Hersenspinsels van de Pindakaaspost

Tijdens de tentoonstelling van de Pindakaasvloer (1962) van Wim T. Schippers in het voorjaar van 2011, was er de mogelijkheid een videoboodschap op te nemen met een vraag voor de kunstenaar. Deirdre Carasso schreef daarover eerder al op deze blog. Bijna alle 675 vragen zijn beantwoordt door Wim T. Schippers, afgezien van de 177 technisch mislukte vragen, en gepubliceerd op ArtTube, ons videokanaal.

Wij als museum waren erg benieuwd wat de bezoekers van de Pindakaasvloer vonden en welke reacties de video-installatie van de Pindakaaspost teweeg bracht. Welk onderwerp riep nu de meeste vragen op? Hoe oud waren de nieuwsgierige belangstellenden? En waren de vragen eigenlijk wel serieus bedoeld? Onze aanhoudende nieuwsgierigheid heeft geleidt tot een klein onderzoek naar de videovragen van de Pindakaaspost. Wat een aantal interessante ontdekkingen heeft opgeleverd en daarbij geven we u nog een paar aandoenlijke videotips!

Het eerste wat eruit springt met betrekking tot de leeftijd van de videovragers is dat vooral de jongste generatie goed vertegenwoordigd was. De meeste vragen worden gesteld door kinderen tot en met 12 jaar. De 30+ers zijn duidelijk in de minderheid, terwijl het merendeel van de individuele museumbezoekers tot deze categorie behoort.
Om te onderzoeken wat het meest bevraagde onderwerp was, werden alle vragen onderverdeeld in zes categorieën:
Inhoud & Idee
• Materiaal & Techniek, het waarom
• Materiaal & Techniek, praktische aspecten
Vorm & Presentatie
• Overige kunst van Wim T. Schippers
• Over Wim T. Schippers zelf

Het merendeel van de vragen die aan Wim T. Schippers werden gesteld bevonden zich in de categorie Materiaal & Techniek, praktische aspecten. Een voorbeeld van zo’n vraag is “Hoeveel potten pindakaas heeft u gebruikt voor de Pindakaasvloer?”. Maar ook vragen als “Waarom nu eigenlijk pindakaas?”, die in de categorie het waarom vielen, vonden gretig aftrek bij het publiek.

Opvallend is echter dat het merendeel van de bezoekers in alle leeftijden, afgezien van de 30+ers, last heeft van een banale vorm van cameradwang. Hier wordt mee bedoeld dat het vertonen van een kunstje voor de camera als hogere prioriteit wordt gezien, dan het stellen van een serieuze vraag aan de kunstenaar. Het interessante is echter dat Wim T. Schippers wel op deze vragen antwoordt en hier heel leuk mee om gaat. Zeker het bekijken waard.

pindakaaspost1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nu de grootste vraag: “Is het voor herhaling vatbaar?”. Ondanks de cameradwang van de bezoekers heeft de Pindakaaspost veel opgeleverd. Want hoe vaak heeft de bezoeker nu de mogelijkheid alle mogelijke bedachte vragen ook daadwerkelijk te stellen aan de kunstenaar? Interactie tussen de kunstenaar en de bezoekers van zijn kunstwerk is een aspect wat misschien nog wel de meeste waarde heeft. En daarbij is het geweldig om te zien hoe kinderen de meest slimme ingevingen voor de camera krijgen.

 

Alice Schut

Stagaire Educatie & Publieksbegeleiding

Vang een beeld: n.a.v. Marijke van Warmerdam

In het kader van de tentoonstelling ‘Dichtbij in de verte ‘ van Marijke van Warmerdam heeft de afdeling Educatie en publieksbegeleiding een oproep geplaatst die hopelijk een leuke vorm van ‘dialoog’ met het publiek gaat uitlokken. Het uitgangspunt is het werk van Van Warmerdam, zorgvuldig gekozen en gekaderde, schijnbaar toevallige, maar vaak ook geënsceneerde stukjes uit de werkelijkheid. Kijken naar haar werk prikkelt om, via haar ogen,  ook anders naar de wereld te kijken die je dagelijks omringt. Zo is het idee.

Het idee

Om dit idee extra kracht bij te zetten heeft het museum deze week de oproep ‘Vang een beeld’ de wereld in geslingerd. Het museum nodigt mensen uit om beelden uit hun omgeving te ‘vangen’ in een foto, op een manier die is geïnspireerd op de werkwijze die Marijke van Warmerdam in enkele van haar werken toepast.  Startpunt van dit idee was een workshop die Marijke van Warmerdam zelf in het museum heeft gegeven in het kader van de Boijmans Club. Hierin liet zij kinderen met een spiegel in de hand door het museum lopen op zoek naar mooie beelden. Zodra zij een beeld hadden ‘gevangen’ in hun spiegel, nam een fotograaf daarvan een foto, waarop zowel het kader van de spiegel als een deel van de omgeving zichtbaar bleef.

Voor de oproep ‘Vang een beeld’ is deze workshop wellicht startpunt geweest, maar is ervoor gekozen een breder publiek aan te spreken. De werkwijze is simpel, iedereen kan het in principe doen. Enerzijds geldt: hoe scherper iemands blik, gevoel voor compositie en beeld, hoe sterker de beelden. Tegelijkertijd spelen ook toeval en intuïtie een belangrijke rol. Zo ontstaat een situatie waarin volwassenen en kinderen, profs en amateurs, kunstliefhebbers en -barbaren naar ons idee prima naast elkaar en gelijkwaardig aan elkaar getoond zouden kunnen worden.

Communicatie

De oproep bestaat voor een belangrijk deel uit een communicatiecampagne. Deze speelt zich voornamelijk op internet en de social media af, maar verspreidt de boodschap ook via de reguliere perscontacten. Hiervoor is een korte instructievideo gemaakt die potentiële deelnemers dient te enthousiasmeren om iets in te sturen. De communicatie heeft als doel zoveel mogelijk mensen enthousiast te maken om beelden te vangen, en naar de tentoonstelling te komen kijken om inspiratie op te doen. Daarnaast biedt de actie mogelijkheid om nieuwe doelgroepen aan te spreken, een publiek dat doorgaans niet gericht is op het bezoeken van hedendaagse kunsttentoonstellingen, maar het leuk vindt zelf met fotografie bezig te zijn.

Online dialoog

Doordat de actie zich voornamelijk op internet afspeelt ontstaat ruime gelegenheid voor interactie met tussen publiek. Hiervoor gebruiken we flickr om de gevangen beelden te verzamelen, onze facebookpagina om mensen op de uitnodiging te wijzen, twitter om deze te verspreiden. Allemaal platforms waarop mensen niet alleen informatie ontvangen, maar deze ook met elkaar delen en erover praten. De start is veelbelovend: twee dagen nadat de oproep werd uitgestuurd zijn er al zo’n veertig beelden binnengekomen op flickr en is er op twitter al tientallen keren over getweet. Voordeel is dat niet alleen de oproep zo verspreid wordt, deze social media bieden ook volop gelegenheid om elkaars inzendingen uit te wisselen.

Kijken met je handen

Van de inzendingen wordt gedurende de kerstvakantie (vanaf 21 december) een kleine tentoonstelling ingericht. Deze vindt plaats in de Kunst Studio, de educatieve ruimte op de begane grond van het museum. Niet voor niets heeft deze ruimte sindskort het motto ‘Kijken met je handen’, het is de enige ruimte in het museum waar je dingen mag doen die elders in het museum over het algemeen niet mogen: zelf dingen maken, objecten aanraken, je eigen kunstwerk tentoonstellen, etc. De ruimte is bedoeld voor zowel kinderen als volwassenen, groepen kunnen er workshops volgen, maar het is ook altijd open voor ‘losse’ bezoekers om er eens binnen te wandelen. Door hier een tentoonstelling te organiseren met werk van alle deelnemers, oud, jong, professioneel of niet, hopen we veel mensen over de vloer te krijgen.

Geen competitie

Bewust is ervoor gekozen de oproep niet de vorm van een competitie te geven. Dit in tegenstelling tot eerdere ‘wedstrijden’ die het museum organiseerde, bijvoorbeeld rond Pipilotti Rist of The Art of Fashion. Het idee is dat er geen ‘juiste’ of ‘verkeerde’ manier is om naar de wereld te kijken, dat het juist zo interessant is om eens via andermans ogen te kijken. Uiteindelijk kiest Marijke van Warmerdam overigens wel haar persoonlijke favorieten, die dan een speciale plek krijgen in de Kunst Studio en wat langer te zien zijn dan de andere beelden. Wellicht een extra trigger voor mensen om iets in te sturen.

De actie ‘Vang een beeld’ loopt tot en met het eind van de tentoonstelling van Marijke van Warmerdam (22 januari) en wordt georganiseerd door Charlotte van Regenmortel in samenwerking met de afdelingen Educatie&Publieksbegeleiding en Marketing&Communicatie van het museum. We hopen op veel deelnemers en een heleboel boeiende gevangen beelden. Dus doe vooral mee en verspreidt het woord!

Catrien Schreuder

Multimediatour voor kinderen

We hebben een multimediatour voor kinderen. Bekijk hier een van de ’stops’!

Film jezelf in het werk van Yayoi Kusama

Bij de tentoonstelling Mirrored Years in 2008, boden wij het publiek de mogelijkheid aan elkaar en zichzelf vastleggen zoals ook Kusama zichzelf liet vastleggen in haar werk. Het werk van de Japanse kunstenaar Yayoi Kusama bestaat deels uit ruimtes waarin je als bezoeker volledig kunt verdwijnen. Vaak fotografeerde of filmde zij zichzelf temidden van de werelden die zij in deze werken creeerde. Hier enkele bevindingen van dit experiment met user generated video.

Het idee
Door met een videocamera door de tentoonstelling te gaan wordt de bezoeker geprikkeld om zijn manier van kijken te delen met andere bezoekers. Bovendien lokt de camera uit tot beter en scherper kijken naar het visuele spel dat Kusama speelt met haar spiegelende en lichtgevende objecten.

Aanpak
In de tentoonstelling liggen, op een sokkel, drie leenexemplaren van videocamera’s voor bezoekers. Hierbij is een bord met gebruiksinstructie, en een klein beeldschermpje met voorbeeldfilmpje te zien. De batterijen van de camera’s worden één keer per dag ververst, de bandjes ongeveer eens per week. Het is de bedoeling dat mensen zichzelf en elkaar daar maximaal een minuut opnemen. De het videomateriaal dat zo op de bandje komt te staan wordt elke week tot een leuke compilatie gemonteerd.Ook werd gewezen op de mogelijkheden eigen foto’s of video’s toe te sturen.

Het instructiekaartje dat aan de leencamera's was bevestigd

Het instructiekaartje dat aan de leencamera's was bevestigd

Ook op een klein (A5) beeldscherm is bij de uitleencamera’s een compilatie te zien van de opnames in de zalen. Dit naast / bij het bordje met toelichting op het interactieve onderdeel van de tentoonstelling en verwijzing naar de website.

De compilaties van opgenomen beelden zijn wekelijks te zien op de website, naast algemene informatie over de tentoonstelling en een instructie over het interactieve onderdeel. Totaal gaat het om 6 filmpjes die tijdens de tentoonstelling worden gemaakt.
Daarnaast is gelegenheid om zelf beelden op te sturen naar het Boijmans.

Resultaat
Ongeveer eens in de 10 dagen zijn de bandjes in de camera’s verzameld. Telkens waren de drie tapes zo goed als vol met beelden. In enkele gevallen zaten daar onbedoelde opnames in, soms onbruikbare beelden van te slechte kwaliteit. Het grootste deel van de mensen hebben de camera’s gebruikt op de manier zoals bedoeld.

In totaal zijn er 8 filmpjes gemaakt van elk circa 3 minuten. Hier is ook meegerekend: het voorbeeldfilmpje dat is gemaakt vóór de opening en een extra filmpje dat na afloop van de tentoonstelling nog is gemonteerd van de laatste opnames. De acht filmpjes staan op de boijmansyoutube pagina en van daar doorgelinkt op een Kusama ‘Zelf filmen’- pagina op de Boijmans website. De filmpjes zijn gemaakt door Erik Woning van Digitivity.

De filmpjes worden redelijk goed bekeken: in totaal bijna 2000 keer, geteld een week na sluitingsdatum van de tentoonstelling. Dit geldt voor zes filmpjes. Het ‘voorbeeldfilmpje’ staat niet meer online, het laatste filmpje moest op het moment van de telling nog worden gemaakt.

Slechts 1 persoon heeft een foto gestuurd aan films@boijmans.nl

Evaluatie
Ervaringen van de editor:
- Er zijn veel mensen die gebruik hebben gemaakt van de camera om zichzelf en de eigen ervaring van de tentoonstelling vast te leggen
- De werken lokten wel degelijk uit tot het maken van mooie beelden
- De werken werden via de lens nauwkeurige bestudeerd, eigen ruimtelijke ervaring vastgelegd.
- De camera’s zijn over het algemeen goed behandeld, afgezien van één gestolen exemplaar. Er zijn geen defecten geweest.
- De mensen hebben over het algemeen veel plezier beleefd aan het filmen van zichzelf: blije gezichten, enthousiaste reacties
- Veelal jongere mensen die de camera’s hanteerden, ouderen probeerden het echter ook.
- Slechts één keer zijn beelden van de naastgelegen tentoonstelling van Charley  Toorop gemaakt. Mensen verlieten de ruimte verder nooit met de camera’s. Veel mensen durfden zelfs binnen de tentoonstelling zelf niet ver van de camera-plek te gaan.
- De mensen hebben de camera’s amper gebruikt voor andere dingen dan de bedoeling was. In enkele gevallen werd er wat gegrapt met elkaar, meer dan dat de aandacht uitging naar de werken.
- Er zijn verschillende beelden van dansende mensen in de tentoonstelling
- Er zijn ook veel mensen in beeld die met eigen mobieltjes of fototoestellen beelden maken in de tentoonstelling.
- Er waren opvallende veel mensen met Aziatisch uiterlijk (Japanners)
- Tijdsbesteding editing: circa 16 uur per filmpje.

Misdragingen gezien op de beelden
- CKV groep gaat in de Phallus Room temidden van de textiele objecten liggen
- Ook een gezinnetje is er in gaan liggen. De moeder vertelde de kinderen dat het ‘mag’.
- een enkele keer zie je mensen die de werken aanraken

Bovengenoemde is vrijwel allemaal gebeurd in de laatste twee weken, daarvoor geen voorbeelden van misdragingen.  De indruk is niet gewekt dat mensen vanwege de camera’s anders met de werken omgingen. Bovenstaande is dus over het algemeen niet naar aanleiding van het filmen gebeurd.

Overige opmerkingen
- goed was dat er een voorbeeldfilmpje bij te zien was. Het idee was helder bij mensen
- wel veel herhaling van hetzelfde soort opnames. Mensen kijken van elkaar af.
- door met verschillende en niet-professionele filmers te werken is de montage een arbeidsintensieve klus
- jammer dat er wat tijd tussen zat voordat mensen de beelden terug konden zien.

Al met al dus een leuke low tech educatieve toevoeging aan de tentoonstelling, die wel degelijk bijgedragen lijkt te hebben aan de totaalervaring van het werk. In de toekomst zou het mooi zijn om de techniek erachter zo te maken dat de stappen tussen filmen en publiceren vereenvoudigen. Iets om te onderzoeken.

Tot slot: in het Gem gebeurt momenteel iets vergelijkbaars in de tentoonstelling van Erwin Wurm waarin mensen zichzelf als een ‘one minute sculpture’ kunnen fotograferen: ook leuk om eens te bekijken.

Catrien Schreuder

Onze eerste audiotour met QR codes

Bij de tentoonstelling Schoonheid in de Wetenschap (12 februari - 5 juni 2011) zijn we een bijzondere samenwerking aangegaan om onze audiotour breder toegankelijk te maken.

‘Klassieke’ audiotour
Bij de tentoonstelling, waarin foto’s die met wetenschappelijke doelen zijn gemaakt om hun esthetische waarde zijn geselecteerd, lieten we een audiotour maken, die op onze gebruikelijke antenna-spelers worden afgespeeld. Professor Hans Galjaard, samensteller van de tentoonstelling en vooraanstaand wetenschapper, schreef de teksten en sprak de tour zelf in. Zo gaf hij voor elke zaal in de tentoonstelling een toelichting op het betreffende wetenschapsgebied en de selectie van de getoonde beelden. Deze spelers zijn te huur (€ 3,-) bij de informatiebalie van het museum. De audiotour bij Schoonheid in de Wetenschap werd 1435 keer verhuurd.

Audiotour online

De pagina met het audiofragment 'chemie'

De pagina met het audiofragment 'chemie'

Het onderwerp van de tentoonstelling genoot al tijdens de voorbereidingen veel belangstelling van de wetenschapswereld. Toen wij de redactie van kennislink.nl, de website voor wetenschapspopularisatie, erover vertelden waren zij direct in voor een samenwerking. We besloten gezamenlijk een mogelijkheid te ontwikkelen om, via kennislink, de audiotour ook online of op de smartphone aan te bieden. Museum Boijmans Van Beuningen stelde daarvoor de audio beschikbaar, kennislink intergreerde de tour op hun website. Elk audiofragment kreeg een eigen pagina, waar ze in een rijke context werden geplaatst van de artikelen die kennislink al online had staan over de betreffende wetenschapsgebieden.

 

zaaltekstbord met QR code

zaaltekstbord met QR code

QR codes onder de zaalteksten

Vervolgens koppelden ze elke webpagina aan een unieke QR code, die we in de museumzaal onder de zaalteksten afdrukten. Zo konden mensen met een iPhone of smartphone de QR code scannen en kwamen ze direct op de kennislinkpagina met het juiste audiotourfragment én een selectie van relevante kennislinkartikelen.

Technische hobbels
Een eenvoudig experiment, dat met een beetje enthousiasme relatief eenvoudig en goedkoop gerealiseerd kon worden. Enige technische hobbels waren er wel:
- in het museumgebouw was nog geen wifi aangelegd, dat hebben we nu voor deze gelegenheid gedaan. De verbinding ging via Rotterdam Hotspots.
- Mp3’s of filmpjes kunnen niet draaien op een telefoon, ook eenvoudige slideshows en zelfgemaakte filmpjes werkten alleen op flash. Daarom hebben we per audiofragment een eenvoudig ‘filmpje’gemaakt, bestaande uit een stilstaand beeld met audio, die we op youtube plaatsten. Dit youtubefilmpje werd geembed op de kennislink site. De enige manier om deze ook op de telefoon af te spelen.
- Ook met wifi duurt het soms even voordat een webpagina en een filmpje is geladen.
- Om de QR codes te kunnen scannen dient men eerst een applicatie te downloaden op de telefoon. Hiervoor gaven we de bezoeker aan het begin van de tentoonstelling een instructie. In praktijk lijkt het dat vooral mensen die al bekend zijn met QR codes gebruik maakten van de mogelijkheid.
- in de zalen van de tentoonstelling was het vrij donker. De QR codes konden daarom vaak alleen met een flitslicht gescand worden. De Iphone doet dat automatisch, maar doen alle smartphones dat? Daarbij: flitsen in de museumzaal is doorgaans verboden.

Cijfers
De QR codes in de zalen werden circa 1000 keer gescand, waarbij het aantal per code sterk verschilde. Zo werd de eerste code, onder de introductietekst het vaakst gescand, die in de zalen ‘De Foetus’ en ‘Muizen en mensen’ het minst. Mogelijk heeft dit te maken met de zichtbaarheid van de code in deze zalen (dit waren misschien donkerder zalen), maar het blijft gissen.  

De audiofragmenten die op youtube zijn geplaatst zijn daar samen 3200 keer bekeken.  Blijkbaar beluisterden de mensen de audiofragmenten dus ook via kennislink.nl zelf.

Al met al een zeer leuk en zinnig experiment. Met dank aan Ilja van Dam, Kahliya Ronde en Mark Kocera van Kennislink.

Catrien Schreuder

Live multimediatour

In het museum in Antwerpen hebben ze goede ideeen: een ‘live’ multimediatour bijvoorbeeld. Zie dit filmpje op YouTube.

Catrien

Pindakaaspost: stel een videovraag aan Wim T. Schippers

In december kocht Museum Boijmans Van Beuningen de Pindakaasvloer (1962) van Wim T. Schippers aan. Vanaf 5 maart is het kunstwerk in het museum te zien.

Sinds de bekendmaking van de aankoop ontvangt het museum per post, mail en telefoon vele reacties van bezoekers. Nu nog, na bijna vijftig jaar, laat het werk de gemoederen niet onberoerd. Dat is bijzonder en daar willen we natuurlijk iets mee doen.

Videovragen

Bezoekers kunnen daarom nu in het museum, in de zaal naast die met de Pindakaasvloer (ja, hij ruikt), een videoboodschap opnemen met een vraag voor Wim T. Schippers. Deze video’s worden allemaal gepubliceerd op ArtTube, ons videokanaal. Bezoekers kunnen daar op dag en tijd hun video ook nog eens terugkijken (http://arttube.boijmans.nl/pindakaaspost).

Wim T. Schippers beantwoordt enkele keren per week, vanuit huis via een laptop met webcam, een selectie van deze vragen. Zijn video’s zijn ook te zien op ArtTube. Daar kan ook gekozen worden voor de leukste video’s en is een Twitterfeed te zien met de meest recente tweets over de Pindakaasvloer (#pindakaasvloer).

Een heel simpel en misschien wel vaker in te zetten concept. Naar voorbeeld van een website van Tate Modern dat een soortgelijke mogelijkheid biedt bij de installatie ‘Sunflower seeds’ in de Turbinehall van Ai Weiwei (http://www.tate.org.uk/modern/exhibitions/unileverseries2010).

Pindakaasvloer

De Pindakaasvloer heeft een lange geschiedenis. Het concept van de vloer is ruim 40 jaar geleden bedacht en voor het eerst uitgevoerd bij Galerie Mickery in Loenersloot. Later heeft ook het Centraal Museum in Utrecht de vloer getoond tijdens de overzichtstentoonstelling van Schippers in 1997. Wim T. Schippers maakte meer vloersculpturen. Zo bestrooide hij in 1962 in Museum Fodor in Amsterdam een vloer met zout, terwijl een andere zaal helemaal vol lag met gebroken stukken vensterglas. Toen ontstond ook het idee voor de Pindakaasvloer.

Wim T. Schippers wil met het bestrijken van een vloer met pindakaas laten zien dat in principe alles zinloos en onzinnig is, maar daarom nochtans wel de moeite waard.

Bij het kunstwerk is ook een video te zien over de totstandkoming en betekenis van de Pindakaasvloer, met interviews met Wim T. Schippers en verzamelaar Harry Ruhe. Deze video is ook op ArtTube (http://arttube.boijmans.nl) te bekijken.

Deirdre Carasso

Wireless Stories in het museum van de toekomst

Van flashmobs tot GPS citygames en van rondleidingen via Smartphones tot augmented reality. Op 17 februari 2011 vond de conferentie Wireless Stories van het Mediafonds en het Sandberg instituut plaats. De dag draaide om het vormgeven van verhalen met behulp van nieuwe locatieve en mobiele media. Want wat zijn de mogelijkheden van deze media, wat gebeurt er wanneer internet en de fysieke wereld samensmelten, en wat betekent dit voor de manier waarop wij verhalen vertellen? Hoewel de conferentie vooral inzoomde op de publieke ruimte, proberen ook steeds meer musea hun verhalen op een nieuwe manier vorm te geven. Het museum zonder muren, met eindeloze mogelijkheden, lijkt soms nog zo ver weg. Toch zullen mobiele en digitale media steeds vaker een belangrijke rol spelen in het toekomstige museum.

De verschillende onderwerpen en de vele sprekers leverden een enorme hoeveelheid voorbeelden en do’s & dont’s op. Hieronder is een kleine selectie te vinden:

Parkmanmurder
Untravelmedia houdt zich bezig met ´direct experience storytelling´ en het gebruik van mobiele media. Untravelmedia ontwikkelde verschillende applicaties voor smartphones waaronder Parkmanmurder (een citygame gebaseerd op een lugubere legende) en Pandemic 1.0 (een project bestaande uit een mobile game, een film, een installatie in een museum en de input van de gebruikers). Dit zijn prachtige voorbeelden voor de wijze waarop het museum met een inhoudelijk en visueel prikkelende applicatie mobiele media kan toepassen in het museum.

PacManhattan
PacManhattan is een citygame gemaakt voor de stad New York en maakt gebruik van Pac-man, de klassieker uit de jaren tachtig. Op eenzelfde wijze zou het museum gebruik kunnen maken van een digitaal spel om de bezoeker op een interactieve manier door de tentoonstellingen te leiden.

Third Woman
Dit is een erg kunstig voorbeeld van een mobile game die resulteerde uit een samenwerking tussen onder andere kunstenaars, acteurs en musea.

Tot slot twee voorbeelden die niet tijdens de conferentie besproken werden, maar wel de moeite waard zijn om te vermelden:

Augmented Reality
Een bekend voorbeeld van de virtuele tentoonstelling in het Museum Of Modern Art in New York waarbij gebruik werd gemaakt van augmented reality (toegevoegde werkelijkheid).

David Horvitz
Een voorbeeld uit de kunst zelf.  Zie hoe de kunstenaar David Horvitz zich verhoudt tot de nieuwe mobiele media en het internet.

Het gebruik van nieuwe technologie in musea is een ‘hot topic’. Recentelijk berichtte de Volkskrant over verschillende, nieuwe manieren van kijken in het museum. De stem van Gerrit Rietveld als gids door zijn eigen universum, als bezoeker je eigen achtergrondinformatie bij een kunstwerk verzamelen en die vervolgens thuis bekijken of je door het museum laten leiden met je eigen mobieltje; deze recente voorbeelden laten volgens de krant zien dat musea volop experimenteren met andere manieren van informatieoverdracht. Ook Metropolis M besteedde in haar december/januari nummer aandacht voor het mobiele kunstmuseum. In het interview met het kunsttijdschrift ziet hoofd mobiele strategieën aan het Smithsonian Institution in Washington, Nancy Proctor, dat de invloed van de bezoeker op het museum groter wordt. Ze gelooft zelfs dat het museum alleen kan blijven bestaan als de bezoeker steeds meer bij het museum wordt betrokken. En nieuwe mobiele media? Die moeten de o, zo gewilde en gewenste samenwerking tussen het museum en het publiek waarmaken.

Kitsa Pechlivanidis
Stagiair Educatie en Publieksbegeleiding

Bronnen:
Dekker, Annet. “De toeschouwer bepaalt. Nancy Proctor over het mobiele museum.” Metropolis M (december/januari 2010/2011): 64-67.

Knols, Karolien. “De gimmick voorbij. Nieuwe technologieën in musea.” De Volkskrant, vrijdag 28 januari 2011, Kunst.

Pilot Art Rocks!

Vorig jaar kreeg Museum Boijmans Van Beuningen een genereuze bijdrage van de BankGiro Loterij voor het project Art Rocks! Art Rocks! is een multimediaal project waarbij muzikanten soundtracks componeren en uitvoeren bij kunstwerken in het museum. Kern is een televisieprogramma. Maar ook een concert op de binnenplaats van het museum, een cd, een multimediatour en een muziekwedstrijd voor amateurbands behoren er toe.

Pilot

artrocks1

Om onze gedachten over het televisieformat aan te scherpen maken we nu een pilot-aflevering van Art Rocks! Twee Rotterdamse muzikanten, singer-songwriter Charlie Dee en haar band, en DJ Git Hyper kozen elk een kunstwerk. Charlie Dee viel voor het videonet “Laat je haar neer” van Pipilotti Rist, Git Hyper koos “De schiettent” van Pycke Koch. De komende weken worden ze door de camera gevolgd in hun artistieke zoektocht. Uiteindelijk zullen ze hun nummers ten gehore brengen tijdens een intiem concert in het museum. Wilfried de Jong presenteert de pilot en interviewt de muzikanten.

artrocks2

Eergisteren vonden de eerste opnamen met Git Hyper plaats. De DJ zat met zijn draaitafels en platenbakken voor het schilderij van Koch. En dat beviel hem zo goed, dat hij het hele nummer ter plekke wil componeren. Wie hem aan het werk wil zien, dat kan, 6 maart is hij de gehele dag voor het schilderij aan het sampelen.

Deirdre Carasso

Start onderzoek ‘174 culturen’

De inwoners van Rotterdam hebben 174 nationaliteiten; samen spreken zij 68 verschillende talen. In Nederland wonen in 2006 zo’n 3,5 miljoen allochtonen met een niet-Westerse achtergrond. In de stad Rotterdam vormt deze groep ongeveer de helft de bevolking.

Tot nu toe bezoeken vooral kinderen en jongeren uit deze groep met hun school Museum Boijmans Van Beuningen. De komende maanden gaan we, samen met Studio Zeitgeist en met steun van de Mondriaan Stichting, onderzoeken hoe het museum aantrekkelijker kan worden voor individuele niet-Westerse migranten met een vergelijkbaar demografisch, sociaal-economisch en opleidingsprofiel als de huidige museumbezoekers.


Top down of bottom up?

In de museumwereld zijn vele initiatieven te noemen die de culturele diversiteit onder het museumpubliek proberen te stimuleren.

Met ‘Be(coming) Dutch’ neemt het Van Abbe Museum duidelijk stelling in over de plek van een museum in de samenleving. Zij beschouwen het museum als plek voor reflectie, de beeldende kunst als kritisch onderzoek naar de wereld waarin wij leven. In de Paviljoens in Almere gebeuren vergelijkbare dingen, maar wordt de kunstgeschiedenis zelf beschouwd vanuit het bredere kader van de geglobaliseerde wereld. Welke weerslag hebben maatschappelijke ontwikkelingen op de beeldende kunst? Hoe ‘Nederlands’ is het werk van een Nederlandse beeldende kunstenaars eigenlijk? Vragen en projecten als deze dragen in onze ogen zeer bij aan de zelfreflectie onder museummedewerkers, kunstenaars en andere cultuurprofessionals. Het is een ‘top down’ benadering, die probeert het instituut van binnenuit te hervormen. Het museum zoekt door een proces van institutionele reflectie aansluiting bij de veranderende maatschappij.

Aan de andere kant van het spectrum zijn er verschillende ‘bottom up’ projecten, gericht op een cultureel divers publiek dat de museumzalen doorgaans niet weet te vinden. Een goed voorbeeld van zo’n project in eigen stad is ‘Roffa 5314’ van het Historisch Museum Rotterdam, waarin de Rotterdamse jongerencultuur wordt bestudeerd door jongeren in de wijken zelf actief te betrekken bij het museum en de tentoonstellingen. Ook een project als Blikopeners in het Stedelijk Museum probeert, door jongeren een aanstelling te geven in de museumorganisatie, vanuit de praktijk de diversiteit het museum te laten binnenkomen.

In Liverpool spraken wij vorig jaar met verscheidene musea over dit onderwerp en troffen er ook dergelijke voorbeelden van ‘social inclusion’. Deze projecten, die zich doorgaans toespitsen op zeer specifiek benoemde minderheidsgroepen van uiteenlopende aard (Black and Minority Ethnic, doven, senioren, tienermoeders, gevangenen, etc.) zijn zeer arbeidsintensief en gericht op een tweezijdig doel. Minderheidsgroepen worden via het museum betrokken bij de samenleving, terwijl de musea zelf nieuwe doelgroepen over de vloer krijgen en daar van kunnen leren. In praktijk betekent het dat museummedewerkers actief de wijken ingaan en via bijvoorbeeld buurtcentra contact leggen met bewoners die in een isolement dreigen te vervallen en hen naar het museum brengen waar activiteiten op maat worden aangeboden. Met activiteiten als een workshop voor tienermoeders, een excursie voor doven of een barbecue voor Antilliaanse ouderen in het museum, proberen zij via kunst en erfgoed deze groepen weer bij de samenleving te betrekken.

Onderzoek

Ons doel is nu niet om het museum aantrekkelijker te maken voor mensen die zich in een maatschappelijk isolement bevinden. We richten ons op eerste, tweede of derde generaties migranten in Rotterdam die open staan voor cultuur en erfgoed maar vanuit hun eigen culturele achtergrond geen aansluiting vinden bij het museum. Mensen waarvan wij denken dat het museum ze wellicht aan zal spreken, maar waarvoor er toch drempels van uiteenlopende aard lijken te zijn.

In onze gesprekken over hoe hen in het museum te verwelkomen, stuitten we op een gebrek aan kennis. Waarom komen ze niet naar het museum? Welk aanbod zou hen aanspreken?

Studio Zeitgeist, Farid Tabarki en Hanna Bouaicha, gaat daarnaar nu een onderzoek doen. Eerst wordt bestaande kennis geanalyseerd (reeds verrichte sociologische en demografische onderzoeken naar museumbezoek van de doelgroepen; relevante ‘best practices’; interviews met ervaringsdeskundigen).

Hieruit worden de te onderzoeken publieksgroepen nader gespecificeerd. Welke groepen zijn potentieel geïnteresseerd in het museum? Naar verwachting zullen deze vragen gesteld worden aan Surinamers/Antillianen en Marokkanen, twee van de grootste groepen met de grootste aanwas (kinderen). Met daarbinnen de nadruk op studenten en jonge, hoogopgeleiden en gezinnen met kinderen tot en met 12 jaar.

Deze groepen gaan geinterviewd worden. Waarom kom je niet naar het museum? Wat mis je? Wanneer voel jij je welkom? Ken je Museum Boijmans Van Beuningen? Hoe besteed je je vrije tijd? Welke overdrachtsmiddelen spreken je aan en welke niet? Welke rol speelt beeldende kunst in je leven? Gaat het je om de raakvlakken tussen de culturen of de verschillen? Welke kunstvormen spreken je aan?

De resultaten van het onderzoek moeten ons handvaten aanreiken om concrete producten voor deze doelgroepen te ontwikkelen of om praktische drempels weg te nemen.

Dit najaar zullen we een symposium organiseren om de resultaten van het onderzoek met jullie te delen.

Deirdre Carasso en Catrien Schreuder