het verhaal en de context van de kunst een grote rol te laten spelen in wat je voor nieuwe allochtone doelgroepen ontwikkelt; men wil vaak de context begrijpen en zich in aspecten kunnen herkennen. Daarnaast pleitte ze voor het aangaan van een duurzame relatie met de doelgroep, geef de mensen een rol. Organiseer activiteiten waarbij de mensen actief bezig kunnen zijn, en laat hierbij diverse zintuigen een rol spelen (een festival-culture volgens het model van Leadbeater). Bereik de mensen via de omgeving, via familie of via de kinderen die al eens met school naar bijvoorbeeld het museum gingen; ‘zegt het voort’. Treedt naar buiten, hang posters op bijvoorbeeld scholen op, zodat leerlingen de kunst dag in dag uit zien en zodat deze kunst hen altijd bij zal blijven. En als laatste: Stel je instelling open voor evenementen van diverse groeperingen.

Wat nu?
Na deze presentatie reflecteerde Deirdre Carasso, hoofd van de afdeling Educatie & Publieksbegeleiding van Museum Boijmans Van Beuningen, op het onderzoek en gaf een voorzichtig kijkje in de toekomst: hoe gaat het museum hier nu verder mee? Geen eenvoudige vraag. De onderzoeksresultaten leggen immers geen duidelijker drempels bloot dan, ‘het zit niet in mijn systeem’ of ‘ik zou wel willen, maar het komt er niet van’. Redenen om het museum wel of niet te bezoeken lijken in eerste plaats persoonlijk en niet aan een bepaalde identiteit te koppelen. Ervaringen die het museum al heeft met incidentele acties om een publiek met een niet-westerse achtergrond aan te spreken leverden bovendien weinig respons op. Het onderzoek prikkelt echter om te blijven experimenteren, dingen uit te proberen en te doen. De overtuiging is dat het museum, en in het bijzonder de afdeling educatie, al veel projecten doet die aan zouden kunnen spreken. Het zoeken is naar de juiste inhoudelijke aansluiting, stevig gefundeerd met gerichte marketing. Te denken is bijvoorbeeld aan het organiseren van familiedagen, met een net andere insteek. Of een gidsje zoals National Gallery ze maakt, waarin de collectie net eens vanuit een andere culturele context wordt belicht.

Oproep
Harriet Duurvoort, journalist en documentairemaker, sloot de middag af. Zij toonde een fragment van haar documentaire The UK Vibe, over hoe musea in Londen en Liverpool omgaan met de culturele diversiteit in hun stad. Tate Britain stelde een speciale cross cultural curator aan, Paul Goodwin. Hij organiseerde succesvolle activiteiten als Late at Tate bij de Chris Ofili-tentoonstelling en de tentoonstelling Afro Modern in Tate Liverpool. Harriet Duurvoort eindigde met een pleidooi voor het blijvend investeren in diversiteit binnen de muren van het museum. De diversiteit in de stad zou weerspiegeld moeten worden in de diversiteit van de tentoongestelde kunstenaars, de personele samenstelling en dat van het museumpubliek. Dat gaat niet vanzelf, maar zou in haar ogen vanuit beleid bewust moeten worden nagestreefd.

Catrien Schreuder, Karen de Moor

Hersenspinsels van de Pindakaaspost

Tijdens de tentoonstelling van de Pindakaasvloer (1962) van Wim T. Schippers in het voorjaar van 2011, was er de mogelijkheid een videoboodschap op te nemen met een vraag voor de kunstenaar. Deirdre Carasso schreef daarover eerder al op deze blog. Bijna alle 675 vragen zijn beantwoordt door Wim T. Schippers, afgezien van de 177 technisch mislukte vragen, en gepubliceerd op ArtTube, ons videokanaal.

Wij als museum waren erg benieuwd wat de bezoekers van de Pindakaasvloer vonden en welke reacties de video-installatie van de Pindakaaspost teweeg bracht. Welk onderwerp riep nu de meeste vragen op? Hoe oud waren de nieuwsgierige belangstellenden? En waren de vragen eigenlijk wel serieus bedoeld? Onze aanhoudende nieuwsgierigheid heeft geleidt tot een klein onderzoek naar de videovragen van de Pindakaaspost. Wat een aantal interessante ontdekkingen heeft opgeleverd en daarbij geven we u nog een paar aandoenlijke videotips!

Het eerste wat eruit springt met betrekking tot de leeftijd van de videovragers is dat vooral de jongste generatie goed vertegenwoordigd was. De meeste vragen worden gesteld door kinderen tot en met 12 jaar. De 30+ers zijn duidelijk in de minderheid, terwijl het merendeel van de individuele museumbezoekers tot deze categorie behoort.
Om te onderzoeken wat het meest bevraagde onderwerp was, werden alle vragen onderverdeeld in zes categorieën:
Inhoud & Idee
• Materiaal & Techniek, het waarom
• Materiaal & Techniek, praktische aspecten
Vorm & Presentatie
• Overige kunst van Wim T. Schippers
• Over Wim T. Schippers zelf

Het merendeel van de vragen die aan Wim T. Schippers werden gesteld bevonden zich in de categorie Materiaal & Techniek, praktische aspecten. Een voorbeeld van zo’n vraag is “Hoeveel potten pindakaas heeft u gebruikt voor de Pindakaasvloer?”. Maar ook vragen als “Waarom nu eigenlijk pindakaas?”, die in de categorie het waarom vielen, vonden gretig aftrek bij het publiek.

Opvallend is echter dat het merendeel van de bezoekers in alle leeftijden, afgezien van de 30+ers, last heeft van een banale vorm van cameradwang. Hier wordt mee bedoeld dat het vertonen van een kunstje voor de camera als hogere prioriteit wordt gezien, dan het stellen van een serieuze vraag aan de kunstenaar. Het interessante is echter dat Wim T. Schippers wel op deze vragen antwoordt en hier heel leuk mee om gaat. Zeker het bekijken waard.

pindakaaspost1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nu de grootste vraag: “Is het voor herhaling vatbaar?”. Ondanks de cameradwang van de bezoekers heeft de Pindakaaspost veel opgeleverd. Want hoe vaak heeft de bezoeker nu de mogelijkheid alle mogelijke bedachte vragen ook daadwerkelijk te stellen aan de kunstenaar? Interactie tussen de kunstenaar en de bezoekers van zijn kunstwerk is een aspect wat misschien nog wel de meeste waarde heeft. En daarbij is het geweldig om te zien hoe kinderen de meest slimme ingevingen voor de camera krijgen.

 

Alice Schut

Stagaire Educatie & Publieksbegeleiding

Vang een beeld: n.a.v. Marijke van Warmerdam

In het kader van de tentoonstelling ‘Dichtbij in de verte ‘ van Marijke van Warmerdam heeft de afdeling Educatie en publieksbegeleiding een oproep geplaatst die hopelijk een leuke vorm van ‘dialoog’ met het publiek gaat uitlokken. Het uitgangspunt is het werk van Van Warmerdam, zorgvuldig gekozen en gekaderde, schijnbaar toevallige, maar vaak ook geënsceneerde stukjes uit de werkelijkheid. Kijken naar haar werk prikkelt om, via haar ogen,  ook anders naar de wereld te kijken die je dagelijks omringt. Zo is het idee.

Het idee

Om dit idee extra kracht bij te zetten heeft het museum deze week de oproep ‘Vang een beeld’ de wereld in geslingerd. Het museum nodigt mensen uit om beelden uit hun omgeving te ‘vangen’ in een foto, op een manier die is geïnspireerd op de werkwijze die Marijke van Warmerdam in enkele van haar werken toepast.  Startpunt van dit idee was een workshop die Marijke van Warmerdam zelf in het museum heeft gegeven in het kader van de Boijmans Club. Hierin liet zij kinderen met een spiegel in de hand door het museum lopen op zoek naar mooie beelden. Zodra zij een beeld hadden ‘gevangen’ in hun spiegel, nam een fotograaf daarvan een foto, waarop zowel het kader van de spiegel als een deel van de omgeving zichtbaar bleef.

Voor de oproep ‘Vang een beeld’ is deze workshop wellicht startpunt geweest, maar is ervoor gekozen een breder publiek aan te spreken. De werkwijze is simpel, iedereen kan het in principe doen. Enerzijds geldt: hoe scherper iemands blik, gevoel voor compositie en beeld, hoe sterker de beelden. Tegelijkertijd spelen ook toeval en intuïtie een belangrijke rol. Zo ontstaat een situatie waarin volwassenen en kinderen, profs en amateurs, kunstliefhebbers en -barbaren naar ons idee prima naast elkaar en gelijkwaardig aan elkaar getoond zouden kunnen worden.

Communicatie

De oproep bestaat voor een belangrijk deel uit een communicatiecampagne. Deze speelt zich voornamelijk op internet en de social media af, maar verspreidt de boodschap ook via de reguliere perscontacten. Hiervoor is een korte instructievideo gemaakt die potentiële deelnemers dient te enthousiasmeren om iets in te sturen. De communicatie heeft als doel zoveel mogelijk mensen enthousiast te maken om beelden te vangen, en naar de tentoonstelling te komen kijken om inspiratie op te doen. Daarnaast biedt de actie mogelijkheid om nieuwe doelgroepen aan te spreken, een publiek dat doorgaans niet gericht is op het bezoeken van hedendaagse kunsttentoonstellingen, maar het leuk vindt zelf met fotografie bezig te zijn.

Online dialoog

Doordat de actie zich voornamelijk op internet afspeelt ontstaat ruime gelegenheid voor interactie met tussen publiek. Hiervoor gebruiken we flickr om de gevangen beelden te verzamelen, onze facebookpagina om mensen op de uitnodiging te wijzen, twitter om deze te verspreiden. Allemaal platforms waarop mensen niet alleen informatie ontvangen, maar deze ook met elkaar delen en erover praten. De start is veelbelovend: twee dagen nadat de oproep werd uitgestuurd zijn er al zo’n veertig beelden binnengekomen op flickr en is er op twitter al tientallen keren over getweet. Voordeel is dat niet alleen de oproep zo verspreid wordt, deze social media bieden ook volop gelegenheid om elkaars inzendingen uit te wisselen.

Kijken met je handen

Van de inzendingen wordt gedurende de kerstvakantie (vanaf 21 december) een kleine tentoonstelling ingericht. Deze vindt plaats in de Kunst Studio, de educatieve ruimte op de begane grond van het museum. Niet voor niets heeft deze ruimte sindskort het motto ‘Kijken met je handen’, het is de enige ruimte in het museum waar je dingen mag doen die elders in het museum over het algemeen niet mogen: zelf dingen maken, objecten aanraken, je eigen kunstwerk tentoonstellen, etc. De ruimte is bedoeld voor zowel kinderen als volwassenen, groepen kunnen er workshops volgen, maar het is ook altijd open voor ‘losse’ bezoekers om er eens binnen te wandelen. Door hier een tentoonstelling te organiseren met werk van alle deelnemers, oud, jong, professioneel of niet, hopen we veel mensen over de vloer te krijgen.

Geen competitie

Bewust is ervoor gekozen de oproep niet de vorm van een competitie te geven. Dit in tegenstelling tot eerdere ‘wedstrijden’ die het museum organiseerde, bijvoorbeeld rond Pipilotti Rist of The Art of Fashion. Het idee is dat er geen ‘juiste’ of ‘verkeerde’ manier is om naar de wereld te kijken, dat het juist zo interessant is om eens via andermans ogen te kijken. Uiteindelijk kiest Marijke van Warmerdam overigens wel haar persoonlijke favorieten, die dan een speciale plek krijgen in de Kunst Studio en wat langer te zien zijn dan de andere beelden. Wellicht een extra trigger voor mensen om iets in te sturen.

De actie ‘Vang een beeld’ loopt tot en met het eind van de tentoonstelling van Marijke van Warmerdam (22 januari) en wordt georganiseerd door Charlotte van Regenmortel in samenwerking met de afdelingen Educatie&Publieksbegeleiding en Marketing&Communicatie van het museum. We hopen op veel deelnemers en een heleboel boeiende gevangen beelden. Dus doe vooral mee en verspreidt het woord!

Catrien Schreuder

Multimediatour voor kinderen

We hebben een multimediatour voor kinderen. Bekijk hier een van de ’stops’!

Film jezelf in het werk van Yayoi Kusama

Bij de tentoonstelling Mirrored Years in 2008, boden wij het publiek de mogelijkheid aan elkaar en zichzelf vastleggen zoals ook Kusama zichzelf liet vastleggen in haar werk. Het werk van de Japanse kunstenaar Yayoi Kusama bestaat deels uit ruimtes waarin je als bezoeker volledig kunt verdwijnen. Vaak fotografeerde of filmde zij zichzelf temidden van de werelden die zij in deze werken creeerde. Hier enkele bevindingen van dit experiment met user generated video.

Het idee
Door met een videocamera door de tentoonstelling te gaan wordt de bezoeker geprikkeld om zijn manier van kijken te delen met andere bezoekers. Bovendien lokt de camera uit tot beter en scherper kijken naar het visuele spel dat Kusama speelt met haar spiegelende en lichtgevende objecten.

Aanpak
In de tentoonstelling liggen, op een sokkel, drie leenexemplaren van videocamera’s voor bezoekers. Hierbij is een bord met gebruiksinstructie, en een klein beeldschermpje met voorbeeldfilmpje te zien. De batterijen van de camera’s worden één keer per dag ververst, de bandjes ongeveer eens per week. Het is de bedoeling dat mensen zichzelf en elkaar daar maximaal een minuut opnemen. De het videomateriaal dat zo op de bandje komt te staan wordt elke week tot een leuke compilatie gemonteerd.Ook werd gewezen op de mogelijkheden eigen foto’s of video’s toe te sturen.

Het instructiekaartje dat aan de leencamera's was bevestigd

Het instructiekaartje dat aan de leencamera's was bevestigd

Ook op een klein (A5) beeldscherm is bij de uitleencamera’s een compilatie te zien van de opnames in de zalen. Dit naast / bij het bordje met toelichting op het interactieve onderdeel van de tentoonstelling en verwijzing naar de website.

De compilaties van opgenomen beelden zijn wekelijks te zien op de website, naast algemene informatie over de tentoonstelling en een instructie over het interactieve onderdeel. Totaal gaat het om 6 filmpjes die tijdens de tentoonstelling worden gemaakt.
Daarnaast is gelegenheid om zelf beelden op te sturen naar het Boijmans.

Resultaat
Ongeveer eens in de 10 dagen zijn de bandjes in de camera’s verzameld. Telkens waren de drie tapes zo goed als vol met beelden. In enkele gevallen zaten daar onbedoelde opnames in, soms onbruikbare beelden van te slechte kwaliteit. Het grootste deel van de mensen hebben de camera’s gebruikt op de manier zoals bedoeld.

In totaal zijn er 8 filmpjes gemaakt van elk circa 3 minuten. Hier is ook meegerekend: het voorbeeldfilmpje dat is gemaakt vóór de opening en een extra filmpje dat na afloop van de tentoonstelling nog is gemonteerd van de laatste opnames. De acht filmpjes staan op de boijmansyoutube pagina en van daar doorgelinkt op een Kusama ‘Zelf filmen’- pagina op de Boijmans website. De filmpjes zijn gemaakt door Erik Woning van Digitivity.

De filmpjes worden redelijk goed bekeken: in totaal bijna 2000 keer, geteld een week na sluitingsdatum van de tentoonstelling. Dit geldt voor zes filmpjes. Het ‘voorbeeldfilmpje’ staat niet meer online, het laatste filmpje moest op het moment van de telling nog worden gemaakt.

Slechts 1 persoon heeft een foto gestuurd aan films@boijmans.nl

Evaluatie
Ervaringen van de editor:
- Er zijn veel mensen die gebruik hebben gemaakt van de camera om zichzelf en de eigen ervaring van de tentoonstelling vast te leggen
- De werken lokten wel degelijk uit tot het maken van mooie beelden
- De werken werden via de lens nauwkeurige bestudeerd, eigen ruimtelijke ervaring vastgelegd.
- De camera’s zijn over het algemeen goed behandeld, afgezien van één gestolen exemplaar. Er zijn geen defecten geweest.
- De mensen hebben over het algemeen veel plezier beleefd aan het filmen van zichzelf: blije gezichten, enthousiaste reacties
- Veelal jongere mensen die de camera’s hanteerden, ouderen probeerden het echter ook.
- Slechts één keer zijn beelden van de naastgelegen tentoonstelling van Charley  Toorop gemaakt. Mensen verlieten de ruimte verder nooit met de camera’s. Veel mensen durfden zelfs binnen de tentoonstelling zelf niet ver van de camera-plek te gaan.
- De mensen hebben de camera’s amper gebruikt voor andere dingen dan de bedoeling was. In enkele gevallen werd er wat gegrapt met elkaar, meer dan dat de aandacht uitging naar de werken.
- Er zijn verschillende beelden van dansende mensen in de tentoonstelling
- Er zijn ook veel mensen in beeld die met eigen mobieltjes of fototoestellen beelden maken in de tentoonstelling.
- Er waren opvallende veel mensen met Aziatisch uiterlijk (Japanners)
- Tijdsbesteding editing: circa 16 uur per filmpje.

Misdragingen gezien op de beelden
- CKV groep gaat in de Phallus Room temidden van de textiele objecten liggen
- Ook een gezinnetje is er in gaan liggen. De moeder vertelde de kinderen dat het ‘mag’.
- een enkele keer zie je mensen die de werken aanraken

Bovengenoemde is vrijwel allemaal gebeurd in de laatste twee weken, daarvoor geen voorbeelden van misdragingen.  De indruk is niet gewekt dat mensen vanwege de camera’s anders met de werken omgingen. Bovenstaande is dus over het algemeen niet naar aanleiding van het filmen gebeurd.

Overige opmerkingen
- goed was dat er een voorbeeldfilmpje bij te zien was. Het idee was helder bij mensen
- wel veel herhaling van hetzelfde soort opnames. Mensen kijken van elkaar af.
- door met verschillende en niet-professionele filmers te werken is de montage een arbeidsintensieve klus
- jammer dat er wat tijd tussen zat voordat mensen de beelden terug konden zien.

Al met al dus een leuke low tech educatieve toevoeging aan de tentoonstelling, die wel degelijk bijgedragen lijkt te hebben aan de totaalervaring van het werk. In de toekomst zou het mooi zijn om de techniek erachter zo te maken dat de stappen tussen filmen en publiceren vereenvoudigen. Iets om te onderzoeken.

Tot slot: in het Gem gebeurt momenteel iets vergelijkbaars in de tentoonstelling van Erwin Wurm waarin mensen zichzelf als een ‘one minute sculpture’ kunnen fotograferen: ook leuk om eens te bekijken.

Catrien Schreuder

Onze eerste audiotour met QR codes

Bij de tentoonstelling Schoonheid in de Wetenschap (12 februari - 5 juni 2011) zijn we een bijzondere samenwerking aangegaan om onze audiotour breder toegankelijk te maken.

‘Klassieke’ audiotour
Bij de tentoonstelling, waarin foto’s die met wetenschappelijke doelen zijn gemaakt om hun esthetische waarde zijn geselecteerd, lieten we een audiotour maken, die op onze gebruikelijke antenna-spelers worden afgespeeld. Professor Hans Galjaard, samensteller van de tentoonstelling en vooraanstaand wetenschapper, schreef de teksten en sprak de tour zelf in. Zo gaf hij voor elke zaal in de tentoonstelling een toelichting op het betreffende wetenschapsgebied en de selectie van de getoonde beelden. Deze spelers zijn te huur (€ 3,-) bij de informatiebalie van het museum. De audiotour bij Schoonheid in de Wetenschap werd 1435 keer verhuurd.

Audiotour online

De pagina met het audiofragment 'chemie'

De pagina met het audiofragment 'chemie'

Het onderwerp van de tentoonstelling genoot al tijdens de voorbereidingen veel belangstelling van de wetenschapswereld. Toen wij de redactie van kennislink.nl, de website voor wetenschapspopularisatie, erover vertelden waren zij direct in voor een samenwerking. We besloten gezamenlijk een mogelijkheid te ontwikkelen om, via kennislink, de audiotour ook online of op de smartphone aan te bieden. Museum Boijmans Van Beuningen stelde daarvoor de audio beschikbaar, kennislink intergreerde de tour op hun website. Elk audiofragment kreeg een eigen pagina, waar ze in een rijke context werden geplaatst van de artikelen die kennislink al online had staan over de betreffende wetenschapsgebieden.

 

zaaltekstbord met QR code

zaaltekstbord met QR code

QR codes onder de zaalteksten

Vervolgens koppelden ze elke webpagina aan een unieke QR code, die we in de museumzaal onder de zaalteksten afdrukten. Zo konden mensen met een iPhone of smartphone de QR code scannen en kwamen ze direct op de kennislinkpagina met het juiste audiotourfragment én een selectie van relevante kennislinkartikelen.

Technische hobbels
Een eenvoudig experiment, dat met een beetje enthousiasme relatief eenvoudig en goedkoop gerealiseerd kon worden. Enige technische hobbels waren er wel:
- in het museumgebouw was nog geen wifi aangelegd, dat hebben we nu voor deze gelegenheid gedaan. De verbinding ging via Rotterdam Hotspots.
- Mp3’s of filmpjes kunnen niet draaien op een telefoon, ook eenvoudige slideshows en zelfgemaakte filmpjes werkten alleen op flash. Daarom hebben we per audiofragment een eenvoudig ‘filmpje’gemaakt, bestaande uit een stilstaand beeld met audio, die we op youtube plaatsten. Dit youtubefilmpje werd geembed op de kennislink site. De enige manier om deze ook op de telefoon af te spelen.
- Ook met wifi duurt het soms even voordat een webpagina en een filmpje is geladen.
- Om de QR codes te kunnen scannen dient men eerst een applicatie te downloaden op de telefoon. Hiervoor gaven we de bezoeker aan het begin van de tentoonstelling een instructie. In praktijk lijkt het dat vooral mensen die al bekend zijn met QR codes gebruik maakten van de mogelijkheid.
- in de zalen van de tentoonstelling was het vrij donker. De QR codes konden daarom vaak alleen met een flitslicht gescand worden. De Iphone doet dat automatisch, maar doen alle smartphones dat? Daarbij: flitsen in de museumzaal is doorgaans verboden.

Cijfers
De QR codes in de zalen werden circa 1000 keer gescand, waarbij het aantal per code sterk verschilde. Zo werd de eerste code, onder de introductietekst het vaakst gescand, die in de zalen ‘De Foetus’ en ‘Muizen en mensen’ het minst. Mogelijk heeft dit te maken met de zichtbaarheid van de code in deze zalen (dit waren misschien donkerder zalen), maar het blijft gissen.  

De audiofragmenten die op youtube zijn geplaatst zijn daar samen 3200 keer bekeken.  Blijkbaar beluisterden de mensen de audiofragmenten dus ook via kennislink.nl zelf.

Al met al een zeer leuk en zinnig experiment. Met dank aan Ilja van Dam, Kahliya Ronde en Mark Kocera van Kennislink.

Catrien Schreuder

Live multimediatour

In het museum in Antwerpen hebben ze goede ideeen: een ‘live’ multimediatour bijvoorbeeld. Zie dit filmpje op YouTube.

Catrien

Pindakaaspost: stel een videovraag aan Wim T. Schippers

In december kocht Museum Boijmans Van Beuningen de Pindakaasvloer (1962) van Wim T. Schippers aan. Vanaf 5 maart is het kunstwerk in het museum te zien.

Sinds de bekendmaking van de aankoop ontvangt het museum per post, mail en telefoon vele reacties van bezoekers. Nu nog, na bijna vijftig jaar, laat het werk de gemoederen niet onberoerd. Dat is bijzonder en daar willen we natuurlijk iets mee doen.

Videovragen

Bezoekers kunnen daarom nu in het museum, in de zaal naast die met de Pindakaasvloer (ja, hij ruikt), een videoboodschap opnemen met een vraag voor Wim T. Schippers. Deze video’s worden allemaal gepubliceerd op ArtTube, ons videokanaal. Bezoekers kunnen daar op dag en tijd hun video ook nog eens terugkijken (http://arttube.boijmans.nl/pindakaaspost).

Wim T. Schippers beantwoordt enkele keren per week, vanuit huis via een laptop met webcam, een selectie van deze vragen. Zijn video’s zijn ook te zien op ArtTube. Daar kan ook gekozen worden voor de leukste video’s en is een Twitterfeed te zien met de meest recente tweets over de Pindakaasvloer (#pindakaasvloer).

Een heel simpel en misschien wel vaker in te zetten concept. Naar voorbeeld van een website van Tate Modern dat een soortgelijke mogelijkheid biedt bij de installatie ‘Sunflower seeds’ in de Turbinehall van Ai Weiwei (http://www.tate.org.uk/modern/exhibitions/unileverseries2010).

Pindakaasvloer

De Pindakaasvloer heeft een lange geschiedenis. Het concept van de vloer is ruim 40 jaar geleden bedacht en voor het eerst uitgevoerd bij Galerie Mickery in Loenersloot. Later heeft ook het Centraal Museum in Utrecht de vloer getoond tijdens de overzichtstentoonstelling van Schippers in 1997. Wim T. Schippers maakte meer vloersculpturen. Zo bestrooide hij in 1962 in Museum Fodor in Amsterdam een vloer met zout, terwijl een andere zaal helemaal vol lag met gebroken stukken vensterglas. Toen ontstond ook het idee voor de Pindakaasvloer.

Wim T. Schippers wil met het bestrijken van een vloer met pindakaas laten zien dat in principe alles zinloos en onzinnig is, maar daarom nochtans wel de moeite waard.

Bij het kunstwerk is ook een video te zien over de totstandkoming en betekenis van de Pindakaasvloer, met interviews met Wim T. Schippers en verzamelaar Harry Ruhe. Deze video is ook op ArtTube (http://arttube.boijmans.nl) te bekijken.

Deirdre Carasso